*

 

Oorlog is als een drug

Belinda van de Graaf − 18/03/10, 00:00

Pas na 27 jaar was Samuel Maoz in staat zijn oorlogservaringen in Libanon te verfilmen. Dat leverde angstaanjagende scènes op. „Ik hoop dat mijn film uiteindelijk levens redt.”

  • Regisseur Samuel Maoz. (Trouw)
  • De film 'Lebanon' speelt zich geheel af in een Israëlische tank. (Trouw)

De Israëlische regisseur Samuel Maoz nam als 20-jarige soldaat deel aan de Eerste Libanon Oorlog van 1982. Over zijn angstaanjagende belevenissen maakte hij een spraakmakende film, in Venetië bekroond met de Gouden Leeuw. ’Lebanon’ speelt zich geheel af in een Israëlische tank, en zorgt voor een van de meest claustrofobische ervaringen in de hedendaagse cinema. „Elke antioorlogsfilm heeft de naïeve ambitie om oorlogen te stoppen, en levens te redden”, aldus de regisseur tijdens een gesprek op het filmfestival van Rotterdam.

Waarom duurde het 27 jaar voordat u een film kon of wilde maken over uw oorlogservaringen?

Maoz: „Ik was al wel eens aan een script begonnen, direct na mijn filmopleiding in 1988. Maar na een paar bladzijden rook ik de geur van verbrand vlees en dat maakte me zo angstig, dat ik niet verder kon. In 2006, bij het uitbreken van de Tweede Libanon Oorlog, kwam voor mij het signaal om verder te gaan. Het hele cinematografische concept van ’Lebanon’ kwam in een enkele nacht. Ik was aan ’t schrijven, rook de geur van verschroeid vlees niet meer, wist dat ik door kon, en ervoer dat als één grote bevrijding.”

’Lebanon’ is na ’Beaufort’ (2007) van Joseph Cedar en ’Waltz with Bashir’ (2008) van Ari Folman de derde film op rij waarin een Israëlische ex-soldaat verhaalt van zijn ervaringen in de Eerste Libanon Oorlog.

„Het is de oorlog van mijn generatie. Dit in tegenstelling tot de Zesdaagse Oorlog van 1967 en de Jom Kippoeroorlog van 1973, dat waren meer de oorlogen van onze ouders. Velen van hen zijn Holocaust overlevenden, ze zijn ontsnapt aan de nazi’s, en zijn er – tot op de dag van vandaag – van overtuigd dat men er op uit is om ze uit te roeien, dat ze moeten vechten, dat er geen andere keuze is. Mijn generatie daarentegen is geboren in Israël en is veel meer op zoek naar een normaal leven. Waar ik als 20-jarige nog een oorlog in werd gestuurd, daar hoop ik dat mijn film uiteindelijk levens redt.”

Wat bedoelt u precies?

„Tijdens een van de proefvoorstellingen van ’Lebanon’ in Israël, was er een vrouw in het publiek die na het zien van de film niet meer zo zeker was of haar twee kinderen wel het leger in moesten. Voor mij was die twijfel een groot geschenk. Praten en nadenken over dit soort onderwerpen is altijd een beetje taboe geweest, zeker in de conservatieve Israëlische gemeenschap waar vechten voor je land altijd de enige oplossing was.”

Is het met de dienstplicht inmiddels niet wat minder streng geworden?

„In mijn tijd – ik ben geboren in 1962 – ging je op je zesde naar de lagere school, op je veertiende naar de middelbare school, en op je achttiende naar het leger. Jongens én meisjes. Geen discussie mogelijk. In Israël was iedereen soldaat. Als je tegenwoordig écht niet in het leger wilt, dan kost het je ongeveer een maand gebakkelei. Ze zullen dreigen dat ze je de gevangenis in zullen zetten. Maar uiteindelijk begrijpen ze ook wel dat het verspilling van geld is. Ze moeten je gevangenzetten, en te eten geven, en hoe lang? Dat het wat minder streng is, heeft denk ik te maken met het feit dat het leger technologischer is geworden. Tegenwoordig, in het computertijdperk, kan één man het werk van tien man doen. Ze hebben niet meer zoveel soldaten nodig.”

U hebt over uw ervaring als soldaat in een tank die op de eerste dag van de oorlog in grote problemen raakt, een ongewone, radicale film gemaakt. We zien en beleven alleen wat de soldaten in de tank zien en beleven. We horen continu het mechanische geluid van het zoekende vizier. We zien de chaos en de doodsangst, en ruiken het klamme zweet.

„In de kern gaat mijn film over de bloedende ziel, en wat er omgaat in een soldaat. Dat is vrij abstract, en ik begreep tijdens het schrijven dat ik het niet kon uitleggen via het hoofd, maar wel via de maag en het hart. Ik wilde een sterke ervaring creëren waarbij het publiek zou zien en voelen wat de soldaat ziet en voelt. In dit geval geldt: voelen is begrijpen.”

U vertrouwt op een simpele vorm, die uiteindelijk een sterk, claustrofobisch effect heeft, een beetje zoals in de Duitse oorlogsfilm ’Das Boot’ (1981) die zich afspeelde in een onderzeeër, al was daar net wat meer ruimte dan in uw tank.

„Ik wilde de oorlog terugbrengen tot de kern, en dat is wat mij betreft het overlevingsinstinct van de soldaat. Hij doodt niet omdat hij orders opvolgt, of omdat hij bepaalde ideeën heeft, maar omdat in levensbedreigende situaties, te midden van chaos en gekte, het overlevingsinstinct simpelweg de controle overneemt. Het is als een drug. Je vecht en doodt niet voor het vaderland, voor familie, ouders of vrienden, maar je doodt om zelf in leven te blijven. Dát is het principe van oorlog. En als mensen het over oorlog en moraal hebben, dan is dat tamelijk belachelijk, want moraal betekent in de eerste plaats tegen je basis instincten in gaan.“

’Beaufort’ en ’Waltz with Bashir’ werden door de Israëlische Oscarcommissie in 2008 en 2009 afgevaardigd naar de Oscars, waarom ’Lebanon’ dit jaar eigenlijk niet?

Lachend: „Ik denk dat ze drie Oscarkandidaten over de Eerste Libanon Oorlog achter elkaar wat te veel van het goede vonden.”

mailIcon print |