*

 

Er staat een man voor de deur, zei Milly, een buurman

Bart Zuidervaart − 18/03/10, 00:00

De politie wist dat Milly Boele bezoek kreeg van een buurman, vlak voor haar verdwijning. Toch werd pas de volgende ochtend een buurtonderzoek begonnen.

  • Buurtgenoten leggen bloemen nabij het ouderlijk huis van de vermoorde Milly Boele in Dordrecht. (FOTO JOÿL VAN HOUDT)
  • (Trouw)

Twee verslaggevers van RTV Dordrecht belden dinsdagmiddag bij enkele buren van – de toen nog vermiste – Milly Boele aan. De omroep vroeg hen naar een reactie op de voortdurende onzekerheid over het lot van het 12-jarige meisje.

Een naaste buurman wilde daar niet op ingaan. Hij zag er slecht uit, met bloeddoorlopen ogen. De man vertelde dat hij agent is en ’net uit de nachtdienst’ kwam, gevolgd door: „Geen commentaar verder.”

Kort daarna arriveerde zijn vriendin bij het huis. Binnen biechtte de man zijn schokkende verhaal aan haar op. Hij heeft zijn buurmeisje Milly gedood en vervolgens begraven in de achtertuin. Zijn vriendin antwoordde daarop: „Als ik dit zo hoor, zit er maar één ding op: we gaan naar het politiebureau.”

De Dordtse hoofdofficier van justitie, Paul van de Beek, vertelde gisteren op een persconferentie dat deze 26-jarige man diezelfde middag tegenover agenten een emotionele bekentenis aflegde. Hij wordt verdacht van wederrechtelijke vrijheidsberoving en moord.

Van de Beek nam zijn toehoorders gisteren een week mee terug in de tijd. Op woensdagmiddag 10 maart, om 17.30 uur, was Milly alleen thuis toen de deurbel ging. Op dat moment telefoneerde ze met haar moeder. Milly zei tegen haar: „Bel me dadelijk even op m’n mobiel, want er staat een buurman voor de deur.” Het meisje nam daarna haar telefoon niet meer op en toen haar moeder thuis kwam, trof die niemand aan.

Die avond sloegen haar ouders alarm bij de politie. Daar werd donderdagochtend een ’grootschalig rechercheteam’ opgezet, zei de hoofdofficier, en later die dag volgde een alarm via het landelijke waarschuwingssysteem Amber Alert. Met een helikopter werd de omgeving verkend. Rechercheurs deden buurtonderzoek en bekeken alibi’s van met name mannelijke omwonenden. Bij enkele personen zijn huiszoekingen verricht. Dat leverde niets op.

De politie sprak al vrij snel, vermoedelijk op vrijdag, met verdachte S. V. Hij was een van de twee mensen uit de omgeving van Milly ’die niet op alle vragen konden antwoorden’, vertelde Van de Beek. Zaterdagavond ontdekte de politie bij nader onderzoek dat de man zelf agent is; een lid van het surveillanceteam binnen het korps Rotterdam-Rijnmond.

De recherche zag, ondanks zijn haperende alibi, geen reden tot huiszoeking. „Wij hebben tot eergisteren nadrukkelijk ook rekening willen houden met een gewone vermissing”, verklaarde de hoofdofficier. „Er waren aanwijzingen dat er niet per se buren bij waren betrokken.” De politie was wel van plan om de man deze week nog een keer te ondervragen.

Hoofdofficier Van de Beek vermoedt dat de verdachte het benauwd kreeg en zijn daad daarom niet meer kon verzwijgen. „We kwamen dicht bij hem. Hij was een van de laatsten die we nog uitgebreid moesten spreken.” Daarbij zou de enorme media-aandacht de druk op hem hebben vergroot.

Opvallend is dat de politie eerder naar buiten bracht dat Milly tegen haar moeder zei dat er ’een man’ voor de deur stond. In werkelijkheid sprak het meisje over ’een buurman’. De politie wist dat, maar zag geen reden om direct nadat de moeder alarm had geslagen, een uitvoerig buurtonderzoek te starten. Er werden die bewuste woensdagavond ook geen speurhonden ingezet. Het onderzoek startte pas de volgende ochtend.

Hoofdofficier Van de Beek verdedigde zich door te zeggen dat er ’veel scenario’s’ waren waar het rechercheteam rekening mee moest houden. Van inschattingsfouten was volgens hem geen sprake. Dat de vermoedelijke dader slechts twee huizen verderop woont, lag niet direct voor de hand. Ook niet voor de journalisten van RTV Dordrecht. Zij zagen een foto van de verdachte gisteren op internet. En schrokken zich rot.

mailIcon print |