*

 

Een varkentje voor vergiffenis

Seada Nourhussen − 16/03/10, 15:00

De tweelingzussen Ilse en Femke van Velzen laten in de documentaire ’Weapon of War’ verkrachters uit Congo aan het woord. Dat wordt ze niet door iedereen in dank afgenomen.

  •  (Trouw)
    (Trouw)
  • Kapitein Basima (rechts) in gesprek met soldaten.  (Trouw)
    Kapitein Basima (rechts) in gesprek met soldaten. (Trouw)

Hij geeft haar een varkentje. Om sorry te zeggen voor de verkrachting. Voor het feit dat hij haar ontmaagde en dat haar verloofde haar daarom verliet. Hij wil vergiffenis voor zijn daad. Want anders houden de nachtmerries niet op en is hij voor de rest van zijn leven afhankelijk van pillen die hem moeten kalmeren én voorkomen dat hij zich weer aan een vrouw vergrijpt.

Daarom heeft Alain gevraagd om een ontmoeting met Mapendo, zijn slachtoffer. Tijdens het gesprek verandert de ooit moordende en verkrachtende Congolese ex-rebel langzaam in een schuldbewust kind dat streng wordt toegesproken door zijn moeder. Weet hij wel wat hij haar heeft aangedaan, vraagt zijn slachtoffer dapper terwijl ze hem recht aankijkt. Alain staart naar de grond. Dat de mensen haar nawijzen omdat zij de schuld krijgt van hetgeen haar is overkomen?

Ja, dat weet hij. Maar omdat Alain de woorden niet kan vinden geeft hij haar een varkentje. Vijftig dollar is het waard. Een fortuin voor de man die nu zijn geld verdient door naar goud te zoeken en land te bewerken.

Mapendo neemt het kleine, zwarte dier spartelend aan. „Ik ben blij met het gesprek en dat hij inziet dat wij ook mensen zijn”, zegt ze na de eerste ontmoeting met de man die haar op gewelddadige wijze tot seks dwong en daarna in elkaar sloeg. Mapendo vergeeft hem. „Want als wij niet om elkaar geven, houdt de oorlog nooit op”. Het slachtoffer blijkt sterker dan de dader.

Zo eindigt de documentaire ’Weapon of War’ van de eeneiige tweeling Ilse en Femke Van Velzen over verkrachtingen in de Democratische Republiek Congo. Eerder maakten de zussen de veelbesproken documentaire ’Fighting the Silence’. Die ging ook over seksueel geweld in het Afrikaanse land; een beproefde oorlogstactiek van zowel de vele rebellengroepen als de onbetaalde, losgeslagen militairen van het regeringsleger. Want wil je het hart van een gemeenschap raken, pak dan de vrouwen. Soms dienen vrouwen en meisjes ook als ordinaire oorlogsbuit en om de overwonnen tegenpartij nog verder te demoraliseren.

Sinds de Tweede Congo-oorlog in 1998 uitbrak zijn er in totaal 80.000 vrouwen en meisjes verkracht, zo luiden de officiële cijfers. In Weapon of War wordt gesproken van 150.000 vrouwen. Het zijn duizelingwekkende aantallen. Schattingen, in een land waar chaos regeert en de centrale overheid letterlijk en figuurlijk afwezig is. „Het zijn er waarschijnlijk veel meer”, zegt documentairemaakster Ilse van Velzen.

Weapon of War from IFproductions on Vimeo.

]]>

De film van Femke en Ilse van Velzen is opgenomen in het van kostbare grondstoffen vergeven, maar ook door gewelddadige rebellen gedomineerde oosten van Congo. De hoofdstad Kinshasa, waar de regering van land zetelt, ligt duizenden kilometers verder.

Het grote verschil tussen ’Fighting the Silence’ en ’Weapon of War’ is dat de eerste documentaire de vrouwelijke slachtoffers aan het woord laat en de tweede het probleem van seksueel geweld belicht vanuit de mannelijke dader. „We wilden de mens achter de dader tonen”, zegt Femke. „Het seksuele geweld in Congo kan niet worden opgelost als de daders geen aandacht krijgen. Het opvangen van de verkrachtte vrouwen is een goede zaak. Maar als de mannen altijd buiten beeld blijven, doe je niets aan de kern van het probleem.”

In ’Weapon of War’ vertelt een mannenstem hoe hij en zijn kompanen een stuk stof in de mond van een vrouw stopten zodat ze niet kon schreeuwen, hoe de ander haar keel vastgreep en een derde zijn gang met haar ging. Dit ging door totdat iedereen aan de beurt was geweest. Of de Mai Mai-rebel die zegt dat ze de borsten en genitaliën van vrouwen afsneden, te drogen hingen om zich er vervolgens mee te laten tatoeëren. Want dan zouden ze niet worden geraakt door kogels.

De verhalen in ’Weapon of War’ zijn plastisch en shockerend. Dat wordt de filmmaaksters niet door iedereen in dank afgenomen. Zo zijn ze niet geselecteerd voor het Human Rights Watch-filmfestival, waar ze eerder wél nauwe banden mee hadden.

„Ze vinden dat de verkrachtte vrouwen ook in deze documentairen een rol hadden moeten hebben. Maar dan begrijpen ze niet wat we hiermee beoogden. Wij proberen juist te zeggen dat ook deze mannen voor een deel slachtoffer zijn van de situatie in Congo, zoals iedereen in deze oorlog. Ze zijn in eerste instantie honderd procent dader, maar ook gedeeltelijk slachtoffer. En we willen laten zien dat er een uitweg is als ze dat willen. Dat ze kunnen veranderen.”

Net zoals kapitein Basima, dominee bij het tiende militaire regiment en voorzitter van het pilotteam tegen seksueel geweld. De man die zich nu onvermoeibaar hard maakt voor het beëindigen van verkrachtingen in Congo en het onderwerp onverschrokken met soldaten en rebellen bespreekbaar probeert te maken, blijkt zelf zes vrouwen verkracht te hebben. Ook zijn eigen vrouw dwong hij de eerste keer tot seks. Zo maken de meeste militairen hun vrouw min of meer het hof, luidt zijn verklaring. „Maar ze raakte aan me gewend. Nu houdt ze van me”.

Hij praat er snel overheen, maar het zit diep. Met zijn queeste lijkt hij zijn eigen demonen te willen verdrijven. De vrouw van de kapitein heeft duidelijk veel geleden onder zijn tirannie. Maar ze heeft Basima zijn daden vergeven, net zoals de verkrachtte vrouw dat het varkentje cadeau kreeg. Vergiffenis. Het is een terugkerend thema in de film. „Vergiffenis en verzoening. Vanuit westers perspectief ondenkbaar. Maar dit is Congo.”

Waarom zijn twee jonge Nederlandse vrouwen, geboren in Delft, zo geïnteresseerd in wat er in Congo, pakweg vijfduizend kilometer verderop, gebeurt? „Wij werken al tien jaar in Afrika, het heeft een speciaal plekje in ons hart. Wat ons trekt in Afrika zijn de sterke, veerkrachtige, trotse mensen. Zes jaar geleden hoorden wij over het seksueel geweld in Congo, ontmoetten slachtoffers en journalisten die daar werkten. Wij besloten met documentaires aandacht voor dit vergeten conflict te vragen.”

De kijker van Van Velzen-documentaires krijgt weinig context van het – zeer ingewikkelde – conflict in het Oost-Congo mee. Daarin schuilt het gevaar van versimpeling: primitieve Afrikaanse mannen die hun oerdriften niet weten te beteugelen en elke vrouw hun hut in sleuren. Een niet al te best beeld van een continent dat al met een chronisch imagoprobleem kampt. „Ik merk dat mensen de gelaagdheid van de film wel snappen, niemand wordt geboren als verkrachter”, verdedigt Ilse. Femke: „Ons publiek begrijpt dat oorlog dit met mensen doet. Kijk naar voormalig Joegoslavië”.

In de documentaires van de twee zussen komen ook geen voice-overs of deskundigen voor. „De gewone Congolezen die de problemen ondergaan of veroorzaken kunnen hun verhaal het allerbeste vertellen. Waarom moet daar altijd weer een gestudeerde, blanke expert bij gehaald worden?”, zegt Ilse. Femke vult aan: „Het persoonlijke verhaal is wat mensen raakt en wat ze dus zal bijblijven. Daar hopen we op. Dat het mensen bijblijft en dat ze erover zullen praten.”

Het actievoeren, dat doen de zussen zelf wel. „Nadat onze documentaires af zijn begint het voor ons pas echt”, zegt Ilse. „Wij hebben eigenlijk de sociale academie gedaan, niet de filmacademie. Dus onze documentaires monden vaak uit in activisme.”

Sinds 2008 trekt er een mobiele cinema door Congo met de film ’Fighting the Silence’. Midden in stadjes en dorpjes wordt een scherm opgezet en de film vertoond. Femke: „De mensen daar moeten het natuurlijk vooral zien want het gaat over hun leven. Daarom willen wij onze films altijd terugbrengen naar de mensen zelf. Zodat ook zij er iets mee kunnen doen.”

Met Weapon of War willen de zussen nu hetzelfde doen. Een aangepaste, educatieve versie van de film moet langs militaire bases gaan, om de soldaten te laten zien wat verkrachting kan aanrichten. Niet alleen bij de vrouwen, maar bij soldaten, zoals de berouwvolle Alain. Ilse: „Die mannen komen dus weer de samenleving in. Met al hun trauma’s en oude gewoonten. Dat is ontzettend gevaarlijk.”

De inmiddels afgetreden minister Koenders van ontwikkelingssamenwerking had hen mondeling steun beloofd voor dit plan. Maar toen viel het kabinet en was de toekomst weer wat onzekerder. Dan gaat de telefoon. „Even opnemen, misschien is het iemand van het ministerie”, zegt Femke. Haar zus bijt zenuwachtig op haar lip. Maar daarna klinkt het zelfverzekerd: „Ongeacht de steun, we gaan hiermee door.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />