Misleiding, boekhoudkundige trucs en grove nalatigheid. De top van Lehman en haar accountant speelden een grote rol in de ondergang.
Al enkele kwartalen voordat de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers in september 2008 failliet ging, was de bank in feite al niet meer solvabel. Alleen dankzij boekhoudkundige trucs die grenzen aan fraude kreeg de buitenwereld nog het idee dat Lehman Brothers het nog zelfstandig vol kon houden. Topman Dick Fuld kan ’op zijn minst grove nalatigheid’ worden verweten, en accountant Ernst & Young wist van de schimmige boekhoudtrucs, maar trok niet aan de bel.
Anderhalf jaar na het faillissement van Lehman ligt er een rapport van 2200 pagina’s dat tot in detail de ondergang van de bank beschrijft. De hoofdoorzaak van het faillissement, forse investeringen in pakketten slechte hypotheken op basis van veel geleend geld, blijft in het rapport overeind. Maar onderzoeker Anton Valukas wijst ook naar collegabanken JPMorgan Chase en Citigroup, die de situatie bij Lehman snel deden verslechteren. Zij eisten in de zomer van 2008 alsmaar meer onderpand voor leningen aan Lehman, tot het punt dat de bank daadwerkelijk insolvent werd. Vooral JPMorgan Chase ging daarbij dusdanig agressief te werk, dat er gronden bestaan voor claims tegen deze bank door gedupeerden van het faillissement, aldus Valukas.
Vooral de boekhoudkundige trucs, onder toeziend oog van accountant Ernst & Young vallen op in het rapport. Lehman plaatste vlak voor de publicatie van kwartaalcijfers een telkens groter bedrag aan schulden buiten de balans, zonder dat beleggers of toezichthouders daar weet van hadden. Bij de laatste cijfers in de zomer van 2008 ging het om 50 miljard dollar die zo aan het oog werd onttrokken. Hoewel de truc, die bekend staat als ’repo 105’, naar de letter van de wet legaal is, bestaat er volgens onderzoeker Valukas voldoende grond om zowel de top van Lehman als Ernst & Young aan te klagen wegens nalatigheid.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.