De hele week zijn mensen in het kader van De Week van Nederland Schoon bezig geweest zwerfvuil op te ruimen en vandaag is het zelfs Landelijke Opschoondag. Weg met alle rondslingerende boterhamzakjes, blikjes, chipszakjes, plastic tasjes en patatbakjes langs de kant van de weg.
Hoeveel afval er precies in Nederland rondzwerft, is niet bekend, maar uit onderzoek van het ministerie van Vrom bleek in 2001 dat jaarlijks zo’n vijftig miljoen blikjes en flesjes worden achtergelaten. Ook laat tachtig procent van de mensen wel eens een blikje of plastic zakje slingeren. Zonder te beseffen hoe lang dat blijft liggen. Zo doet een bananenschil er een jaar of drie over voordat die verdwenen is. En een plastic zak? Die doet er tien tot twintig jaar over. Een drankblikje is helemaal lastig: dat blijft gemiddeld anderhalf jaar (staal) tot eeuwig (aluminium) liggen. Inmiddels is er biologisch afbreekbaar verpakkingsmateriaal. Het gaat niet om afbreekbare boterhamzakjes in de supermarkt, maar vooral om folie en andere verpakkingen voor bedrijven. De verpakkingen zijn gemaakt van hernieuwbaar natuurlijk materiaal zoals maïs, suikerriet en zetmeel, dat uiteindelijk vergaat.
Natuurlijk moet je je afval netjes weggooien. Maar mocht je dan toch je rotzooi laten slingeren, is het achterlaten van biologisch verpakkingsmateriaal dan minder erg omdat het vanzelf verdwijnt? Niet echt. De meeste composteerbare verpakkingen vergaan alleen bij een hoge tempratuur en een hoge luchtvochtigheid. Deze omstandigheden zijn alleen te vinden in een composteerinstallatie. Als verpakkingen in een tuin of berm terechtkomen, kan het dus nog jaren duren voor ze weg zijn. Volgens Hans van Dijk van Milieu Centraal kan dat wel vier jaar duren. „Het wordt dan dus een wedstrijd tussen de reinigingsdiensten en chemie”, stelt ook Robbert van Duin van het Recycling Netwerk sceptisch.
Ook de honderd procent afbreekbare zakken van Havelaar BV, leverancier aan banketbakkerijen, lijken niet veel beter. Het bedrijf verkoopt zakken van maïs die niet in een composteerinstallatie hoeven om te vergaan, maar die verdwijnen door oxidatie. Als de verpakkingen op straat belanden, zijn ze binnen vijf maanden verdwenen. Maar het blijven toch vijf maanden. Daarnaast komen de zakken niet van een plaatselijke producent, maar uit China, Thailand, India en Turkije.
Ook als je de verpakkingen niet laat rondslingeren, zit de milieuwinst volgens Hans van Dijk niet in het vergaan van het verpakkingsmateriaal. „Uiteindelijk levert het geen goede compost op. Er blijft water en koolstofdioxide (CO2) over.” De winst zit volgens Van Dijk in het productieproces van de materialen. „Er worden hernieuwbare stoffen gebruikt en het scheelt twintig procent in CO2-uitstoot.”
Robbert van Duin is minder overtuigd van die milieuwinst. „Het is zeer de vraag of biologisch afbreekbare verpakkingen beter zijn. Je moet kijken naar het hele productieproces. Zo moeten er vaak stoffen worden toegevoegd om het materiaal net zo goed te maken als gewoon plastic. De vraag is dan: is het nog groener? Dat is onduidelijk.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.