Vechtpartijtjes, pesten en diefstal: dagelijkse problemen op middelbare scholen. Maar wat wordt er tegen gedaan? Trouw neemt een kijkje in Den Haag, Arnhem en Winterswijk.
Hij heeft net minutenlang over schoolveiligheid gepraat, als de telefoon gaat. „Laat ze maar gelijk naar mijn kamer komen”, antwoordt directeur Henk Bolkenbaas van Lyceum Ypenburg in Den Haag. Een leerling staat met haar vader bij de receptie. „Ze zegt dat ze bedreigd wordt en haar vader wil daarover praten, maar de teamleider is er niet.”
Dus staan het meisje en haar vader een minuut later bij de directeur voor de deur. Zij kijkt bedroefd, haar vader boos. „Zou ik ook zijn”, zegt Bolkenbaas stellig. Tijd om te horen wat er aan de hand is. Als het nodig is, wordt de politie en andere hulpverlening ingeschakeld. „Bladzijde dertien van ons veiligheidsprotocol”, zegt Bolkenbaas voor hij de deur opendoet. „Nee, onzin. Het is nu gewoon tijd voor actie.”
De aandacht voor schoolveiligheid heeft de afgelopen jaren een hoge vlucht genomen. In 2004 besloot het ministerie van onderwijs structureel negentig miljoen euro extra in veiligheid te investeren. Na een reeks incidenten in 2007, waarbij veel steekpartijen, groeide de landelijke aandacht voor het onderwerp. Dat veiligheid een voorwaarde is voor goed onderwijs, is inmiddels bij de meeste scholen bekend.
Maar hoe zorgen scholen voor een veilige leeromgeving en maakt het daarbij ook uit of de school nou in de Randstad of in Gelderland staat? Lyceum Ypenburg in Den Haag, het Lorentz Lyceum in Arnhem en Scholengemeenschap de Driemark in Winterswijk nemen alle drie duidelijke maatregelen. De scholen hebben ieder circa twaalfhonderd leerlingen, verdeeld over de niveaus vmbo, havo en vwo.
Wanneer je de scholen binnenloopt zie je gelijk al verschillen. In Den Haag staat een nieuw, licht gebouw met brede gangen. Handig als honderden leerlingen tegelijk door de gang lopen naar de volgende les. In Winterswijk en Arnhem zijn de oudere gebouwen donkerder en krapper. In Den Haag en Arnhem zijn vele leerlingen van verschillende culturen, terwijl in Winterswijk slechts een paar allochtone leerlingen te zien zijn.
Wat betreft problemen en maatregelen zijn de verschillen beduidend minder groot. De drie scholen letten op dezelfde dingen: vechtpartijtjes, (cyber)pesten, verschillen in achtergrond, diefstal, brandveiligheid, loverboys, alcohol en drugs. Daarnaast hebben ze schoolregels, camera’s en goede contacten met de politie. Toch pakt de praktijk verschillend uit.
Neem de kluisjes, die op alle drie de scholen te vinden zijn. Leerlingen staan er te kletsen, terwijl ze hun boeken en andere spullen veilig opbergen. Vraag is of er ook verboden spullen in de kluisjes liggen. Het Lorentz Lyceum besloot dat te controleren. „We willen hier geen drugs of wapens en dus zijn we de kluisjes afgegaan”, vertelt directeur Maarten van de Louw. „Spannend, maar zo laat je als school zien dat je het meent en we hebben gelukkig niets gevonden.”
Directeur Bolkenbaas vindt het doorzoeken van kluisjes op Lyceum Ypenburg niet nodig, terwijl ze er in Winterswijk nog niet helemaal uit zijn. „Een aantal van ons wil het graag controleren, maar er zijn ook mensen die twijfelen. Geef je niet het verkeerde signaal af? Ouders denken al snel dat je zoiets doet omdat je verwacht iets te vinden, hoe vaak je ook zegt dat dat niet zo is”, vertelt rector Jan Paul Beekman van Scholengemeenschap de Driemark.
Dan is er het toezicht in en om de school. Conciërges, mentoren en leerkrachten houden continu een oogje in het zeil. Volgens Beekman is dat gemakkelijker in Winterswijk, dan in bijvoorbeeld Den Haag. „Ook in de Achterhoek zijn loverboys, maar die jongens vallen met hun dure auto’s gelijk op in het dorp. De sociale controle is groot.” Die controle is ook handig als jongeren van buitenaf op school een ruzie willen uitvechten. „We horen het gelijk als er in het weekend iets is gebeurd en kunnen dan extra goed opletten.”
Vervolgens verschillen de soorten incidenten op de scholen. Het laatste wat er op de Driemark gebeurde was een leerling die een medeleerling een klap gaf. In Arnhem was er ook ruzie, alleen gaf de een daar de andere een duw. En op Lyceum Ypenburg gooide een leerling onlangs hete soep in het gezicht van een brugklasser. „We moeten hier bewuster corrigeren”, legt directeur Bolkenbaas uit. „We zitten in een grote stad met grootstedelijke problemen als gebroken gezinnen, agressie, drugs en vernieling.”
Het enige wat uiteindelijk op alle drie de scholen hetzelfde is, is het enthousiasme over cameratoezicht. Tal van situaties zijn dankzij de camera’s opgelost, vertellen de directeuren. Zo kreeg een lerares in Den Haag bij het instappen van de lift een dikke prop papier in haar nek. Toen ze zich omdraaide, was er niemand meer te zien. Door het terugspoelen van de beelden werd duidelijk wie het had gedaan. De camera’s zijn dus effectief en niet al te ingrijpend vinden de scholen: het zijn kleine bolletjes, maar ze zien alles.
Een groepje van acht havo/vwo-leerlingen in de aula van Lyceum Ypenburg in Den Haag is het daarmee eens. Als iemand wat steelt of een klap uitdeelt, verzamelt de camera het bewijs. Dat geeft de leerlingen een veilig gevoel. Ze zijn gewend aan de bolletjes en weten eigenlijk niet eens precies waar ze hangen. Op Jaimy na dan, die zijn medeleerlingen vervolgens enthousiast op de hoogte brengt.
Wat voor alle drie de scholen uiteindelijk het belangrijkste is, is dat de genomen maatregelen niet te ver gaan. Het gaat nog altijd over een school, waar je volgens de directeuren de deuren niet continu gesloten kunt houden. Maatregelen als detectiepoortjes zijn dan ook geen optie. De leerlingen op het plein in Arnhem zijn het daarmee eens: „Kom op, we zijn toch niet in Amerika?’’, roept Hans, terwijl zijn vrienden knikken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.