*

 

Pantheon in Den Haag

Wim Boevink − 03/03/10, 00:00

Rome had een Pantheon voor alle goden, Parijs heeft een Pantheon voor goddelijke Fransen, en nu heeft ook Den Haag een Pantheon. Het heeft geen zuilen, geen koepels, geen nissen, en geen fraai plein of boulevard opent zich voor haar deuren. Het zit op z’n Hollands verstopt in een vleugel van de Koninklijke Bibliotheek, maar niettemin, het noemt zich Pantheon, een Pantheon voor onze schrijvers.

Het is onderdeel van het vernieuwde Letterkundig Museum, dat na een verbouwingstijd van drie jaar (best snel voor een Nederlands museum) op vrijdag haar deuren weer opent. Honderd zijn er tot deze eregalerij doorgedrongen, honderd schrijvers bedoel ik, een galerij die heel de Nederlandse en Vlaamse letterkunde zegt te omvatten. De selectie is door tien wijzen bepaald, een hybride canon is het, want er zijn erbij die geen woord Nederlands schreven: zoals Erasmus (Latijn) en Belle van Zuylen (Frans). En nee, we zien ons niet geplaatst tegenover honderd borstbeelden op sokkels, die verheven met marmeren ogen op ons neerkijken. Een modern museum hanteert een concept – stijlvol in dit geval. Want hoe presenteer je honderd dode schrijvers op vierhonderd vierkante meter zonder er een columbarium van te maken?

Treed binnen. De ruimtes zijn schaars verlicht, ergens vandaan pingelt een muziekje. ’Wording’ heet de eerste ruimte, erin centraal staat een grote vitrinekast met zacht uitgelicht papier: van de eerste krabbel van een schrijver tot de drukproef – probeersels en schetsen van Achterberg, Vestdijk en Constantijn Huygens. Langs de wanden kleine schermen, met een schelp die je tegen je oor kan houden. Elk scherm is een schrijver, die in rustige, uit vijf deeltjes opgebouwde filmpjes wordt neergezet, filmpjes van twee en een halve minuut, een audiovisueel gedenksteentje. De galerij begint bij Frans Kellendonk, niet de laatst gestorvene (1990), maar wel de laatst geborene (1951) en niet sterfdatum maar geboortedatum bepaalt de chronologie. De laatst gestorvene in het Pantheon is Hugo Claus, in 2008, en nieuwe kandidaten zullen zich nog aandienen voor hun plaats in de eregalerij, die donderdag geopend wordt door Harry Mulisch (82), maar die nooit meer dan honderd schrijvers zal omvatten.

Vier ruimtes zijn te doorschrijden, in dat schaarse licht, langs die honderd kalm borrelende schermpjes, van Kellendonk tot Beatrijs. In de ruimte ’Vorm en stijl’ kun je in een speciaal meubel naar schrijversstemmen luisteren, of toneelfragmenten zien en scènes van boekverfilmingen. In ’Ophef’ schuiven per knopdruk laden uit een kast die controverses belichten. En tenslotte is er een inloopruimte die ’Biografie’ heet, het curiosum waarin voorwerpen van de auteurs bewaard worden: een knuffelkonijn, een stofzuiger, de laatste sigarenpeuk.

Geen koepel, geen zuilen, maar er heerst wijding en toewijding in deze tempel voor de letteren.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />