Trouw volgt de raadsverkiezingen vanuit Den Helder. Er heerst veel onvrede met de traditionele politiek. Wat voor onvrede is dat, en door welke politici wordt hij vertolkt?
In Den Helder komen op zeker moment de ’scheve bomen’ altijd weer ter sprake. Ze zijn vorig jaar geplant in een verweesd stukje grasveld dat over een paar jaar moet uitgroeien tot een majestueus stadspark. En ze staan acht graden uit het lood.
Een ideetje van landschapsarchitect Edzo Bindel. Die wilde daarmee een lokaal accent toevoegen aan zijn ontwerp voor het park: in Den Helder waait het altijd, en dus staan de bomen er zelden recht.
Maar de Nieuwediepers – zoals de inwoners van Den Helder zichzelf noemen – waren niet te lijmen met die symboliek. Integendeel, de scheve bomen lijken inmiddels juist symbool te staan voor de arrogantie van de boze buitenwereld, voor de ideeën die een losgezongen politieke elite aan de bevolking probeert op te dringen.
„Als je vraagt waarom die rare bomen nou nodig zijn, dan beginnen ze over dat die architect zo beroemd is in Madrid en Antwerpen”, zegt een mevrouw die haar hond uitlaat. „Maar dit is Madrid niet, dit is het Nieuwediep.”
En in het Nieuwediep schamperen ze over het feit dat de bomen scheefgezet zijn in een richting die net niet overeenkomt met de dominante windrichting. Klagen ze dat er parkeerplaatsen werden opgeofferd voor dit zinloze stukje groen. Bovendien willen de Nieuwediepers nou juist af van de wind die onbarmhartig door de talloze open plekken in hun centrum waait.
Den Helder is een ontevreden stad. Dat kwam aan het licht bij de Europese verkiezingen vorig jaar. Van de 27 procent van de kiezers die de moeite namen om te gaan stemmen, koos ruim 26 procent voor de PVV, die daarmee in een klap veruit de grootste partij werd.
Maar het belangrijkste verhaal van deze verkiezingen is waarschijnlijk wel de keuze van de PVV om in 392 van de 394 gemeenten níet mee te doen. Ook niet in Den Helder.
Die beslissing laat ruimte voor andere partijen om het potentieel aan ontevreden kiezers aan te boren. In Den Helder hebben ze wat dat betreft een traditie. De ’nieuwe politiek’ is er al niet zo nieuw meer. In 1998 werd de Stadspartij opgericht. Een partij die, volgens lijsttrekker Pieter Bakker, „in de traditie van Fortuyn, Verdonk, en tot op zekere hoogte ook Geert Wilders politiek bedrijft.”
De andere partij die de onvrede in Den Helder zegt te vertolken is Trots op Nederland, dat in Den Helder ook een kandidatenlijst inleverde. Pieter Bakker maakt zich niet zoveel zorgen over de concurrentie van TON, vertelt hij. In 2002 kwamen de Leefbaren ineens met vijf zetels in de raad, om vier jaar later weer te verdwijnen. Toen was het de beurt aan de SP om, op de golven van de populariteit van Jan Marijnissen, met vier zetels in de raad te debuteren. En nu dus TON. Bakker: „Wij zijn al die jaren stabiel gebleven. Dit overleven we ook wel weer.”
Maar wat drijft de politici van de Stadspartij en van TON? En waarin verschillen ze van elkaar?
Om met die laatste vraag te beginnen: dat is nog best lastig te beantwoorden.
Dat blijkt bijvoorbeeld als Rita Verdonk op een vrijdagavond Den Helder bezoekt, om haar lokale kandidaten te ondersteunen. Het is lange tijd niet duidelijk of er genoeg belangstelling is om de avond door te laten gaan. Uiteindelijk komt het zaaltje toch behoorlijk vol – met dank aan de kandidaten van de Stadspartij, die in groten getale zijn komen opdagen. Zij beschouwen Rita Verdonk ook als hún inspiratiebron. Ze stellen het actiefst vragen. En de slogan ’niet links, niet rechts, maar recht door zee’, die voerden ze al lang voordat Verdonk er nationaal bekend mee werd.
De verschillen lijken vooral te zitten in het soort mensen dat de partijen aantrekken. De TON-lijst staat vol met politiek onervaren, fris ogende dertigers. „Daar hebben we bewust op geselecteerd”, zegt iemand van de kieskring Noord-Holland Noord, die in het gevolg van Verdonk is meegereisd.
Waarom kozen ze voor TON? Vaak omdat ze teleurgesteld zijn in de VVD, vaak ook omdat ze zich ergeren zich aan de megalomane plannen van het stadsbestuur. Maar om daar via een andere partij iets aan te veranderen, dat zien ze niet zitten. „Dan moet je eerst tien jaar folders rondbrengen voor je iets te vertellen hebt”, zegt Peter Schilt, vierde op de lijst.
De Stadspartij wordt vooral bevolkt door mannen die al gauw zo’n vijftien jaar ouder zijn. Veel van hen hebben gevaren, en dat zie je aan de verweerde koppen. Ze komen van verschillende politieke gezindten, maar delen hun liefde voor Den Helder, zeggen ze.
Peter Reenders, tweede op de lijst: „Om lokale problemen op te lossen kun je het best bij een lokale partij gaan.” Hij is zelf ook lid van een landelijke partij. Welke, dat hoeft niet in de krant. „Maar in de lokale politiek kun je beter niet gebonden zijn aan landelijke voorschriften. Waarom denk je dat al die landelijke politici hier langskomen tijdens de campagne?”
Maar Rita Verdonk kan bij veel van zijn partijgenoten dus wel op sympathie rekenen. Ze oogt een beetje vermoeid, na een dag door het land rijden. Toch neemt ze het publiek moeiteloos voor zich in met een geroutineerde politieke peptalk, waarin ze moeiteloos overschakelt van Afghanistan naar het begrotingstekort en naar de situatie in Den Helder.
„De politie moet weer de baas zijn op straat”, zegt ze. „Dat vertelde ik laatst ook op een bijeenkomst waar twee Marokkaanse jongens waren. Die ene was gewoon een hartstikke leuke knul. Maar die ander, dat was er een met zo’n harde ’g’, als u begrijpt wat ik bedoel. Ja hè? Nou, die zei na afloop tegen mij: ’Nee mevrouw, in onze buurt zijn wij de baas op straat.’ Dan antwoord ik dus: als wij het voor het zeggen hebben, dan heeft ú pech, meneer!’. En zo heeft u natuurlijk ook uw eigen problemen met de Antilliaanse gemeenschap hier.”
Het ironische is, dat ze daarmee de politieke stemming in Den Helder maar half lijkt aan te voelen. Nee, van pamperende multicultiprojectjes moeten ze bij TON en de Stadspartij niets hebben. Maar ze ergeren zich evengoed aan het imago van Den Helder als een oord vol criminele Antillianen. „Het verrast je misschien als ik dat zeg, maar ik vind dat we in Den Helder meer respect voor Antillianen moeten hebben”, zegt Marc Nihot, derde op de lijst van TON. Hij heeft een beveiligingsbedrijf, en heeft vaak op Antilliaanse feesten gewerkt. Nooit problemen gehad. Als je maar duidelijk bent in wat wel en wat niet getolereerd wordt.
„Met de PVV heb ik helemaal niks”, zegt Peter Schilt, om vervolgens een paar punten te noemen waarin hij goed samen zou kunnen werken met GroenLinks.
Paul Jansen, vierde op de lijst van de Stadspartij, wierp zich in het verleden wel op als lokale kandidaat van de PVV. Maar ook hij vertelt enthousiast over de Antilliaanse bijeenkomst die hij de dag erna gaat bezoeken. „Ik ga ze vertellen dat als ze ergens ontevreden over zijn, dat ze dan bij een politieke partij moeten gaan. Het lijkt mij heel leuk als er een paar lid worden van de Stadspartij.”
Wat is er dan wel mis in Den Helder? Wie die vraag stelt, krijgt meestal een wedervraag. „Kijk eens om je heen. Wat vind je er zelf van?”, vraagt Marc Nihot, staand voor het partijkantoortje van TON, vlakbij de scheve bomen. „Het ziet er hier uit alsof het net oorlog is geweest”, beantwoordt hij zijn eigen vraag.
Samen met TON-lijsttrekker Dannie Emmelkamp vertelt hij over de vele bouwprojecten waar Den Helder de afgelopen jaren zonder veel succes aan begon. Dan werd er weer iets gesloopt, en datgene wat ervoor in de plaats zou komen, werd nooit afgebouwd. Dat heeft volgens hen alles te maken met vriendjespolitiek, en met het old boys’ network in de marinestad.
Tijdens de afgelopen collegeperiode is er groot plan voor een vernieuwd ’stadhart’ aangenomen. Maar nu is het college daar juist weer té voortvarend mee, is een veelgehoorde klacht.
Op een woensdagavond zijn de actieve leden van de Stadspartij bijeen in een zaaltje van kandidaat-raadslid Marcel Karhof, die lokale bekendheid geniet als Sinterklaas. Tussen de mijters en de nepbaarden barst Pieter Bakker haast van verontwaardiging. „Wie gaat er nou een stadspark midden in het centrum aanleggen? Dan wijzen ze naar het Vondelpark, maar toen dat aangelegd werd, lag dat nog aan de rand van Amsterdam. Ze gaan toch ook geen park in de Kalverstraat aanleggen?”
In Den Helder dus wel, vervolgt hij.
Wat extra steekt, is dat de uitvoering is overgelaten aan de semipublieke ontwikkelingsorganisatie Zeestad.
Bakker: „Die is opgericht omdat de ambtenaren in Den Helder het niet aan zouden kunnen. Maar dan huren ze daar wel ex-ambtenaren als zzp’ers in. Dat soort grappen. Wij krijgen geen inzage in hun begroting. Ik ben bang dat ze het straks niet rond krijgen, en wij weer met een nieuw gat in de stad zitten.”
Karhof: „Er lopen hier veel enthousiaste burgers rond met plannen, die geld en moeite in Den Helder willen steken. Geef die mensen een biertje, en ga met ze praten. Maar dat gebeurt niet.”
Peter Reenders vertelt over de bewoners van de Californiëstraat, die hun parkeerplaatsen opgeofferd zagen voor nieuwe koopwoningen. „Die mensen hadden zelf een prima alternatief plan gemaakt. De enige reactie die ze dan krijgen, is dat het niet in het uitwerkingsplan past. Maar als ze bij Zeestad zelf iets nieuws bedenken, dan is dat ineens geen probleem meer.”
Maar het breedst gedragen alternatieve plan was toch wel het plan om de scheve bomen weer recht te zetten. Vorig jaar werden genoeg handtekeningen verzameld om het officieel als burgerinitiatief in te dienen. Het college deed er niets mee.
Paul Koopman, derde op de lijst van de Stadspartij, zucht nog eens. „Ik hoop echt dat dit college bij deze verkiezingen wordt afgestraft. Anders zou ik heel teleurgesteld zijn in mijn stadgenoten. Ik heb nog andere hobby’s behalve politiek, schilderen bijvoorbeeld. Dan ga ik me daar maar aan wijden.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.