Investeerder Maxeda wil van zijn warenhuizen V & D en De Bijenkorf af. De verkoop wordt niet makkelijk, verwachten kenners.
Wie er altijd al van droomde om de baas te zijn van een warenhuis, kan nu toeslaan. Zowel de Bijenkorf als V & D is te koop. De vraag is of er zo’n koper rondloopt. Het is namelijk een hele klus om warenhuizen goed te laten draaien.
Moederbedrijf Maxeda stelt dat ze allebei klaar zijn om op eigen benen te staan. Het zette analisten van ING en JP Morgan aan het werk om de markt te verkennen voor wat Maxeda noemt ’een strategische heroriëntatie’. Kenners hebben hun twijfels over de verkoopbaarheid van Maxeda’s modegroep, waaronder ook de winkelketens Hunkemöller en M & S Mode vallen.
Het is de laatste fase in de ontmanteling van het voormalige Vendex. Of er al echt belangstelling is, is niet duidelijk. Bert Keizer, expert in winkelbedrijven bij Capgemini: „Ze gooien een steen in de vijver en kijken wat er gebeurt. Natuurlijk wordt er gepraat.”
Het best lopende onderdeel van het oude Vendex, de Hema, is in 2007 doorverkocht. Het onroerend goed is van de hand gedaan. Ook is geprobeerd de merken sterker te maken om ze voor meer geld te kunnen verkopen. Voor V & D is de succesvolle restaurantketen La Place uitgebouwd. Vorig jaar april is het goed lopende kledingmerk Claudia Strüter verkocht en onlangs het juweliersbedrijf Schaap & Citroen.
Maxeda wil nu ook van de minder makkelijke onderdelen af. Bert Keizer: „Voor De Bijenkorf zie ik wel mogelijkheden. Dat is toch een instituut, en met twaalf vestigingen ook niet al te kolossaal. Een investeerder lijkt me niet logisch, er is weinig meer te halen. Het moet een partij zijn die zin heeft om het warenhuis verder te moderniseren. Wellicht dat het Spaanse El Corte Inglés of de mooie Franse warenhuisketen La Fayette interesse heeft.”
Moeilijker ligt het voor V & D, dat al jaren tobt met een wat oubollig imago. Niemand weet hoe goed of slecht de V & D het tegenwoordig doet. Maxeda geeft geen cijfers over de afzonderlijke winkelmerken. Maar kenners van de branche verwachten niet dat dit warenhuis het moederbedrijf geld oplevert. „Mogelijk wordt V & D verkocht aan nog een keer een investeerder die eerst La Place doorverkoopt”, oppert Keizer.
Want La Place is een succesformule die ook internationaal aanslaat. De vraag is wel of V & D zonder La Place nog zo groot kan blijven als nu.
Keizer denkt echter dat V & D toch nog wel een kans heeft. „Een sterk winkelbedrijf moet uit de voeten kunnen met dit soort oer-Hollandse merken. C & A had het moeilijk, maar is nu sterk in opkomst en aan het verjongen. Maar je moet slim zijn. Meer verrassen, meer inspireren. Op elke verdieping moeten mensen op ideeën worden gebracht. De Bijenkorf doet dat al heel goed.”
Kitty Koelemeijer, hoogleraar retail en marketing aan Nyenrode Universiteit, heeft er een hard hoofd in. „V & D is een soort mammoettanker, met honderdduizenden vierkante meters vloeroppervlakte en 11.000 personeelsleden. Haast niet te sturen.”
Ze heeft studenten opdracht gegeven ideeën te bedenken om V & D te vernieuwen. „Ze kwamen met leuke dingen. Bijvoorbeeld een afdeling waar mannen heen kunnen terwijl hun vrouwen winkelen, met gadgets en elektronica om uit te proberen. Het grote probleem is dat geen enkel idee genoeg opbrengt, zo bleek toen we het aan V & D voorlegden. Het gaat om inkomsten per vierkante meter en V & D is zo groot.”
Het warenhuis gooit het nu op het shop in shop-principe: binnenkort mag ook het kledingmerk Mango ruimte huren in de winkels. Koelemeijer: „Het stelt eisen aan je personeel, dat moet zich verdiepen in de afzonderlijke merken. Duidelijker wordt nu toch ook dat je het als keten alleen redt met een eigen winkelmerk en met een eigen uitstraling. Albert Heijn en Jumbo doen dat slim, maar de retailhandel gaat dat minder goed af.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.