*

 

Kiezer laat lokale en landelijke politiek met raadselen zitten

Lex Oomkes − 04/03/10, 00:00

De doorzettende trend van een dalende opkomst voor de verkiezingen van de gemeenteraad is voor het lokaal bestuur steeds meer reden tot zorg. Maar ook landelijke politici zullen hun wenkbrauwen hebben gefronst.

Bij de verkiezingen voor de gemeenteraden van vier jaar geleden kwam 57 procent van de kiezers opdagen. Een zorgwekkend getal, toen al. Maar het kan nog slechter, dat bleek gisteren. Niet meer dan 56 procent van het electoraat nam de moeite om de gang naar de stembus te maken. De opkomst bij gemeenteraadsverkiezingen komt met deze trend gevaarlijk dicht bij het cruciale getal van 50 procent.

Voor het draagvlak van het lokaal bestuur is dit een droevige constatering. Tijdens de campagne werd nogal eens geklaagd dat de landelijke politiek te veel domineerde. De val van het kabinet, nog geen twee weken voor deze verkiezingen, maakte het voor de locale campagnes alleen maar erger.

Maar voor de opkomst van welke verkiezing dan ook, zou verwacht mogen worden dat er van een ernstig landelijk politiek conflict een positief effect zou kunnen uitgaan op de opkomst. Dat dat kennelijk niet gebeurd is, dient lokale, maar ook landelijke politici te denken geven.

In gemeenten moeten de komende jaren zware beslissingen worden genomen. Geen enkel lokaal bestuur zal ontkomen aan de economische crisis en de daarmee gepaard gaande lagere bijdrage vanuit Den Haag. Daarnaast zullen de uitgaven aan bijstand voor werklozen en andere sociale uitgaven een groot beslag gaan leggen op de gemeentelijke begrotingen.

Colleges en gemeenteraden, die weten dat zij niet veel meer dan de helft van de kiezers vertegenwoordigen, zullen beslissingen op dit terrein in ieder geval niet gemakkelijker nemen.

Voor zowel de lokale als de landelijke politici is het vooral zorgwekkend dat gisteren zelfs kiezers, die bij eerdere gelegenheden een duidelijke keuze maakten, thuisbleven. Uit onderzoek van Synovate, dat door de NOS gisteren werd geopenbaard, bleek dat partijen als CDA en SP daar enorm veel last van hebben. Uit het onderzoek van dit bureau komt naar voren dat juist deze partijen erg veel last hebben van kiezers die het de moeite van de gang van de stembus niet waard vonden.

Ook voor de landelijke politiek is de uitslag van de verkiezingen van gisteren bepaald geen prettige boodschap, of de eigen partij nu gewonnen heeft of verloren.

Opnieuw bleek uit de uitslagen hoe versplinterd het politieke krachtenveld inmiddels geworden is. Partijen mogen dan, in verhouding tot de opiniepeilingen, enorm gewonnen hebben of veel minder verloren dan gedacht, mocht deze trend zich voortzetten dan komt er in juni een Kamer zonder duidelijke meerderheid. Laat staan dat er een duidelijke regeringscoalitie uit te destilleren valt.

De PvdA mag opgelucht ademhalen, omdat kennelijk de kiezer na de kabinetscrisis enigermate terugkeert, de VVD mag blij zijn, dat de partij opkrabbelt, en het CDA mag dan blij zijn dat het allemaal meevalt, voor coalitievorming na Kamerverkiezingen kan aan de hand van de uitslag van gisteren slechts geconcludeerd worden dat de kiezer het steeds moeilijker maakt.

Op grond van de uitslagen in Den Haag en Almere mag aangenomen worden dat de PVV van Geert Wilders er als nieuwe, grote partij bij zal komen in de gesprekken over de vorming van een nieuw kabinet. Maar die partij sluit andere partijen uit (GroenLinks) of wordt door andere partijen uitgesloten (de PvdA).

Globaal, als er al naar landelijke verhoudingen vertaald mag worden, betekent de uitslag dat er geen coalitie gevormd kan worden. Zeker nu, ook door uitlatingen van de respectievelijke partijleiders, het CDA en de PvdA duidelijk hebben gemaakt dat de twee voormalige coalitiepartners niet meer willen samenwerken.

De resultaten van de peiling van NOS/Synovate van gisteren waren wat dat betreft typerend. Volgens dat onderzoek wil grofweg hetzelfde percentage van de kiezers een rechts georiƫnteerd kabinet als een links georiƫnteerd kabinet.

mailIcon print |