Wim de Bie (70) is nog altijd een pionier in de nieuwe media. Als Nationale Mental Coach begeleidt hij ook twijfelende kiezers, onder meer via Twitter en Facebook.
’We luv you coach’, schrijft een fan op Facebook. Haar liefde betreft niet schaatstrainer Gerard Kemkers, en ook geen door de baas betaalde adviseur, maar programmamaker Wim de Bie.
Die heeft er nu zo’n twee maanden op zitten als Nationale Mental Coach (NMC). Dat is een typetje zoals De Bie er samen met zijn voormalige partner Kees van Kooten al vele heeft bedacht. Maar dan één zonder snor, baard of bril. Zijn enige attribuut: een metalen ketting met een bordje waarop zijn zelf verzonnen functie staat.
Die ketting maakt het verschil, zegt De Bie, in zijn bescheiden werkhuisje achterin de tuin: „Heb ik die om, dan durf ik meer.” Zonder ketting is de satiricus verlegen en gesloten; voor ’diepte-interviews’ voelt hij niks. „Dan moet je je helemaal laten gaan, je hele ziel blootleggen.” Terwijl De Bie – de vergelijking is al vaker gemaakt – meer op zijn mensenschuwe personage meneer Foppe lijkt.
De NMC mengt zich wel eens onder de mensen – hij trad onder meer op als leescoach in een bibliotheek te Zutphen –, maar opereert vooral vanuit zijn achtertuin via laptop en iPhone. Zijn adviezen, commentaren, filmpjes en coachingstips zijn te volgen via de sociale netwerksites Facebook, Hyves en LinkedIn, Twitter, YouTube en een ’gewone’ site.
Aan het besturen van dit virtuele imperium (dat technisch ondersteund wordt door de VPRO) heeft De Bie een dagtaak. Hij heeft er lol in, geeft een Twitterdemonstratie, vertelt dat zijn nieuwe site al een half miljoen keer is bekeken. Hij is geen ’techneut’, maar wel al zijn hele leven gefascineerd door nieuwe media. „De inhoud volgt de techniek,” weet De Bie.
Hij maakte al verschillende ’technische revoluties’ mee. Zoals de Nagra Recorder, waarmee twintig minuten op band konden worden opgenomen: „Toen Van Kooten en ik in 1963 bij de radio begonnen, was die recorder net geïntroduceerd. Je kon ermee de straat op. Het was het begin van het straatgesprek.”
Nog zo’n revolutie, van nabij meegemaakt: de draagbare camera. De Bie: „Tv was eerst studiowerk, we deden sketches. Die nieuwe camera ontdekten we in 1972. Ook daarmee konden we de straat op.”
Ook op internet was De Bie een pionier. Nadat hij zijn samenwerking met Van Kooten had beëindigd, ging hij experimenteren met een blog, compleet met filmpjes en geluidsfragmenten. „Dat was in de oertijd, toen YouTube nog niet bestond.” Voor zijn vernieuwende ’Bieslog’ (2002-2008) ontving hij van de Nipkowjury de Zilveren Prichettprijs.
Na zes jaar was hij klaar met Bieslog, zegt De Bie: „Ik publiceerde veel autobiografische dingen, daarin had ik alle wegen bewandeld.” Hij nam een jaar pauze, maakte een papieren boek (’Meneer Foppe & de hele reutemeteut’, 2009). En besloot toen om het internet, dat alweer ingrijpend was veranderd, opnieuw te verkennen.
„Ik wil uitzenden”, zegt De Bie. „Ik zie het nog steeds als optreden.” Maar dan voor een publiek dat ’totaal versnipperd’ is geraakt, dat actief moet worden opgezocht en dat via Twitter weer anders moet worden bediend dan via Facebook. De Bie vindt het spannend om te zien of die virtuele groepen elkaar ook overlappen en hoe hij zijn ’followers’ kan vasthouden.
Zijn rol als Nationale Mental Coach is een ’hele vrije’. De Bie beschrijft zijn activiteiten desgevraagd als ’het begeleiden van processen’ en ’het beste uit iemand halen’. Maar aan ’missies’ en ’doelen’ en andere typische coachflauwekul waagt hij zich (nog) niet. Maakt niet uit, zegt hij: „In deze branche is het zo: als je zegt dat je coach bent, dan ben je het.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.