We wachten op Wilders. Kwart voor negen in de ochtend. Vijf cameraploegen, tien fotografen, twee of drie verslaggevers. Geen internationale pers, dat valt me tegen. Het zijn dan wel gemeenteraadsverkiezingen maar de slagschaduw van de man die hier dadelijk zijn stem komt uitbrengen is groot. Wilders is ook in het buitenland nieuws.
We staan in het ijspaleis, zoals het Haagse stadhuis plaatselijk genoemd wordt, en dat is dan niet liefkozend bedoeld. Maar eigenlijk is die witte hal met die enorme vide heel warm. Direct links naast de hoofdingang, in een hoekje van de hal, is een stembureau ingericht. District 733.
Kiezers, wachtend op hun beurt, vormen een rijtje. Het steekt schuin de hal in. De camera’s filmen, een man in een motorpak, de helm in zijn rechterhand, maakt er bezwaar tegen. Ruziet even. Ik geneer me voor mijn toestel, het voelt inderdaad alsof je van iemand iets rooft, telkens als je afdrukt.
Maar de man met de motorhelm is collateral damage – wij komen voor Wilders. Waarom eigenlijk? Hij is hot, we hebben hem zelf heet gemaakt, nu zuigt hij ons aan. Blaasbalgen zijn we.
Een autochtone vrouw die net heeft gestemd, passeert. Ik schrijf ’autochtone’ omdat ze opzichtig een hoofddoek draagt, verkeerd om haar hoofd gebonden. „Willen jullie mijn hoofddoek niet filmen?”, vraagt ze de cameramensen. Die lachen een beetje. Misschien weten ze niet dat de vrouw actie voert, ze volgt een oproep om met een hoofddoek om te gaan stemmen.
Maar wij komen voor Wilders. Even na negenen rent uit ons midden een cameraman, gevolgd door zijn hengelende geluidsman, de hal in. Hij moet Wilders gezien hebben. We rennen allemaal achter hem en achter ons instinct aan.
En ja, daar is hij, midden in de hal, hij praat tegen een bolvormige microfoon waar een ’W’ op staat. „Wij denken dat de mensen in Den Haag en Almere genoeg hebben van de gevestigde partijen”, zegt hij tegen de ’W’. Hij gebruikt niet het woord ’spuugzat’. Het is nog vroeg in de morgen.
Vijf beveiligingsmensen tel ik, ze vormen een kring rond hun object. Ik neem een van hen in mij op, hij doet bij mij hetzelfde. Zijn blik glijdt langs mij naar beneden, zoekt naar mijn handen, ziet dan mijn digitale cameraatje.
„Moet ik in de rij”, vraagt Wilders hem uit zijn mondhoek als het richting stembureau gaat. Hij mompelt van ja. Dus sluit hij aan, de man die Nederland veranderen wil.
Alles filmt en hengelt, ook als hij met dat rode potlood in het stemhokje staat. Het hokje is hem door diezelfde beveiliger aangewezen, want ook daarover aarzelde hij. Een beetje tragisch is dat: zo weinig vrij is de leider van de Partij voor de Vrijheid. Hij laat daarna zijn biljet in de grijze kliko glijden. Met een gleuf en een slot.
Dan verdwijnt hij weer. En ook wij zijn verdwenen – om de wereld te vertellen wat we gezien hebben.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.