*

 

Slobeend rust uit

Koos Dijksterhuis − 06/03/10, 00:00

Al smelt het ijs in de buurt, de eenden zijn gehecht aan de plek waar ze wekenlang een wak openhielden. Als je er met een plastic zak ritselt of zelfs maar even stil blijft staan, peddelen de meerkoeten en het leeuwendeel der eenden direct op je af. Brood! De eerste eendenverkrachtingen vinden ook plaats: lente.

  • Slobeend. (Koos Dijksterhuis)

Veel mensen zien een verband tussen eenden voeren en eendenverkrachtingen – dat misverstand houdt hardnekkig stand.

Niet alle eenden komen op brood af. De kuifeenden en smienten talen er niet naar. De kuifeenden verspreiden zich nu over het land. Smienten hangen hier rond tot mei. Ze broeden ver in het noordoosten.

Er is één vreemde eend in de bijt. Een vrij plompe met een grote, breed uitgelopen snavel. Die slobbersnavel is van een slobeend. Het is een woerd, met glanzend groene kop en een roestbruine buik. Als hij dobbert zie je die buik niet, maar wel beide roestbruine zijden. Als de eend op een net onder de waterspiegel liggende tak kruipt, en zich even opricht om de veren te schudden, kijk je van onderen zo tegen die roestige buik aan. De woerd is uitgeschud, hij rust even uit, zijn witte borst naar voren. Maar daaronder is nog net een buikomspannend randje roest te zien.

Iedere lente zie ik hier slobeenden. Ze broeden bij een drassig graslandje met waterriet aan de ene en weilanden aan de andere kant. Slobeenden zijn weidevogels. Ze hebben geleden onder verlaging van het waterpeil en al die andere ingrepen van de intensieve landbouw. Ze broeden nog het meest in de Utrechts-Zuid-Hollandse veenweiden en de lage delen van Friesland en Noord-Holland.

mailIcon print |