Vorig jaar verspreidden kuifeenden zich na de broedtijd over allerlei wateren. Vervolgens zochten ze weids, open water op. Dat schreef ik afgelopen herfst. Afgelopen winter trokken ze een stukje zuidwaarts, maar doorgaans verzamelen zich op het Markermeer voor de winter tienduizenden kuifeenden uit binnen- en buitenland. Ze duiken er naar driehoeksmosselen, hun lievelingskost. Ze duiken als het nodig is wel zes meter diep. Daar is het donker, maar kuifeenden kunnen zelfs in troebel, voedselrijk water op de tast hapjes opduiken; plantaardige en dierlijke hapjes.
Die mosselen slikken ze helemaal in en kraken ze in hun gespierde maag. Het mosselgruis poepen ze weer uit. Met het broedseizoen voor de deur verspreiden ze zich weer via allerlei wateren over Nederland. De naar schatting 15, 16 duizend paartjes broeden op het platteland en in natuurgebieden. Maar nu zwemmen ze nog in kanalen, plassen en stadsvijvers. De mannen pronken met hun nieuwe broedkleed: gitzwart met sneeuwwit. Hun zwartomrande ogen fonkelen goud. Hun snavels zijn ijzerblauw. Hun kuifje ligt soms plat over hun achterhoofd, maar weet ongetwijfeld vrouwen te bekoren. Die zijn minder uitbundig gekleurd: bruin, want zij draaien straks op voor de eieren, ze hebben een schutkleur nodig. Ze broeden op de grond en op de grond struinen liefhebbers van eieren rond. Ze verstoppen hun nest trouwens zo goed onder het gras, dat ze in carnavalskostuum al nauwelijks zichtbaar zouden zijn.
Kuifeenden broeden vaak in de buurt van een nestkast met torenvalken. Dat lijkt gevaarlijk, maar is waarschijnlijk juist veilig. Een paartje torenvalken probeert kraaien uit de buurt te houden. Soms zal er wel een jong eendje door een valk gepakt worden. Een kuiken als beschermgeld.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.