*

 

Raadpleeg het volk niet!

Rob Schouten − 08/03/10, 00:00

O, wat snap ik die IJslanders goed. Ja, zelden heb ik me zo verwant gevoeld met het volk van IJsland, kom hier ouwe Vikingen van me!

Want stel je eens voor, Amerika en, zeg Italië, hebben in Nederland een bank ontdekt die ze veel meer rente geeft en brengen daar dus voortaan hun centjes naartoe. Maar de bank blijkt malafide en valt om. De Amerikaanse en Italiaanse regeringen schieten het geld aan de gedupeerde klanten even voor maar gaan het terughalen bij Nederland. Nu moeten de onschuldige Nederlandse burgers voor het verschil opdraaien, en met rente.

Wat zou, dunkt u, de uitslag in Nederland zijn van een referendum over de wenselijkheid van deze zaak? Ja, zult u zeggen, maar wij hebben zo’n malafide bank helemaal niet. Advocaat van de duivel dan weer: maar jullie hebben er uit het buitenland wel een toegelaten, jullie hadden ook kunnen zeggen: nee. De Fransen bijvoorbeelden moesten Icesave niet.

Maar de Nederlanders zagen een paar (pro)centjes meer aan de horizon gloren en hapten toe. Ook wel een beetje eigen schuld kortom. Dus snap ik de reactie van Gunnar Gunnarson en Eva Haraldsdottir, die hun geld gewoon in een goede IJslandse sok hadden gestopt, heel goed.

De vraag is alleen, had president Grimsson er een referendum over moeten laten houden? Ik zag ’m op de televisie een vraagteken opzetten toen hij hoorde van de frustraties bij Wouter Bos en zijn Britse collega. Jullie zijn toch ook goede democratische landen, zei hij, die het keurige instrument van het referendum kennen? Klopt, maar referenda zijn soms helemaal geen goede instrumenten. Soms moet je als regering je volk iets door de strot duwen, noem het dan maar voor hun bestwil.

Ik hoorde een tijdje geleden een Franse professor over de doodstraf zeggen, dat in zijn land de bevolking ruim vóór zou stemmen als er nu een referendum werd gehouden. Niet doen dus. Toen na de Val van de Muur de bewoners van de voormalige Duitse Bondsrepubliek hun kans roken om de verloren gegane bezittingen in het Oosten weer terug te krijgen, zei de regering: nee, krijg je niet. Een dikke streep natuurlijk door de hongerende ogen van de vergeefse huisjesbezitters van weleer, maar in dit geval woog het nationaal belang van een min of meer ordentelijk verlopen overgang veel zwaarder dan dat van hebberige individuen.

Ik zie nog het teleurgestelde gezicht van mijn schoonvader die al in een schriftje had zitten uitrekenen wat hij al die jaren aan pacht was misgelopen. En zo had misschien ook de IJslandse regering, in navolging van het parlement, maar moeten zeggen: nee, we nemen deze schuld op ons. Dan maken we een goede beurt, we kunnen geld lenen van het IMF en mogen toetreden tot de Europese Unie, dat zal ons op den duur tot voordeel strekken; regeren is vooruitzien nietwaar?

Morrende IJslanders her en der, misschien wat stakingen over een of ander, enkelingen die kopje onder gaan, maar beter voor IJsland. Of riekt het te veel naar Pol Pot die ook wist wat goed was voor zijn volk. Dat is de moeilijkheid van politiek, het eeuwige geschipper tussen ideologie en praktijk.

mailIcon print |