*

 

Het succes van eigen kracht

Somajeh Ghaeminia − 08/03/10, 00:00

In een Eigen Kracht-conferentie bedenken familie en vrienden zelf oplossingen voor een familielid in nood. Zelfs gezinnen die onder toezicht staan blijken hiertoe in staat. Langzaam dringt deze succesvolle methode de jeugdzorg binnen.

  • "Het netwerk van het gezin is vaak veel sterker dan wordt gedacht", zegt directeur Rob van Pagée van de Eigen Kracht Centrale. (Trouw)

Anastasia is geen ’familietype’, vanwege de bemoeizucht. De jonge, alleenstaande moeder met Surinaams bloed, heeft graag zelf de touwtjes in handen. Daarom heeft ze geen hulp gevraagd toen, vlak na de geboorte van haar zoon, haar problemen uit de hand liepen. Ze had schulden, werd agressief, bleef drinken en blowen terwijl haar baby de volle aandacht van zijn moeder nodig had. Ze worstelde in haar eentje en toen ging het mis: zoon Melvin, negen maanden oud, was niet meer veilig bij zijn moeder. Hij werd uit huis geplaatst en ging bij zijn oma wonen.

Ze vertelt haar verhaal zo kort mogelijk, met een zenuwachtige glimlach, haar mobieltje in de hand. In een zaaltje van het wijkcentrum wacht ze op haar familie, die ze heeft uitgenodigd voor haar Eigen Kracht-conferentie: met hen wil ze nu een plan maken over haar toekomst, en die van Melvin. Met zijn vader is geen contact. Ook drie hulpverleners en de Eigen Kracht-coördinator – die deze bijeenkomst heeft georganiseerd – wachten met haar mee. Ze praten over de zware maanden die achter de rug zijn.

Een web van hulpverleners spon Anastasia om zich heen: psychiatrische hulp, schuldhulpverlening, reclassering, een gezinsvoogd, pleegzorgbegeleider en maatschappelijk werk. „Ze heeft keihard gewerkt”, zegt de gezinsvoogd van Bureau Jeugdzorg. „Aan zichzelf, maar ook aan haar huis: dat is mooi opgeknapt en kindvriendelijk. Nu is Anastasia zo ver dat ze zelf voor Melvin kan gaan zorgen.”

Maar eerst wil de gezinsvoogd een plan zien. Hoe gaat de overstap van het pleeggezin naar moeder, wil hij weten. Hoe kan Melvin wennen aan zijn nieuwe woonsituatie? En wat gebeurt er als Anastasia een terugval krijgt? Of als ze weer ruzie maakt met haar eigen moeder? De gezinsvoogd, die erop toeziet dat Melvin veilig op kan groeien, laat de beantwoording van die vragen over aan Anastasia zelf, en aan haar familie.

Tante Sharon, die niets wist van Anastasia’s problemen, is er al. Ze hoort het allemaal aan. Vol verbazing schudt ze haar hoofd, onophoudelijk. „Wist je dan niet waar ik woonde?”, vraagt ze aan haar nichtje. „Dan was het nooit zover gekomen. Ik ben echt teleurgesteld.”

Een Eigen Kracht-conferentie, naar voorbeeld van de in Nieuw-Zeeland ontwikkelde ’Family Group Conference’, wordt steeds vaker ingezet in de jeugdhulpverlening. In een conferentie wordt samen met familie, vrienden en andere bekenden een plan gemaakt om een situatie te verbeteren of een probleem op te lossen. In Nederland zijn er 3000 van deze bijeenkomsten gehouden. Met succes, blijkt uit onderzoek (zie kader). Bij gezinnen met kinderen die onder toezicht staan, werkt een Eigen Kracht-conferentie (EKC) minstens zo goed als reguliere hulpverlening, ook op langer termijn. De positieve veranderingen laten zich bovendien eerder zien na een EKC.

Voordat Rob van Pagée voor het eerst kennis maakte met deze methode, was hij sceptisch. „Niet meer dan een interessant maniertje om de familie erbij te betrekken”, dacht de huidige directeur van de Eigen Kracht Centrale. Inmiddels probeert hij met steun van onderzoeken, voorlichting en succesvolle voorbeelden de hulpverleningswereld te overtuigen van deze methode: „Eigen Kracht gaat over burgerschap en verantwoordelijkheid, over autonomie. De kern is dat mensen eigenaar zijn van hun eigen probleem én van de oplossing.”

Dat vergt een omslag in het denken over hulpverlening, weet Van Pagée. Met name de hulpverlening aan families met complexe problematiek. Niet de therapeut heeft de regie, maar de familie zelf. Van Pagée: „Er is veel ongeloof over het feit dat mensen zelf hun problemen kunnen oplossen. De hulpverleners hebben er immers voor geleerd, zij weten hoe het moet.”

Zo heeft hij met boosheid de discussie rond baby Hendrikus gevolgd. De zoon van een zwakbegaafd echtpaar werd vlak na zijn geboorte bij zijn ouders weggehaald. Na veel commotie besloot de rechter negen maanden later dat het kind toch bij zijn ouders mocht wonen. De zaak van Hendrikus illustreert hoe ons systeem werkt, zegt Van Pagée. „Het waren hulpverleners die bepaalden dat deze mensen niet voor hun kind konden zorgen. Zonder het netwerk goed te raadplegen besloten zij dat dit gezin te weinig hulp om zich heen had. Een bezorgde tante en oom stapten vervolgens naar de pers. Allerlei buitenstaanders bemoeiden zich er mee. Ik zeg niet dat deze baby bij zijn ouders had moeten blijven. Het gaat er alleen om hóe dat besluit is genomen: enkel op basis van ervaringen van hulpverleners en de wet. Het netwerk van dit gezin werd buitenspel gezet.”

Een netwerk is vaak sterker dan gedacht, zegt Van Pagée. „Feit is dat het een familie negen van de tien keer lukt om een plan te maken. In dat plan wordt niet alleen de hulp van de buurvrouw en oma geregeld, maar ook die van de maatschappelijk werker. Het komt van de mensen zélf. Met hun inzet kun je als hulpverlener veel effectiever aan de slag. Je hebt immers vele harten en hoofden ter beschikking.”

Dat scheelt bovendien geld en wachtlijsten in de jeugdzorg, zegt Van Pagée. Hij wil daarom dat de Eigen Kracht-methode wordt verankerd in de wet. Alleen dan wordt het sneller en massaler toegepast en worden kinderen als baby Hendrikus adequater opgevangen, denkt hij.

Ook minister Rouvoet (jeugd en gezin) is enthousiast over Eigen Kracht. „Het sluit aan bij het bredere uitgangspunt van Jeugd en Gezin om zoveel mogelijk de eigen kracht van jongeren en gezinnen te stimuleren”, zegt zijn woordvoerder. Het ministerie financiert een onderzoek naar de resultaten van inzet van Eigen Kracht bij centra voor jeugd en gezin in provincie Overijssel. Maar bij wet een methode voorschrijven is niet denkbaar. „Bureau Jeugdzorg kan zelf de professionele afweging maken of de Eigen Kracht-conferentie in een specifieke situatie een goede methode kan zijn.”

Jan-Dirk Sprokkereef van de MO groep Jeugdzorg ziet steeds meer collega’s van Bureau Jeugdzorg een beroep doen op de Eigen Kracht-methode. „Het is een mooi instrument dat invulling geeft aan het gat tussen professionele zorg en ’lichte’ opvoedproblemen waar de gemeente verantwoordelijk voor is.” Dat hulpverleners soms terughoudend zijn komt omdat ze verantwoordelijk zijn voor de veiligheid van kinderen, zegt Sprokkereef. Als het kind onder toezicht staat bijvoorbeeld. „Dan bedenkt de familie een mooi plan. Maar als daarin staat dat het kind terug kan naar zijn vader die in het verleden gewelddadig is geweest, dan moet je goed toetsen of dat de juiste oplossing is.”

Dat vereist een heel goed samenspel tussen de familie en de professional, weet hoogleraar jeugdbescherming Wim Slot, betrokken bij een van de onderzoeken naar de uitkomsten van Eigen Kracht-conferenties. Hij vindt EKC een goed middel, ook in gezinnen met kinderen die onder toezicht staan. „Interessant is waarom dit zo goed werkt. Er zijn veel gezinstherapeutische programma’s, maar daar blijft het de professional die de regie heeft. Met de EKC maak je een radicale omslag. Een groep mensen die voorheen als oorzaak van problemen werd beschouwd wordt nu aangesproken als het begin van een oplossing. Daar zit een grote kracht in. Het beste dat mensen kan overkomen is het gevoel dat ze nodig zijn.”

Jan Wolters ervaart dat bij elke conferentie die hij organiseert. Hij is ruim zeven jaar Eigen Kracht-coördinator: een onafhankelijke burger die geen hulpverlener is maar goed kan organiseren. Schoonzussen die elkaars bloed wel konden drinken, gewelddadige ouders, familieleden die elkaars bestaan niet eens kenden, Wolters heeft ze allemaal bij elkaar gekregen. „Ik ben vaak geschrokken van de omvang van de problematiek in gezinnen. Zitten ze uiteindelijk uiterst gespannen bij elkaar, worden er weer oude koeien uit de sloot gehaald. Maar dan is er altijd een tante of een oma die opstaat en zegt: ’Dit verhaal ken ik nu wel. Ik ben hier niet gekomen om dit gezeik aan te horen. Ik ben hier voor Marietje’.”

Dan gebeurt er iets, zegt Wolters. Iedereen wil immers dat kind helpen. „Wat me iedere keer bij blijft is waar families toe in staat zijn. Ze maken prachtige plannen. Ik heb nooit meegemaakt dat Bureau Jeugdzorg die niet goedkeurde.”

Ook het plan van Anastasia is wat betreft de gezinsvoogd in orde. Anastasia vertelt het een dag later, met grote opluchting in haar stem. Na een vakantie met oma in Suriname, zal de kleine Melvin weer bij haar gaan wonen. Eerst een paar dagen in de week, om langzaam te wennen. „Aan mij nu de taak me te gedragen als een moeder”, zegt Anastasia beslist. „Mocht ik een terugval krijgen, dan gaat mijn moeder oppassen en vraag ik om hulp. Ik heb ook de familie van mijn vader gebeld. Zij waren niet bij mijn Eigen Kracht-conferentie omdat er ruzie is binnen de familie. Maar ook zij willen me graag helpen.” Ze durft weer op haar familie te vertrouwen, zegt Anastasia. Dat is voor haar essentieel. „Toen mijn ouders op mijn vijftiende gingen scheiden, voelde ik me in de steek gelaten. Niemand keek naar me om, dacht ik. Toen begonnen de problemen. Nu voel ik dat ik niet alleen ben.” En tante Sharon? „Die mag regelmatig oppassen als ik straks weer aan het werk ben.”

De namen van Anastasia en haar familie zijn gefingeerd.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />