*

 

Bewaren, behouden

Rob Schouten − 12/03/10, 00:00

Ter gelegenheid van het Boekenbal, afgelopen dinsdag, had mijn uitgever voor de feestgangers een buffet georganiseerd, waaraan ook uw dienaar aanzat.

Ik kwam daar te zitten naast een bekende columniste van een andere krant. Ik zal haar naam niet noemen want ze moet natuurlijk zelf aan haar eigen gedachten verdienen, maar ze bekende me dat ze almaar conservatiever werd naarmate ze ouder werd en meer geld begon te verdienen. Geen opzienbarende gedachte of verschijnsel, maar in zijn directheid trof het me toch. Ja, een naakte waarheid, dacht ik, oudere en rijkere mensen hĂ©bben nu eenmaal meer om te bewaren. Ik herken het bij mijzelf ook sterk. Ik stem nog wel linksig, uit een soort trouw aan mijn verleden zeg maar, maar ik begin toch steeds behoudender trekjes te vertonen. Bewaren, behouden, dat is het. Misschien zijn mijn oldtimers niet het sterkste voorbeeld maar ik had me als jongeling nooit kunnen voorstellen dat mensen me nog eens voor een echte autobezitter zouden verslijten. Ik probeer niet al te veel oldtimerigs uit te stralen, zit niet pijprokend en met een geruite pet achter het stuur, maar het is wel uitkijken geblazen met mijn imago. Ook draai ik mijn hand tegenwoordig niet om voor de aanschaf van bijvoorbeeld een Chesterfield-bank of een klassieke bureaulamp. Ik liep onlangs door een woonboulevard en merkte dat ik alle modernismen oversloeg en steeds in winkels met donker hout of een koloniale uitstraling ging kijken. Het zijn natuurlijk maar symptoompjes maar ze zeggen iets. Ernstiger is het in mijn geestesleven gesteld. Ik begin bijvoorbeeld, als een echte conservatief, mijn eigen verleden al langzamerhand beter te vinden dan het heden. Heb het gevoel dat de dingen beter geregeld waren, of dat mensen degelijker in elkaar zaten. Nee, de gulden hoef ik niet terug maar misschien een wat ingehoudener beschaving, wat meer reserve op allerlei terrein. Technologische vaart en culturele losheid leiden, zo hoorde ik mijn sleetse hersencellen denken, tot een overdreven, onnadenkende maatschappij. Ik zag het aan mijn kinderen. Hun taalgebruik is ongeremd. Op de middelbare school noemden ze een klasgenoot die wel eens een joint opstak of er een verkocht ’een echte crimineel’. En een ander vriendje van een vriendin, die naast die vriendin ook wel eens met vrienden gaat stappen, heeft ’een dubbelleven’. Overdreven, zeg ik als ik dat hoor, jullie kijken te veel tv. Maar nee, wat weet ik er nou van? Het is allemaal heus waar. Ik moet kortom oppassen dat ik niet te knorrig begin te doen over deze tijd en mijn hoofd in een verheerlijkt verleden steek. En dus blijf ik dapper meedoen, bekijk soms de ergste programma’s, neem me voor naar Avatar of Alice in Wonderland te gaan, maak me zorgen over de opwarming van de aarde en bereid me in het algemeen voor op een soort leven dat pas na mijn dood tot ware ontplooiing zal komen. Een soort Mozes op de Nebo: ’Ik heb het u met uw ogen laten zien, maar gij zult daarheen niet overtrekken.’ In de vertaling van mijn jeugd.

mailIcon print |