Dreigbrieven, nachtelijke telefoontjes en klappen: drie op de tien gemeenteraadsleden zijn wel eens bedreigd of erger, blijkt uit een enquête van Trouw onder lokale politici.
De eerste keer dat Antoon Claassen werd bedreigd, stapte hij naar de politie. De lijsttrekker van GroenLinks in Wassenaar werd gerustgesteld met de boodschap dat ’degenen die het hardst roepen, hun dreigement bijna nooit uitvoeren’. De daaropvolgende keer werd hij in elkaar geslagen.
Vervolgens werd Claassen het slachtoffer van telefonische bedreigingen. „Op het moment dat je aarzelt om de telefoon op te nemen, beheerst het je leven”, vertelt hij. „Zeker wanneer de tekst luidt: ’Ik weet waar je kinderen zijn’.”
De reden voor de bedreigingen? „Het had altijd te maken met besluiten waar ik als politicus bij betrokken was.”
Marije van den Berg, PvdA-raadslid in Leiden, is eveneens bedreigd. „Om teksten als ’ze zouden je moeten nemen met een kebabspies’ kon ik eerst nog wel lachen, maar toen ik op mijn mobieltje anonieme telefoontjes ontving, ben ik toch maar naar de politie gegaan. Ik heb dagenlang met een voetbalfluitje om mijn nek gelopen en na twee keer fluiten ben ik nooit meer teruggebeld.”
Opmerkelijk is dat drie van de vier bedreigde politici geen aangifte doen. De meesten proberen de intimidatie te negeren. „Zodra bedreigingen je eigen functioneren beïnvloeden, of erger, de besluitvorming torpederen, moet je direct stoppen”, vindt Claassen.
Van den Berg: „Lastige ervaringen met burgers horen er nu eenmaal bij. Ik wil het niet bagatelliseren, maar ik zie geen reden om ermee op te houden.”
Die mening is ook Joan Damen, raadslid van de VVD in Helmond, toegedaan. „Het politieke vakwerk heeft niets aan bangeriken. Dat betekent dat je ondanks bedreigingen blijft doen en zeggen waar je voor staat.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.