’s Nachts kwam hij me zijn ontzagwekkende erectie tonen.
Ik was veertien, en nog geen week op het internaat.
Mijn ouders hadden me gebracht, met een koffer vol kleren. Die eerste dagen was het gevoel van verlatenheid nog erg groot. Ik lag op mijn bed in mijn chambrette, een kamertje met een bed, kast en wastafel, dat alleen met een gordijn van de gang was gescheiden. Vanaf je bed keek je recht naar het hoge dak met zijn balken, want de chambrette was van boven open.
Op de muren kon je iets persoonlijks ophangen, een foto van thuis, zoiets. Mijn buurjongen had foto's van koeien en varkens – die kwam van een boerderij.
Met honderden lagen we zo op de slaapzaal, waar op vastgestelde tijden het licht uitging. Dan begon de priester aan zijn surveillance, en schoof hij even het gordijn opzij om te zien of je wel in je bed lag. Niet lang daarna kwam die klasgenoot, en toonde zijn erectie. Of ik hem wilde aanraken, vroeg hij, maar dat wilde ik niet.
Zo begon eind jaren zestig, op het aartsbisschoppelijke klein seminarie in Apeldoorn, mijn kennismaking met het internaatsleven, driehonderd jongens, een stuk of veertien priesters, in een groot gebouw met een park erom, en daaromheen een hoge muur. En onder het hoge dak van de slaapzalen gierden de hormonen.
Ik ben niet misbruikt, als we het exhibitionisme van mijn klasgenoot niet al te zwaar nemen, maar bij veel van wat zich binnen de muren afspeelde, echode het seksuele mee, meestal verholen en broeierig, meestal ook tussen de jongens onderling. Soms in echte vriendschap en genegenheid, soms in spelletjes die het verbodene verkenden.
Het beleid van het seminarie leek erop gericht seksuele opwinding te ontmoedigen: er stond veel sport op het programma, het park voorzag in voetbalvelden en een gymzaal en in de winter was er een schaatsbaan. De doucheruimtes waren dof betegeld, om elke reflectie te voorkomen en al te intieme vriendschappen werden door de leiding niet gedoogd. Ik geloof dat ik zelf eens zo'n geval aangaf, zo'n geval van 'noodhomoseksualiteit' zoals dat in de literatuur heet, maar daarvan had ik toen nog nooit gehoord. Ik deed het op verzoek van de betrokken jongens, geloof ik, want die voelden zich schuldig over hun verhouding. De priester riep daarna de jongens voor een ernstig onderhoud bij zich, een voor een, en deelde ze zijn bezorgdheid mee.
Maar zo'n persoonlijk onderhoud op de kamer van de priester kon ook de vorm aan nemen van fysiek contact, dan werd er wel eens 'gestoeid', zo is me destijds verteld, want er waren onder de jongens oogappels, dat wisten we - die hadden bij sommige priesters een streepje voor.
Ik beleefde het internaat in zijn nadagen, en verbleef er ruim drie jaar. Het seminarie liep leeg. we behoorden tot de laatsten. Morgen meer - met hulp van dagboeken.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.