*

 

India en Brazilië helpen armste landen

Han Koch − 26/03/10, 00:00

Terwijl de rijke landen zich vooral nog richten op de traditionele ontwikkelingshulp, bieden nieuwe spelers op het wereldtoneel vooral hulp langs de weg van handel. Zo willen Brazilië en India de minst ontwikkelde landen in de wereld steunen door deze onbeperkt toegang te geven tot hun markten.

  • Een Nigeriaanse boer verspreidt handmatig chemicaliën over zijn land. (FOTO BLOOMBERG)

De beide opkomende economische machten zullen de armste landen geen invoertarieven en beperkingen opleggen wat betreft toegestane handelsvolumes, zo hebben zij onlangs de wereldhandelsorganisatie WTO laten weten.

Versoepeling van de handel met de minst ontwikkelde landen is niet nieuw; zowel de EU als de VS hebben een aparte regeling voor deze groep. Beide handelsblokken maken echter ten opzichte van sommige producten nog voorbehoud. Brazilië en India zeggen geen producten uit te sluiten. Dat betekent voor de armste landen met belangrijke landbouwproducten als cacao, katoen en rietsuiker, maar ook textiel de Indiase en Braziliaanse markt op kunnen.

Brazilië zegde vorig jaar, tijdens de onderhandelingen over het zogeheten Doha handelsakkoord, de WTO al toe op een regeling te studeren. Halverwege dit jaar moet voor 80 procent van de producten het nieuwe beleid in werking treden.

India was het eerste ontwikkelingsland dat de armste landen een voorkeursbehandeling geeft. Een groep van 14 arme ontwikkelingslanden profiteert al van de regeling. Het gaat onder meer om Bangladesh, Nepal, Cambodja en een groot aantal Afrikaanse landen. Het eerste land heeft al laten weten profijt te hebben van de open handelsrelatie. India roept de andere minst ontwikkelde landen (ongeveer 40) op van de regeling gebruik te maken. Dat landen aparte regelingen treffen komt doordat er al negen jaar wordt onderhandeld over het mondiale handelsakkoord. De voorkeursbehandeling zou daarin geregeregeld moeten worden.

Brazilië steunt niet alleen via de handelspolitiek de minst ontwikkelde landen. Zo krijgt Mozambique middels een project dat samen met Japan wordt uitgevoerd ook steun bij het opkrikken van de rijstproductie. Het Afrikaanse land heeft 55 miljoen hectare beschikbaar waarvan volgens het Japanse agentschap voor internationale samenwerking slechts 3,6 procent voor landbouw wordt benut. Op die grond zou droogte-resistente rijst gepland kunnen worden. De bodem en het klimaat zijn vergelijkbaar met wat in Brazilië de cerrado wordt genoemd: vrij droge gronden met lage begroeiing. De Brazilianen oogsten 2,8 ton soja of 4 ton maïs per hectare. Zij denken met technische hulp een vergelijkbare productie in Mozambique te kunnen bereiken. Dat land is nu nog rijst-importeur, maar zou binnen vijf jaar exporteur (naar Zuid- Afrika en Botswana) kunnen worden.

De Japans-Braziliaanse samenwerking bestaat al enige tijd. Ongeveer dertig jaar geleden hielp Japan Brazilië bij het opbouwen van de landbouwsector. Beide landen denken dat hun bedrijfsleven van de steun aan Mozambique zal profiteren door de verkoop van technologie en landbouwmachines.

mailIcon print |