*

 

Buitenwacht sloot ogen voor misbruik

Henk Tieleman, econoom/antropoloog en hoogleraar godsdienstsociologie te Utrecht − 11/03/10, 00:00

De verontwaardiging richting rk-kerk is selectief. De omgeving maakte misbruik door priesters mogelijk.

  • Beeld uit de film   'The Magdalene Sisters'.  (Trouw)
    Beeld uit de film 'The Magdalene Sisters'. (Trouw)

De aanzwellende stroom van meldingen over seksueel misbruik door priesters en andere morele uitglijders onder kerkelijk gezag zwelt aan. Het zal nog wel even doorgaan: de deksel is van de put en het hek van de dam. De rk-kerk, door velen en vooral ook zichzelf gezien als een moreel kompas, laat het eens te meer afweten.

Verwijzingen naar eerder moreel falen – ketterjacht en Inquisitie, kruistochten en het ’gedogen’ van allerlei dictators met hun schendingen van mensenrechten – kunnen natuurlijk niet uitblijven. Links en rechts laten mensen van zich horen die altijd al wel wisten ’dat de kerk niet deugt’. Ze hebben ongetwijfeld groot gelijk: niets is zo menselijk als de kerk. Maar toch is er zo langzamerhand iets dat mij begint te storen aan de complete verontwaardiging die zich op de kerk richt.

Een paar jaar geleden schokte de film ’The Magdalene Sisters’ heel Ierland en een deel van de katholieke wereld met het in beeld brengen van de systematische slavernij, vernedering en (seksueel) misbruik waaraan ’gevallen vrouwen’ werden onderworpen: ongehuwde moeders, verkrachte vrouwen die ’dus’ kennelijk de mannen hadden verleid tot zonde en derhalve als een moreel gevaar voor der samenleving werden beschouwd, en weesschoolmeisjes die in de ogen van de schoolleiding te levenslustig waren. ’Alle mannen zijn potentiële zondaars, ontvankelijk voor verleiding van vrouwen. In elk godvrezend land moet die verleiding dus zoveel mogelijk uit de samenleving worden geweerd.’

Opmerkelijk is het begin van de film. Daaruit blijkt hoezeer het de families en de rest van de samenleving zelf zijn – politie, justitie, schoolleiders – die de ’gevallen vrouwen’ aan de Magdalene Sisters uitleverden en eigenlijk ook hun bevrijding uit de mensonterende praktijken van de kerk tegenhielden. Op ontsnappen uit de religieuze gevangenissen was dan ook weinig kans en het had ook geen zin: de buitenwereld, inclusief de ouders, beschouwden de meisjes evenzeer als zondaressen die bekeerd moesten worden. Maar tallozen moeten er intussen van geweten hebben.

Iets soortgelijks bleek ook twee jaar geleden toen publiek nieuws werd dat op Guernsey en Jersey decennialang weeskinderen systematisch gruwelijk mishandeld en misbruikt waren. Het zijn kleine gemeenschappen, het gonsde er van de verhalen en veel mensen moeten ervan op de hoogte zijn geweest. Maar de doofpotten deden hun werk, en de omgeving kon de ogen gesloten houden.

De simpele moraal van dit soort verhalen is dat een institutie die moreel niet opgewassen is tegen haar eigen machtspositie – in het onderhavige geval: de kerk – in feite zoveel ruimte krijgt als de omgeving en andere betrokkenen haar toestaan. Die omgeving kan achteraf wel geschokt doen – wir haben es nicht gewußt – maar heeft in feite ook heel veel boter op het hoofd.

Natuurlijk, er valt geen goed woord te zeggen over wat de kerk en een deel van haar priesters hebben uitgehaald met kinderen die aan hun zorg en pastorale aandacht waren toevertrouwd. Maar het is niet anders: macht corrumpeert, en ongecontroleerde macht corrumpeert absoluut, dat geldt ook voor de kerk zoals we al heel lang kunnen weten.

Dit soort dingen kunnen alleen gebeuren in een omgeving van religieuzen en leken die het toelaat, die de ogen sluit voor misbruik, de oren sluit voor de signalen van de slachtoffers, hun aangifte belemmert en ze individueel aan hun lot overlaat ’om de lieve vrede’. Het is iets te gemakkelijk om nu in collectieve verontwaardiging uitsluitend de kerk na te wijzen. Het gelovige volk krijgt én maakt ook de kerk die het verdient.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />