Er is de afgelopen 50 jaar veel veranderd in de ooit zo vruchtbare delta van de Nijl. De invloed van de zee werd steeds groter en een drastische afname van de aanvoer van zoet water door de rivier speelt de sterk groeiende bevolking parten. Vooral de boeren lijden eronder. En de regering, die heeft het probleem te laat onderkend.
De ijskoude zeewind blaast over zijn land aan de uiterste punt van de Egyptische Nijldelta. Op blote voeten inspecteert Ahmed el-Barawy (35) zijn dorre gewassen. „Het land brengt elk jaar minder op”, zegt de tanige boer.
In de laag gelegen kuststrook van de delta zijn de boeren verwikkeld in een dagelijks gevecht tegen de oprukkende zee en de verzilting van de grond. De zeewering voor de kust van Rosetta, op de plek waar Napoleon een beroemde zeeslag tegen de Engelse admiraal Nelson verloor, is niet afdoende om de erosie van de kust tegen te gaan.
De kuststrook van de delta ligt tussen de 0 en 1 meter boven zeeniveau. Op sommige plekken slokt de zee het land met tientallen meters per jaar op. In Rosetta worden de boeren langzaam omringd door het zoute water. Maar in tegenstelling tot de buren, die zijn overgegaan op het kweken van vis, weigert El-Barawy zich gewonnen te geven aan het stijgende zeewater.
Zijn oplossing voor de minder vruchtbare wordende grond is simpel: meer mest. „Wat kan ik anders”, zegt de boer. „Ik weet dat het niet goed is voor de grond. Maar ik heb een familie te onderhouden.” El-Barawy laat de kanalen zien die hij vorig jaar liet graven om zijn gewassen met zoet Nijlwater te irrigeren in de strijd tegen het zoute grondwater.
Voor de bouw van de Aswandam in 1970 spoelde het Nijlwater het zout weg en zorgde het elk jaar voor een nieuwe laag vruchtbare slib. Door het afgenomen watervolume van de Nijl, en geholpen door de grootschalige gaswinning in het gebied, klinkt het land met gemiddeld 2.5 mm per jaar in. Nu verdringt het zeewater het zoete water van de Nijl, en is het water in de irrigatiekanalen van El-Barawy binnen de kortste keren brak.
Vertrekken van zijn land is geen optie. „Dit land is altijd van mijn familie geweest”, vertelt hij. „Mijn lot is in handen van God.” Op de nederige woorden volgt een hartelijke lach. „Het enige wat wij kunnen doen is wegrennen als de belastinginspecteur komt.”
Dit kortetermijndenken is precies waar Mamdouh el-Hattab, onderzoeker bij het Egyptische Instituut voor Milieu Studies en Onderzoek, zich zo over opwindt. Van de boeren – die proberen te overleven – verwacht hij niet anders. „Maar bij de overheid heerst dezelfde mentaliteit. Ze steken hun kop in het zand.”
In 2007 wees de klimaatveranderingcommissie van de VN (IPCC) de Egyptische Nijldelta aan als een van de gebieden die het meest kwetsbaar zijn voor de gevolgen van klimaatverandering. Alleen Bangladesh loopt meer gevaar. Op dit moment wordt 15 procent van de Nijldelta bedreigd door het stijgende zeewater.
De verzilting die dat met zich meebrengt, is volgens El-Hattab ’als een kanker’ voor de vruchtbare grond. „Dit is pas het begin. De gevolgen van klimaatverandering beginnen nu pas duidelijk te worden. Het is veel serieuzer dan wordt aangenomen. We moeten actie ondernemen.”
Als de temperatuur in Egypte deze eeuw met 1.8 graden stijgt, gaat volgens de IPCC deze eeuw de zeespiegel met 70 centimeter omhoog. Vier miljoen Egyptenaren zouden hun huis moeten verlaten. Als de IPCC uitgaat van een stijging van 2 tot 4.5 graden en van een zeespiegelstijging van tussen de 1 en 3 meter, komen kuststeden als Rosetta, Port Said en Alexandrië onder water te staan. „Zelfs de meest optimistische berekening betekent een ramp voor Egypte’, stelt El-Hattab. „Maar die ramp moet eerst plaatsvinden voordat er iets aan gedaan wordt.”
Egypte, waar maar 6 procent van het landoppervlak geschikt is voor landbouw, is voor zijn voedselvoorziening afhankelijk van de Delta. Meer dan 60 procent van de gehele Egyptische landbouwproductie is eruit afkomstig. In het verleden gold Egypte als graanschuur voor talloze buitenlandse bezetters. Nu importeert het land een groot deel van het graan om het gesubsidieerde brood te blijven bakken.
Mosaad Kotb, directeur van het Centrale Laboratorium voor Landbouw en Klimaat (CLAC), zegt dat de overheid zich bewust is van de ernst van de problemen. CLAC, een samenwerking tussen verschillende ministeries, is daar het bewijs van. „We ontwikkelen een strategie die de verminderde productiviteit moet opvangen.” Bij CLAC wordt ervan uitgegaan dat 1 procent van de delta – en daarmee 15 procent van de totale landbouwgrond, binnen enkele jaren onherroepelijk verloren gaat. In de rest van de delta zal de productiviteit van het land door verzilting met ongeveer 18 procent dalen, geeft Kotb aan. „We kunnen ons geen afname permitteren.” De snel groeiende bevolking zet grote druk op de voedselvoorziening. Twee derde van de ruim 80 miljoen Egyptenaren woont in de delta. Naar verwachting zal de bevolking in vijftig jaar verdubbelen.
„We hebben meer voedsel nodig”, gaat Qotb verder. „En zoet water. We moeten oplossingen vinden en ons aanpassen aan de nieuwe omstandigheden.”
De overheid is vorig jaar gestart met een campagne die de boeren bewust moet maken van de problemen. In het CLAC-laboratorium, een stuk groen middenin Cairo, wordt geëxperimenteerd met nieuwe gewassen die minder water nodig hebben. „We zijn nog maar net begonnen”, zegt Qotb, „en we werken toe naar een overkoepelende strategie.”
Een belangrijke stap, vertelt de onderzoeker, zal zijn dat Egypte volgend jaar zelf begint met het meten van de stijging van de zeespiegel. De tijd dringt, weet ook Qotb. De landbouwgrond wordt in razend tempo opgeslokt door de snel groeiende bevolking – het groen van de delta maakt gestaag plaats voor het rood van de bakstenen van de oprukkende bebouwing.
Ook de zoetwatervoorziening lijdt onder de bevolkingsgroei. Daarbij neemt het watervolume van de machtige Nijl af, terwijl steeds meer water nodig is om het verzilte land te irrigeren. In 1960 was 3300 kubieke meter zoet water per persoon beschikbaar, nu nog maar 600. Een groot deel daarvan is bovendien vervuild.
Mohamed el-Raey benadrukt de ernst van de situatie. De hoogleraar klimaatstudies aan de Universiteit van Alexandrië voegt nog een paar gevolgen van klimaatsverandering toe. De ’ecologische balans’ van de vijf meren van de delta en de omringende moerassen, verantwoordelijk voor 60 procent van de Egyptische visvangst en een belangrijke stopplaats voor grote aantallen trekvogels uit Europa en Azië, staat volgens El-Raey ernstig onder druk.
Ook heeft klimaatverandering grote gevolgen voor de belangrijkste inkomstenbron van Egypte: toerisme. Negentig procent daarvan bestaat in Egypte uit zogenaamd ’strandtoerisme’. „Er zullen niet alleen minder stranden zijn, ook het koraal van de Rode Zee zal niet overleven als de temperatuur stijgt.”
Het grote probleem in volgens El-Raey dat er zo weinig data beschikbaar zijn. „Er moet veel meer onderzoek worden gedaan. Over het effect van klimaatverandering op de oases weten we bijvoorbeeld helemaal niets.” El-Raey klaagt over het gebrek aan coördinatie bij de overheid. „Ze erkennen tegenwoordig het probleem. Maar vervolgens gebeurt er niets.”
De huidige strategie, gebaseerd op het verminderen van de CO2-uit-stoot, is volgens El-Raey niet de juiste. „Het Westen eist dat we de uitstoot terugbrengen. Egypte is verantwoordelijk voor een luttele 0.6 procent daarvan. Daar zou de focus dus niet op moeten liggen.”
De strategie die El-Raey propageert is er een van aanpassing. In de eerste plaats moet de kust worden versterkt. Naast betere zeeweringen moeten de stranden aangevuld worden met zand. „En we moeten onze gewoonten veranderen. We hebben geen keus meer.”
De boeren moeten voorgelicht worden om zich te gaan richten op kastuinbouw en op het cultiveren van gewassen die beter tegen het zout kunnen. „Maar ze luisteren niet. In Egypte is het iedereen voor zich. Niemand denkt aan de dag van morgen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.