*

 

De Afrikaanse dochters van Leoni

Bianca Bartels − 24/02/10, 00:00

Twaalf jonge zangeressen uit acht culturen moeten de hoop en kracht van een nieuwe Afrikaanse generatie laten zien. Regisseur Leoni Jansen smeedde ze tot een eenheid.

  • Regisseur Leoni Jansen aan het werk met de 17-jarige Charlene uit Zimbabwe. Rechts met de Zambiaanse Racheal (19).  (ANTIEN ALETRINO)
    Regisseur Leoni Jansen aan het werk met de 17-jarige Charlene uit Zimbabwe. Rechts met de Zambiaanse Racheal (19). (ANTIEN ALETRINO)
  • Regisseur Leoni Jansen aan het werk met de 17-jarige Charlene uit Zimbabwe. Rechts met de Zambiaanse Racheal (19).  (ANTIEN ALETRINO)
    Regisseur Leoni Jansen aan het werk met de 17-jarige Charlene uit Zimbabwe. Rechts met de Zambiaanse Racheal (19). (ANTIEN ALETRINO)

Teder wrijft Leoni Jansen over de zwarte blote schouder van zangeres Racheal (19) uit Zambia. „You are my baby”, fluistert ze. Racheal laat het zich heerlijk aanleunen, voelt zich weer even kind, durft klein te zijn naast ’mama’ Leoni. Het is pauze in Nairobi, halverwege de vijf repetitieweken van de voorstelling ’Daughters of Africa’ die door Nederland gaat toeren.

Buiten: voorbij-denderend verkeer, verstikkende uitlaatgassen en grijze skeletten van nooit afgebouwde flats. Binnen: twaalf jonge meiden met goddelijke stemmen uit acht Afrikaanse landen, een swingende band en regisseur Leoni Jansen die de boel opzweept, aan elkaar knoopt en en passant personal coach is van alles en iedereen.

Thuis moet Racheal volwassen zijn. Op haar 16de kreeg ze een tweeling: dochter Blessing en zoon Believer, waar ze alleen voor zorgt. Een moeder heeft ze niet meer, „maar”, zegt ze „Leoni is hier als een moeder. Ze geeft ons haar schouders om op te huilen.”

Vijf maanden ziet Racheal haar kinderen niet, want na de repetities volgt een tour door Nederland. Ze moest een verschrikkelijk moeilijke beslissing nemen om haar kinderen achter te laten, maar ze ziet het ook als een kans nu ze na uitvoerige audities is geselecteerd. „Ik doe het voor mijn kinderen, zodat zij een beter leven hebben dan ik, met genoeg te eten en een opleiding. En nu zijn ze veilig bij mijn zus.”

Racheal zucht, klimt de repetitievloer weer op en zingt met haar zwoele – nu al doorleefde – lage stem: ’Nvela, nvela, nvela...’ (Luister, luister, luister), een Zambiaans lied over een moeder die haar kinderen wijze levenslessen geeft. En dan is de dochter weer moeder geworden. Tienermoeder. Maar toch

Twaalf jonge zangeressen uit acht culturen, die elkaar niet kenden, moeten nu voor de voorstelling een hecht ensemble vormen. „De eerste twee weken waren verschrikkelijk zwaar”, vertelt Jansen. „Niet eens vanwege de verschillen in culturen. Ze vlogen elkaar soms in de haren omdat de groepsorde qua karakters zich nog moest vormen. Ik moest veel bemiddelen en helpen uitpraten, maar nu is het redelijk rustig.”

Neem de 19-jarige kerkkoorzangeres Hannah uit Malawi, wier familie is beschuldigd van hekserij. Of Christine (25), een Idols-Oost-Afrika-finalist uit Kenia. En de explosieve clubzangeres Florence (23) uit Kameroen met een stem als Aretha Franklin. „Ik heb hier geleerd om te praten en niet mijn spierkracht te gebruiken als ik boos ben”, zegt Florence. „Ik kan iemand doden, weet je. Maar ik doe het niet. Ik heb nu respect.” Dat dat nog niet vanzelf gaat, blijkt als Racheal voor de zoveelste keer onhandig met haar hoge hak op Florence’s voet stapt. Gevloek en getier volgt en Jansen grijpt in. Ze spreekt de meiden streng toe: „Dit kán niet! In de Nederlandse theaters moeten jullie alles met praten oplossen. Zonder schelden. Anders kunnen we niet met jullie werken.” De jonge vrouwen binden in.

De voorstelling ’Daughters of Africa’ bestaat vooral uit liedjes uit de landen waar de vrouwen vandaan komen, maar de toeschouwer leert ze ook kennen doordat ze over zichzelf vertellen en over hun moeders, hun vriendjes en hun rituelen. Op besnijdenissen lagen minder taboes dan Jansen had verwacht. Neema (24), een sterke Masaivrouw, vertelt trots in de show dat ze de eerste in haar familie is die zich niet heeft laten besnijden. Jansen: „Maar dood- en begrafenisrituelen kreeg ik er niet in. Ze waren bang dat er door het ’misbruiken’ van die rituelen iemand dood zou gaan.”

Er zit wel een troostlied in voor nabestaanden. De Zuid-Afrikaanse Amo (20) zingt breekbaar. Achter haar staan drie vrouwen die een hand op haar schouder leggen en meezingen met zachte ijle stemmen. Alsof ze uit de hemel neerdalen om haar te steunen. In de kale repetitiezaal al een kippenvelmoment, laat staan straks in subtiel verlichte theaters. Ook veel opzwepende dansnummers, swingende soul en gospel komen in de show voorbij. En humor, zoals wanneer de meiden grotesk blanke toeristen naspelen die hen voor een domme diersoort zonder ontwikkeling aanzien. „Hallo! We staan allemaal op Facebook hoor”, wrijft Enika – een 28-jarige (echte) prinses uit Tanzania – het witte publiek straks in.

Producent Peter Ultee wil de hoop en de kracht van een nieuwe Afrikaanse generatie laten zien. „Deze jonge vrouwen kennen zowel de tradities als de moderne wereld. Natuurlijk is het óók ontwikkelingswerk, omdat we in ze investeren. We betalen ze goede westerse salarissen en helpen ze met sparen. Maar het is geen sociaal werk. Ik vind het een vorm van racisme als je aan hen niet dezelfde hoge eisen stelt als aan artiesten uit Nederland. Het publiek verwacht kwaliteit.”

Om dat bij zulke jonge Afrikaanse meiden te vinden was niet eenvoudig, legt Jansen uit. „In landen als Malawi, Zambia en Tanzania bestaan er nauwelijks professionele zangeressen die internationaal bekend zijn. Het is een enorme doorbraak dat deze vrouwen nu naar buiten komen. En straks komen ze met enorm rijke ervaringen terug. Die vrouwenpower zullen ze in hun gemeenschap blijven uitstralen. Ik ben stuk voor stuk verliefd op die meiden. Ook al moet ik tijdens de repetities af en toe flink aan ze trekken en duwen: ze zijn niet gewend om zulke lange dagen hard te werken. Maar als ze eenmaal zingen is het enorm smullen. Al die geweldige stemmen, al die verschillende muziekstijlen. Het is gewoon muzikaal klaarkomen, haha.”

Met een dikke knipoog vertaalde Jansen met de meiden het oude Dolly Dots-nummer ’Tell it all about boys’ voor de show. Eind januari probeerden ze het uit op een muziekfestival in Nairobi. Het bleek een groot succes. Driehonderd zwoele zwetende mannen met vreetgrage mobieltjes fotografeerden lustig de meiden terwijl ze mee stonden te swingen op de beats die ineens veel spannender klonken dan de truttige Hollandse versie. Voor het eerst ziet Jansen haar ’dochters’ optreden. In de coulissen schieten trotse tranen in haar ogen. „Mama is so proud”, roept ze na afloop tegen de groep.

De band tussen de zangeressen en Leoni Jansen is zo sterk, dat de verbijstering groot was toen Jansen ze een week eerder vertelde dat ze niet de hele tour bij ze zou blijven, maar dat ze na de première nog maar af en toe langs zou komen. Jansen: „Ik heb ze verzekerd dat ze dat aankunnen. Ze moeten op eigen benen staan. Dan zijn ze nóg trotser op zichzelf.”

Voor Charlene is het waarschijnlijk het zwaarste om los van ’Mama Leoni’ te komen. Ze is net 17 en verloor beide ouders toen ze vier was. Charlene: „Ik zing in de show een lied uit Mozambique, en niet uit mijn geboorteland Zimbabwe. Stiekem vind ik dat leuk. Mijn moeder stierf zonder dat ze wist dat haar vader uit Mozambique kwam. Daarom zing ik dit lied speciaal voor haar. Ik voel dat ze blij is dat ik dit zing. Het is ook tijd om mijn hoofd weer op te heffen. En het mooie is dat ik nu Leoni heb als een nieuwe moederfiguur.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />