*

 

Net een nieuw gezin

Iris Pronk − 22/02/10, 00:00

Na jaren onzekerheid waren Rowena en Richard Pet op weg naar dubbel geluk: een ’eigen’ baby én een adoptiekind. Tot de beving op Haïti.

  • (Trouw)

Het was verbazingwekkend hoeveel spaghetti er in één klein ventje paste. De bijna driejarige Arnaud liet zich voeren door zijn nieuwe ouders, Rowena en Richard Pet. Hap, hap, steeds ging zijn mond open, totdat het bord was leeg geschraapt.

Een paar uur eerder hadden ze elkaar voor het eerst ontmoet, in kindertehuis L'Espérance in Port-au-Prince. Arnaud ontdekte Rowena op het pad langs het tehuis, riep ’Mama!’ en begon vervolgens lang en hard te huilen.

Eenmaal gekalmeerd zette het jochie de zonnebril op die zijn adoptieouders voor hem hadden meegebracht. Hun tweede cadeau, een pluchen pinguïn, durfde hij nog niet direct te pakken. Misschien vond hij de knuffel te groot, te intimiderend op een dag die toch al zoveel veranderingen bracht.

Ook voor het echtpaar Pet was de elfde januari een emotionele dag. Rowena was snel in tranen, Richard bleef uiterlijk kalm, maar was van binnen gespannen. Want naar deze ontmoeting met Arnaud hadden ze tweeënhalf jaar toegeleefd.

Ze kregen hem als baby toegewezen – over het ’waarom’ zwegen ze, als Arnaud groter was zou hij zelf mogen beslissen wat hij wilde vertellen. Ze zagen foto's, hechtten zich op afstand aan hun zoon. Maar de procedures in Haïti duren zo lang, dat ze hem nu pas in hun armen mochten sluiten.

Nog diezelfde week zou Arnaud mee gaan naar Winkel in Noord-Holland, waar Richard en Rowena een vrijstaand nieuwbouwhuis bewoonden. Eerst moesten visa worden geregeld en papieren gestempeld. In afwachting daarvan installeerde het gezinnetje zich in een ruime balkonkamer op de eerste etage van hotel Villa Thérèse in Port-au-Prince.

Arnaud was de kroon op een liefde die dertien jaar eerder begon bij de kassa van Dirk van den Broek in Hoofddorp. Daar, in de rij, sloeg de vonk over. Richard studeerde marketing aan het Grafisch Lyceum, Rowena deed, zoals ze het zelf noemde, een opleiding tot ’stewardoos’. Die maakte ze overigens nooit af, want Rowena was niet zo'n studietype.

Dat bleek al op de havo in Heerhugowaard, waar Rowena zes jaar over deed. Ze was slim genoeg, begon altijd met hoge cijfers, maar zakte daarna af. In haar eentje boven de boeken hangen, dat vond Rowena veel te saai.

Liever ging ze ’beppen’ met vriendinnen. Of vissen met haar jongere zusje Vanessa, die ze met een hengel in haar hand de oren van het hoofd kletste. Of stoer sigaretjes paffen op het schoolplein. Of in de discotheek achter de jongens aan, bij wie ze, met haar levendige temperament, haar slanke, kleine postuur en haar vlotte babbel razend populair was.

Over al die vriendjes vertelde Rowena eigenlijk nooit wat thuis. Ze waren passanten, niet interessant genoeg. Maar over Richard deed ze al gauw een serieuze mededeling: „Ik heb een man ontmoet en met hem ga ik trouwen.”

Die man was een stuk ambitieuzer dan zij. Als enige jongen in een hecht gezin van vier kinderen leerde Richard al snel voor zichzelf opkomen. Hij was pittig, een strebertje. Met talent voor schaatsen, zo bleek tijdens zijn eerste krabbels op een ondergelopen weiland in zijn dorp Rijsenhout.

Op de mavo was Richard een behoorlijke leerling, op het ijs was hij echt goed. Dat vond hij zelf ook: Richard was een mannetje met een ’meerderwaardigheidscomplex’. „Deze wedstrijd ga ik winnen,” zei hij vaak. Zijn ouders en zussen juichten hem van harte toe. Naar het Nederlandse Kampioenschap Junioren in Groningen ging het hele gezin mee, met vrienden, familie, koffie en broodjes in een door vader Tjeerd bestuurde bus.

Na zijn ontmoeting met Rowena was Richard uitgeschaatst. „Papa, ik word toch geen wereldkampioen en er zijn andere dingen in het leven,” zei hij. Ze trouwden in 1999. Daarna kwam de serieuze baan: Richard werd hoofd marketing van de Dirk Scheringa Bank in het Zwitserse Zug, Rowena ging op datzelfde kantoor als managementassistent werken.

Drie jaar woonden de twee in Zwitserland. Ze gingen vaak skiën, genoten van het leven. Al was er ook één grote tegenslag: het kind waarnaar ze zo verlangden, kwam er niet. Zwitserse dokters ontdekten vruchtbaarheidsproblemen waarvoor geen oplossing was.

Die onvervulde kinderwens moet zwaar op het stel hebben gedrukt. Ze werden al gauw omringd door klein grut: Richards zussen Sonja, Luette en Wietske werden achter elkaar zwanger, Rowena's zus Vanessa kreeg in 2006 een zoontje, Guy. Maar Richard en Rowena lieten hun verdriet niet blijken, ze verheugden zich voor anderen en waren een toegewijde oom en tante.

Terug in Nederland besloten ze zich aan te melden voor de adoptieprocedure, die uiteindelijk zes jaar zou duren. Nieuw werk wachtte voor Richard in Wognum, op het hoofdkantoor van de DSB-bank. Daar werd hij, zeer tegen zijn zin, gewoon een van de marketeers. Leiding krijgen was niks voor hem. Richard besloot voor zichzelf te beginnen, huurde een bedrijfsruimte en ging naar Scheringa om zijn ontslag in te dienen.

Maar dat ging zomaar niet, de grote DSB-baas wilde hem niet kwijt. Hij kwam met een tegenbod dat Richard niet kon weigeren: hij werd aangesteld als directeur marketing. Een wereldbaan, waar Richard zich vol enthousiasme op stortte. Maar als hij thuis kwam, dan liet hij zijn werk net zo makkelijk los. Thuis telden alleen Rowena, hun familie en vele vrienden.

Intussen vorderde de adoptieprocedure langzaam, er waren wachtlijsten, formulieren, documenten, voorlichtingsavondjes, er was hoop. Aan het eind van de zomer in 2008 stuurden Richard en Rowena een medische verklaring naar Haïti op, waaruit bleek dat er van een natuurlijke zwangerschap geen sprake kon zijn.

En toen, drie maanden later, in december 2008, gebeurde er een wonder. Rowena werd zwanger, ondanks al die dokters die dat voor onmogelijk hielden. Het stel was zielsgelukkig, maar ook bang. Want officieel moet een adoptieprocedure worden bevroren, als er een eigen kind op komst is. Zo zijn de regels: ouders dienen al hun aandacht voor hun adoptiekind te reserveren.

Maar Arnaud opgeven, dat was voor Richard en Rowena uitgesloten. Hij was echt hun eerste kind, ze hielden van hem, al hadden ze hem nog nooit ontmoet. Ze besloten het adoptiebureau Wereldkinderen niet van Rowena's zwangerschap op de hoogte te stellen. Ook op advies van Dirk Scheringa, met wie het stel bevriend was. Die zei: „Joh, gewoon niet over lullen.”

Toen er recente foto's naar Haïti moesten worden opgestuurd, kochten Richard en Rowena de grote, pluchen pinguïn. Daarmee kon Rowena voor de camera mooi haar dikke buik camoufleren. De pinguïn ging ook figureren op alle andere foto's, van opa's en oma's, tantes en ooms. Het stel maakte er een boekje van, voor Arnaud, als eerste kennismaking met zijn nieuwe familie.

Jim Pet werd geboren op 17 augustus 2009: een blozend blond ventje, sprekend zijn vader. Rowena liet het jochie nauwelijks los, werd de moederkloek die ze in haar hart al zolang was. Zij en Richard maakten in die tijd ook een afspraak: mocht er ooit iets met hen gebeuren, dan zouden zus Vanessa en zwager Alex Jim en Arnaud adopteren.

In Wognum werd het in diezelfde periode onrustig, in oktober viel de DSB-bank om. Dat vond Richard heel erg, vooral voor Dirk, die hij altijd is blijven steunen. Voor zichzelf relativeerde Richard het verlies van zijn baan: hij fantaseerde immers al langer over een eigen marketingbureau. Tegen zijn vader zei hij: „Maak je niet druk, we hebben Jim, we mogen Arnaud straks gaan halen, dat is veel belangrijker.”

Begin december kwam eindelijk het bericht dat ze naar Haïti mochten komen. Er was nog één formeel hobbeltje: de visa. Met die stempels op zak stapten Richard en Rowena op 9 januari het vliegtuig in. Jim, net vijf maanden oud, logeerde zolang bij zijn oma.

Vanuit Villa Thérèse verstuurde het stel opgetogen e-mailtjes en sms'jes naar hun familie. Over Arnauds eetlust, over Jim, naar wie Rowena erg verlangde. Ze popelden om de twee broertjes aan elkaar voor te stellen.

Op dinsdagmiddag 12 januari verslond Arnaud zijn lunch in het hotel met dezelfde gulzigheid als de dag daarvoor. Daarna was het tijd voor een middagslaapje in hun kamer. Daar was het drietal nog steeds, toen de aardbeving Port-au-Prince en de slaapvleugel van Villa Thérèse in puin legde.

Reddingswerkers vonden later als eerste de pluchen pinguïn.

mailIcon print |