*

 

De camera zit de sporter op de huid

Willem Schoonen − 20/02/10, 00:00

Voor de eerste rit start, hebben we al drie voorbeschouwingen gezien, beelden van het infietsen op de rollenbank, het inlopen op het middenterrein, het inschaatsen op de baan, en het laatste gesprekje met de coach. Schaatsfestijn in Vancouver.

Deze week kwam het al zo ver dat het schaatsminnende volk in de kleine uurtjes anderhalf uur heeft zitten kijken naar een paar kapotte ijsmachines. En kwam de ontknoping in een met richtmicrofoon opgenomen woordenwisseling tussen de voorzitter van schaatsfederatie ISU, de scheidsrechters en de ijsmakers: er móet gereden worden.

Sylvain Ephimenco maakte zich een week geleden in zijn column kwaad over de opgeklopte opwinding rond Sven Kramer. Zo kwaad, dat hij hoopte dat Enrico Fabris de vijf kilometer zou gaan winnen. Dat is gelukkig niet gebeurd. Maar ik kan me Sylvains ergernis voorstellen. Kramer wordt langs zoveel commerciële en journalistieke kanalen opgedrongen, dat het niet gezond meer is. Voor het volk niet, en voor Kramer zelf niet. De druk die op zijn schouders lag bij die vijf kilometer heeft met sport niets meer te maken. Het was al zo ver dat het een nationale ramp zou zijn als Kramer géén goud zou halen.

Het gaat me hier niet om het commerciële geweld, maar om het journalistieke. Daar lijkt geen maat op te staan. De NOS heeft langs de baan een presentator (onze columnist Mart Smeets), twee commentatoren, twee wedstrijdverslaggevers, een verslaggever/interviewer op het middenterrein, en ik weet niet hoeveel cameraploegen. En als er niet gereden wordt, worden er reportages gedraaid in de catacomben, in het Olympisch dorp, in de stad, eigenlijk overal waar een Nederlandse schaatser zich vertoont.

Schaatsen is een fantastische sport. En schaatsgekte is er altijd geweest. In lang vervlogen tijden drukten de kranten paginagrote schema’s af, waarmee we de rondetijden bijhielden. Je was meer aan het pennen dan aan het kijken, maar wij vonden het prachtig. En natuurlijk waren ook toen de winnaars idolen. Maar hun voetstukken waren lager dan nu, en er was meer journalistieke distantie. We zitten de schaatshelden nu op de huid, letterlijk; iedere zweetdruppel en ieder spiertje krijgen we in beeld.

Schaatsen is in deze niet uniek; het gebeurt andere sporten ook. Je hebt het gezien in voetbal, in atletiek, in wielrennen en in tal van andere sporten: de camera is gaan inzoomen, van de wedstrijd naar de sterren.

En buiten de sport is het niet anders. Het oplaaiende politieke debat over de missie in Uruzgan kregen we deze week op dezelfde manier voorgeschoteld, met beelden van het inlopen, het infietsen, de tactische onderonsjes, en een eindeloos verslag van wat in het kabinet nog een wedstrijd moest worden.

Ik mag niet zeuren, want de kijkcijfers zijn fenomenaal. Naar de eerste race van Sven Kramer hebben vijf miljoen Nederlanders zitten kijken. En zelfs die kapotte ijsmachines midden in de nacht trokken 700.000 kijkers.

Mijn vrouw en ik waren onderweg tijdens die vijf kilometer en hebben hem op de radio gevolgd. We zagen de ritten voor ons, dankzij twee heldere radioverslaggevers en een enthousiaste Erben Wennemars. Fantastisch!

We hebben in Vancouver één sportredacteur, Antal Crielaard, die iedere dag anderhalve pagina voltikt met verslagen, interviews, en columns. Als hij wakker wordt, gaat hier de krant zo ongeveer dicht. Het zilver van Annette Gerritsen kon hij nog net melden, maar het goud van Shani Davis moest een dag wachten. Geen probleem; zijn verhalen zijn heerlijk om te lezen, en hebben een omvang die te behappen is.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />