Het CDA gaat het goed doen bij de raads- verkiezingen, verwacht VVD-erelid Hans Wiegel (68). En bij de landelijke verkiezingen worden de confessionelen ’gewoon weer de grootste’. Het orakel uit Heeze beschouwt de Haagse politiek.
Vanuit zijn landelijk gelegen huis in het Noord-Brabantse Heeze, net onder Eindhoven, aanschouwt VVD-erelid Hans Wiegel de politieke situatie in het verre Den Haag. Hier steekt de sleutel aan de buitenkant van de voordeur – ook als de ophaalbrug over de slotgracht omlaag is – hier twitteren de „winterharde parkieten” in de volière, zijn hobby, hier brandt de sigaar van Wiegel permanent.
Langs de slotgracht om zijn optrekje loopt niet alleen een man die ver weg van de politieke brandhaard geniet van het uitzicht op de burcht van de buurman. Hier loopt ook een man die het politieke leven goed in de gaten houdt en met grote regelmaat met politici spreekt. Vorige week nog praatte bij met de premier, bij het afscheid van Trouw-commentator Willem Breedveld.
Dat het kabinet twee dagen later zou vallen, had ook hij niet voorspeld. Maar dát er opnieuw een kabinet van CDA en PvdA voortijdig is gesneuveld, verbaast Wiegel niet. Niet alleen omdat het onderlinge vertrouwen van de laatste coalitie onvoldoende was, het past ook opvallend goed in een historische reeks. „Professor Oud zei het al tijdens het laatste kabinet Drees. De confessionelen en de sociaaldemocraten gaan moeizaam samen. Van mekaar meugen ze niet, met mekaar deugen ze niet.”
Was het debat vorige week, waarin PvdA-vicepremier Bos en CDA-minister van buitenlandse zaken Verhagen elkaar opzichtig niet steunden, dan niet zo uitzonderlijk? Wiegel verbaast zich niet snel meer, maar wat er een dikke 24 uur voor de val van het kabinet gebeurde, is volgens hem ’hoogst opvallend’. „In ’s lands Kamer werden openlijk twee standpunten door de regering naar voren gebracht.”
Niet dat het zo raar is dat de standpunten uiteenlopen. Zelfs verschil van inzicht tussen een minister en de eigen fractie is de oud-minister, oud-partijleider en oud-senator niet vreemd. „Dat gebeurde mij zo vaak – en het heeft mijn leiderschap geen schade berokkend. Maar het was natuurlijk een bloody shame dat dit in de Tweede Kamer te zien was.”
Met zichtbaar genoegen voorspelt Wiegel dat vooral de PvdA hier onder te lijden zal hebben. De sigaar zwaait door de lucht, bij het raam pikt een koolmeesje aan de pinda’s die Wiegel heeft neergelegd.
„Ik denk toch dat Bos er niet zo goed over heeft nagedacht. Dat hij zich zo heeft opgesteld in de ministerraad en er met de PvdA is uitgestapt, zal hem worden aangerekend. Ze kijken misschien naar de opiniepeilingen, en het zal ongetwijfeld hebben meegespeeld dat ze bang waren om de verantwoordelijkheid te dragen voor de bezuinigingsoperatie die er aan zit te komen. Maar het blijft een waarheid: wie breekt, betaalt.”
En dat terwijl het er goed uit had kunnen zien voor de PvdA, meent Wiegel. „Bos had een enorm krediet opgebouwd door de goede aanpak in de bankencrisis. Dat had hij moeten vasthouden. En het was nu juist zo interessant dat de SP aan het eroderen was. Een partij kijkt natuurlijk altijd naar de dichtstbijzijnde partijen en de sociaal-democraten hadden niet zoveel te duchten van de SP, die in de peilingen zetels aan het inleveren is.”
Was het niet zuiverder geweest als CDA en ChristenUnie ook waren opgestapt?
„Dat zou heel onverstandig zijn geweest. Het CDA weet precies hoe het aan de knoppen van de macht moet draaien.”
Dat heeft de partij bij dezen weer getoond, ziet Wiegel. De historische parallellen rollen er als vanzelf uit. „Na de val van het laatste kabinet-Drees (1958) trad een volwaardig minderheidskabinet aan. Dat kon ook volwaardige maatregelen nemen, met wisselende steun in de Tweede Kamer.”
Dat kabinet bestond uit de drie voorlopers van het CDA en vormde de basis van de twee volgende kabinetten, zónder de PvdA.
Maar ook het kabinet van de antirevolutionaire Zijlstra, na de val van het centrumlinkse kabinet-Cals, ging volwaardig door, vertelt Wiegel in historisch perspectief. „Toen werden achter de schermen gesprekken met de VVD gevoerd en werd het pad geëffend voor een volwaardige coalitie.” Op deze manier kan het CDA dus alsnog de premierbonus binnenhalen, wil Wiegel maar zeggen.
Het is een paar uur vóór het besluit van de koningin om met een demissionair kabinet op de verkiezingen af te koersen, als Wiegel de koffie bijvult in de witte kopjes met het onvervalste Delfts blauwe logo van de Eerste Kamer erop. Dat de koningin niet zal besluiten tot een volwaardig –missionair– kabinet is dan nog niet bekend. Strateeg Wiegel heeft wel het sterke vermoeden dat het CDA daar op aankoerst. Een paar uur later blijkt dat te kloppen.
Keert de animositeit tussen CDA en PvdA steeds terug, omdat die partijen qua opvattingen dicht tegen elkaar aanschurken?
„Dat denk ik niet. Misschien is dit soort coalities juist wel wankeler dan andere soorten, doordat de partijen heel anders tegen de taak van de overheid aankijken. Daar zit een veel groter verschil dan tussen CDA en VVD. Het CDA is veel meer van soevereiniteit in eigen kring, bij de PvdA is de plaats van de overheid centraler. In de praktijk blijken de opvattingen van CDA en VVD dicht bij elkaar te komen.”
Dat het eerste paarse kabinet op het tegendeel van die stelling lijkt te wijzen, doet Wiegel af met „ach, dat waren de veren van Kok die uit de rode haan werden geplukt”, verwijzend naar de ideologische veren van de PvdA. De toenmalige premier wilde dat de PvdA om te vernieuwen definitief afscheid zou nemen van de socialistische ideologie. „Dat was toch een soortement van slingerbeweging”, meent Wiegel.
„Er is nog een belangrijk verschil tussen combinaties CDA-VVD en CDA-PvdA. De VVD is altijd kleiner dan de PvdA en het is voor het CDA veel prettiger om samen te werken met een kleinere partner.”
Dan zijn er nog de menselijke verhoudingen tussen de partijen. Wiegel voelt zich meer thuis bij de confessionelen dan bij de sociaal-democraten en daarin staat hij binnen de VVD volgens hem niet alleen. „De PvdA is meer bezig met de mensheid dan met mensen.” Haha. Zijn sigaar schrijft een denkbeeldige cirkel in de lucht.
Wiegel mag die Balkenende wel. „Lang geleden kwam ik hem voor het eerst tegen. Wij moeten maar eens een jenevertje met elkaar drinken, zei ik tegen hem. Dat doen die gereformeerden. Zo is het contact ontstaan.’’ Bewondering heeft hij ook voor de machtspolitieke uitstraling van het CDA. Niet zonder betekenis hangt in de bibliotheek een beroemde historische foto van hem en oud-CDA-premier Dries van Agt in een Haagse restaurant. Een zogenaamd heimelijk genomen foto uit 1977, die de verpersoonlijking is geworden van de geslaagde poging om samen een kabinet te vormen, waarbij de winnaar van de verkiezingen, Den Uyl, met lege handen achterbleef.
Wiegel gaat iets rechterop zitten als hij zijn Kamertijd vergelijkt met de huidige. Rita Verdonk die vice-premier Bos persoonlijk aanviel, VVD-leider Mark Rutte die CDA-minister Verhagen hard aanpakte – het is allemaal niet verstandig, vindt hij. „De aanvallen worden persoonlijker gemaakt – en daarom niet beter. Als je de pest hebt aan iemand, vertroebelt dat de geest. Als je elkaar waardeert, kun je elkaar heel hard aanpakken.”
„Om een voorbeeld te noemen: Joop den Uyl mocht ik wel. Dan kon ik in de Kamer zeggen: ’Dat kabinet dat daar achter de tafel zit is een ramp voor het land – maar een feest voor de oppositie.’ Dát is politiek bedrijven. Dat leidt dan nooit tot animositeit.”
Is Balkenende niet te verwijten dat zijn kabinetten steeds voortijdig vallen?
„Ik doe niet mee aan dat gezeur over de minister-president. Je kunt hem mooi wel je portemonnee geven zonder dat er ook maar een dubbeltje uit wordt gejat. En hij heeft ook wel wat voor zijn kiezen gehad. Eerst met de LPF, later met D66 en nu met de PvdA.”
Dat Balkenende onmiddellijk is voorgedragen als lijsttrekker, vindt Wiegel „fantastisch”. „Het is gewoon een professionele club, dat CDA. Ze hebben er ongetwijfeld over nagedacht, geen twijfel zaaien over de premier. Dan gaan de kranten speculeren over zijn gezag en wie hem op zou moeten volgen. Dat moet je meteen afkappen.”
Wat betreft de verkiezingen maakt Wiegel zich over het CDA geen zorgen. „Campagne voeren kan onze minister-president wel!”
Dat wil niet zeggen dat het verstandig voor hem is om daarna nog langer te blijven. „Als je een jaar of zes op een hoge post zit, is dat eigenlijk wel heel veel. Zeker nu, het beeld slijt veel meer door de televisie. In de tijd van Drees zag je hem eens in de zoveel jaar voorbijkomen. Een beetje afstand is heel goed. Eigenlijk is het het allerknapste als je op een bestuurlijke positie zit en zelf zegt: ’tabee, ik stap op’. Dat men dan zegt: ’Wat jammer dat je weggaat.’
Het erelid ziet hier een uitgelezen kans voor zijn VVD om weer mee te regeren. „Rutte is af en toe nog te snel en te bijterig, maar hij is al rijper.” En in de peilingen krabbelen de liberalen weer op.
Vindt u nog altijd dat de VVD en de PVV bij elkaar moeten komen?
„Ik heb eerder gezegd dat het misschien verstandig zou zijn als onder meer de VVD en de PVV weer opgaan in een liberale beweging. Als je kijkt naar de huidige situatie is dat nog altijd net zo reëel.” Maar ook een samenwerking in het kabinet ziet Wiegel helemaal zitten. De verhoudingen zouden volgens hem normaliseren als de gevoelens die Wilders in de samenleving oproept, in het kabinet worden vertegenwoordigd. „Dat zal voor een zekere demping zorgen. Dat is ook de taak van een kabinet.”
Voor de anti-islam sentimenten die Wilders weet op te roepen is Wiegel niet bang. „Of allochtonen zich niet meer prettig zullen voelen in Nederland? Daar geloof ik helemaal niets van. Wilders gebruikt taal die de mijne niet is. Hij mag wel iets meer compassie hebben. Maar ik ben er helemaal niet bevreesd voor dat de samenleving zo zal veranderen als hij groot wordt.”
Valt het land nog wel te leiden met een PVV in de regering?
„Ach, dat moeten we niet overdrijven. Er zijn ook kiezers die niet op de PVV stemmen maar het wel eens zijn met veel van wat Wilders zegt. Het regeringspartij zijn leidt altijd tot matiging. De PVV in de regering kan tot deëscalatie leiden. In De Telegraaf zegt hij al bereid te zijn tot het sluiten van concessies, op één punt na, de verhoging van de AOW-leeftijd. Dus blijkbaar wel over immigratie en integratie, zal ik dus maar zeggen. Je ziet de partij schuiven.”
En internationaal? Wiegel wil er kort over zijn. „Een CDA-PVV-VVD-kabinet zal heel fatsoenlijk internationaal opereren.” En Europa? „Dat is er gewoon. Het is de realiteit der dingen – die gulden komt niet meer terug.”
Maar komen ze er wel uit, nu de PVV zegt niet aan de AOW te willen tornen.
„Als je nu een heel slecht mens zou zijn, kun je ook denken: die verhoging van de AOW-leeftijd zou ingaan in 2020. Stel er komt een coalitie van CDA-VVD-PVV en de PVV houdt vast aan de pensioenleeftijd van 65 jaar. Dan kan dat mee in een volgende ronde, vier jaar later.”
Het sociaal-economische programma van Wilders, die in zijn onafhankelijkheidsstatement nog schreef dat het minimumloon moet worden afgeschaft, maar hier later op terugkwam, is de Heezenaar niet ontgaan.
„Hij is ouderwets links. Hoge lonen, lage prijzen. Net als de CPN destijds. Hij heeft voor een deel ook dezelfde kiezers als de SP. Ze zijn net zo gematigd als het gaat om abortus en euthanasie. In hun kijk op de samenleving zijn ze erg voorzichtig.”
„Maar als je ervan uitgaat dat het komende kabinet geen samenwerking van CDA en PvdA kan zijn, dan is de kern toch CDA-VVD. Het is toch opvallend dat juist die partijen de PVV niet uitsluiten. Tsja, het land moet toch geregeerd worden. Als het niet kan zoals het moet, dan moet het maar zoals het kan, zei destijds oud-minister De Koning al. En zo is het.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.