De overheid moet meer greep krijgen op het onderwijs, stelt de vereniging Beter Onderwijs Nederland. Schoolbesturen hebben te veel macht.
„Er is een schoolbestuur dat kantoor houdt op de Zuidas in Amsterdam, nota bene de duurste kantoorlocatie van Nederland! Een ander huurt een skybox in een voetbalstadion. Dat zijn excessen, ja, maar die zijn tekenend voor de mentaliteit van veel bestuurders.”
Dat zegt Ad Verbrugge, filosoof aan de Vrije Universiteit en voorzitter van de vereniging Beter Onderwijs Nederland (BON). Vandaag presenteert die vereniging op haar jaarlijkse symposium een ’deltaplan’; het pleidooi om de macht van schoolbesturen in te perken, is daar een opvallend onderdeel van.
„In de jaren negentig heeft de overheid onderwijsinstellingen bestuurlijk en financieel verzelfstandigd. Daardoor is een tussenlaag ontstaan van bestuurders die scholen runnen als een bedrijf.
Voor hen draait het om de macht van het getal, om omzet; geld is zo dominant geworden dat er vaak gewoon gebakken lucht verkocht wordt. Zij leggen hun leraren van alles op waar niemand om gevraagd heeft. En niemand heeft daar controle op, ook de overheid niet.”
Hoe moet dat rechtgezet worden?
„De overheid moet haar greep op het onderwijs verstevigen en tegelijkertijd moeten ook leraren meer invloed krijgen. Docentenraden moeten een beslissende stem krijgen in alles wat met het onderwijs te maken heeft.En leraren en bestuurders moeten voortaan aangesteld en ook uitbetaald worden door de overheid. Dan zijn we ook af van die rare scheiding tussen werkgevers en werknemers in het onderwijs en de machtsverhoudingen die daarbij horen.”
Terug naar ’vroeger’ dus, toen het hele onderwijs bestierd werd vanuit het ministerie? Daar wilden scholen destijds toch vanaf?
„Nee, niet elk gummetje hoeft straks gedeclareerd te worden bij het ministerie, zoals het volgens de verhalen vroeger was. De overheid bepaalt welk niveau er gehaald moet worden, waarborgt dat met centrale examens en betaalt de salarissen, meer niet.”
Vooral het beroepsonderwijs moet anders, vindt u. Hoezo?
„De kwaliteit van het onderwijs daalt, daar ben ik van overtuigd. Op havo en vwo gaat het de laatste jaren net iets beter, is mijn indruk, maar het beroepsonderwijs steekt daar ongunstig bij af. Dat is vaak slechts bezigheidstherapie, het buurthuis is de school ingetrokken. Maar wat kunnen deze leerlingen na veertien jaar onderwijs? Vakken vullen – maar taal en rekenen beheersen ze slecht. Wij zeggen: zet ’vaklycea’ op voor ambachtelijk handwerk. Leer deze jongeren iets dat hun leeftijdgenoten op havo en vwo niet kunnen, iets waar ze trots op kunnen zijn.”
Onderwijs moet draaien om het vak, stelt u. Wat bedoelt u?
„Niet vage, algemene competenties als ’samenwerken’ en ’zelfstandigheid’ moeten centraal staan in het beroepsonderwijs, maar vakkundigheid.
Een opleiding moet opgedeeld zijn in vakken; het afschaffen daarvan heeft alleen maar tot chaos geleid. Bied leerlingen houvast, geef ze gewoon les in Nederlands, les in rekenen.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.