*

 

Het afscheid dat geen afscheid is

Willem Schoonen − 27/02/10, 00:00

De oplettende lezer heeft gezien dat in het interview met Hans Wiegel, deze week, werd verwezen naar ’het afscheid van Willem Breedveld’. Dat moet ik even uitleggen.

Want het begrip afscheid is hier niet op zijn plaats; Willem gaat niet weg.

Het is waar dat we vorige week in Den Haag bijeen zijn geweest. In de oude vergaderzaal van de Tweede Kamer hebben we Willem in het zonnetje gezet, met vriend en vijand in politiek en journalistiek.

Aanleiding was het feit dat Breedveld binnenkort 65 wordt, en dus de klassieke pensioengerechtigde leeftijd bereikt. Daarmee komt ook een eind aan zijn vaste dienstverband bij deze krant.

Ik had er geen woord aan willen wijden, want Willem verdwijnt niet uit de krant. Hij houdt zijn column, hij blijft boekbesprekingen schrijven, en er zal – mag ik hopen – nog wel eens een doortimmerde beschouwing van zijn hand in de Verdieping staan.

Breedveld is bijna een halve eeuw verbonden geweest aan deze krant. Die band verbreek je niet, ook niet als je 65 wordt.

Bovendien is hij de man er niet naar om op zijn lauweren te gaan rusten. Hij blijft schrijven, hij blijft doceren aan de Universiteit Leiden, en hij zal nog regelmatig zijn raspende stemgeluid laten horen op radio en tv.

Maar hij zal niet meer dagelijks op de redactie zijn, hij zal geen commentaren meer schrijven, en ’de vraag van Willem Breedveld’, op de pagina hiernaast, is ’de vraag van Wilma Kieskamp’ geworden.

Er zijn meer mensen die gaan dezer dagen. Ik heb eerder gemeld dat de redactie moet afslanken. Trouw doet het goed op een moeilijke krantenmarkt. En Trouw zal het goed blijven doen, maar de advertentiemarkt zit tegen. We moeten daarom met wat minder vaste redacteuren gaan werken.

De krimp van de redactie kunnen we grotendeels met vrijwillig vertrek realiseren. Dat is een opluchting. Maar de ellende van vertrekkers is dat ze op een gegeven moment ook echt gaan.

Je bent aanvankelijk maar met één ding bezig: zorgen dat mensen met een goed gemoed vertrekken en elders nieuwe kansen krijgen. Maar als het moment daar is, stemt het treurig. Mensen met wie je jaren hebt gewerkt en die deel zijn van de krant, verlaten het pand. Dat voelt als een gemis, niet alleen professioneel maar ook persoonlijk.

We proberen die verandering door te komen zonder dat de lezer er last van heeft. Zoals Breedveld zijn column houdt, zo blijven veel vertrekkende collega’s aan de krant verbonden.

Hans Goslinga zal straks geen commentaren meer schrijven, maar zijn politieke beschouwing in de zaterdagkrant blijft. Die willen we niet missen. Ook anderen houden hun column of rubriek, of blijven verhalen schrijven, foto’s en illustraties maken. Ze zijn straks weg van de redactie, maar niet uit de krant en niet uit ons hart.

Trouw is een krant met een geheugen en een ziel. En die gaan we er niet uitsnijden, nu het met wat minder vaste redacteuren moet.

De reorganisatie is nodig om weer vooruit te kunnen. En daar hebben we heel veel zin in. Maar we moeten eerst deze dagen van vertrekkende collega’s door.

Willem Breedveld mis ik al. We stoeiden, bij voorkeur in het rookhok, over commentaren, over zijn ’vraag’ en mijn ’brief’ in de zaterdagkrant. Zijn bijna puberale genoegen in de journalistiek en in het politieke debat is, in de decennia dat hij voor Trouw werkte, geen micrometer gesleten.

Het geldt, gelukkig, voor veel collega’s: ze worden hun vak en hun krant nooit zat.

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />