Onder het spervuur van opiniepeilingen dat de komende dagen en weken zal losbarsten, is het verstandig de wet van de politicoloog Daalder bij de hand te houden. Die laat zien dat Nederland een overwegend rechts land is. De verhouding tussen rechts en links is doorgaans tachtig tegen zeventig zetels. Om die reden vond Daalder het in de jaren zeventig onrealistisch en zelfs dwaas van de PvdA naar een linkse meerderheid te streven.
De jongste Politieke barometer laat grote verschuivingen zien ten opzichte van de verkiezingsuitslag van 2006, maar de verhouding tussen rechts en links is vrijwel onveranderd. In het rechtse blok verliezen CDA en VVD aan de PVV, in het linkse blok raken PvdA en SP zetels kwijt aan D66 en GroenLinks. Deze trend tekende zich al af bij de Europese verkiezingen vorig jaar juni. Toch is het helemaal niet zeker dat er straks een centrum-rechts kabinet komt, wat na de breuk tussen CDA en PvdA voor de hand zou liggen. In de onderstromen van de Haagse politiek borrelt iets anders.
Verschillende gebeurtenissen deze week gaven daarvoor aanwijzingen. Misschien wel de belangrijkste was dat de VVD-lijstaanvoerder in Almere, het oud-Kamerlid Arno Visser, in een verkiezingsdebat afwijzend reageerde op het voorstel van PVV-leider Wilders een hoofddoekjesverbod in de publieke ruimte in te voeren. Gedecideerd en direct, dat viel extra op. Visser wees ook een verbod op de bouw van moskeeën af, een ander kernpunt in het PVV-program en hij uitte zijn twijfel aan de bereidheid van de beweging bestuursverantwoordelijkheid op zich te nemen. De liberalen zijn dus opgehouden kopjes aan Wilders te geven, hun dreigende verlies aan de anti-islamisten ten spijt.
Dat duidt op een herlevend zelfbewustzijn na de dreun die Pim Fortuyn in 2002 uitdeelde. Na de val van de Muur in 1989 droomden de liberalen ervan hun spilpositie in de Nederlandse politiek, die in 1918 verloren was gegaan, weer in te nemen. Lang leek het die kant op te gaan, maar Fortuyn verbrijzelde die droom door de integratiekwestie op scherp te zetten. In plaats van een nieuwe bloeiperiode, brak voor de VVD in een teruggeworpen positie een tijd van verdeeldheid en verwarring aan, die leidde tot de afscheiding van Geert Wilders en later Rita Verdonk. De zelfverzekerde opstelling van Visser wijst erop dat de partij zichzelf heeft hervonden.
Dat deze keer niet de vertrouwde patronen worden gevolgd bleek ook uit de gang van zaken na de val van Balkenende IV. Anders dan hij zelf had gewenst kreeg de CDA-leider van het staatshoofd niet de ruimte een overgangskabinet te vormen, dat onder de naam Balkenende V binnen een beperkte opdracht nog eigen initiatieven had kunnen ontplooien. In het verleden rolden de christen-democraten in zulke kabinetten altijd stilletjes de loper uit voor de nieuwe partner, maar dat feest gaat niet door, nu de koningin op basis van de adviezen van de fractieleiders en de vaste adviseurs niet anders kon doen dan Balkenende strak aan de ketting leggen. De premier mag met zijn demissionaire rompkabinet op de winkel passen en nog geen voet verzetten zonder zich eerst met de Kamers te verstaan. Een subtiele vernedering, die laat zien dat de Zeeuw de afgelopen acht jaar weinig vrienden in Den Haag heeft gemaakt.
In politieke zin is het een streep door de rekening van het CDA dat Rutte, anders dan oud-leider Wiegel hem in deze krant adviseerde, niet als vanzelf inzet op hernieuwde samenwerking met de christen-democraten, maar zijn handen vrij wil houden. Dat is niet zo vreemd, want nu een nieuw kabinet van CDA en PvdA zo goed als uitgesloten is, kon de sleutel van de macht wel eens bij de liberalen terechtkomen, zelfs als zij niet de grootste partij worden. Dat geldt nog sterker als de liberalen en vrijzinnige partijen D66 en GroenLinks op een zeker niveau de handen ineenslaan.
Tijdens de reis van de fractieleiders naar Suriname in het afgelopen najaar hebben Rutte, Pechtold en Halsema in de lange tropennachten onderzocht of wat hen bindt niet interessanter is dan wat hen scheidt. Aan die exercitie kan niet zoveel politieke betekenis worden toegekend, maar wel deze dat zij hunkeren naar verandering, met het CDA van Balkenende weinig op hebben en Wilders met zijn rabiate ideeën buiten de deur willen houden.
In 1971 hebben de fractieleiders van de VVD en de drie voorlopers van het CDA in de nachtbar van hotel Kensington in Londen de basis voor het centrum-rechtse kabinet-Biesheuvel gelegd. Wie weet waartoe de nachtelijke bespiegelingen van het vrijzinnige drietal aan de rand van het zwembad van hotel Torarica in Paramaribo zullen leiden. Het is niet uitgesloten dat de verkiezingsuitslag hen in een positie brengt dat zij kunnen kiezen tussen CDA en PvdA als partner. De liberalen staan economisch dichter bij de christen-democraten, cultureel dichter bij de PvdA. De afstand tot de sociaal-democraten moet, zelfs nu Bos een ruk naar links heeft gemaakt, niet worden overdreven.
Femke Halsema die met haar partij in economisch sterk liberale richting is opgeschoven, kan als brug fungeren, en daarmee revanche nemen op haar blunder in 2006, toen ze op onberaden wijze naast de regeermacht greep.
Daar komt bij dat de verlinksing van de PvdA inhoudelijk nog niet veel voorstelt en in deze fase vooral tot doel heeft het aan de SP verloren terrein te heroveren en op links weer de dominante positie in te nemen. De SP is een gemakkelijke prooi nu deze partij haar electorale sprong in 2006 niet heeft weten om te zetten in regeermacht en de populaire Jan Marijnissen heeft plaatsgemaakt voor de bijterige Agnes Kant. Een seculier paars-plus-kabinet zou een nieuwe aanval zijn op de bijna doorlopende regeermacht van het CDA. Het worden interessante tijden.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.