De mens gaat genetisch achteruit, stelde deze week hoogleraar erfelijkheidsleer Rolf Hoekstra. We passen ons aan aan de omstandigheden en die omstandigheden zijn in dit geval: de verbetering van de medische techniek. Dat nekt ons op de lange termijn, denkt de professor.
Ach, de techniek.
Het is inderdaad net zo goed een zegen als een verschrikking, zagen we maandag in NCRV ’Dokument’ (Nederland 2). ’De ziel van witgoed’ heette de documentairefilm (scenario en regie Suzanne Engels) en wat we te zien kregen was een aaneenschakeling van beelden waarop mensen in de weer waren met vaatwassers, radio’s, wasmachines, mobieltjes, computers en huiskamerrobotjes. Gesproken werd er nauwelijks. Ja, soms een machteloos verwijt. „Krijg wat.” „Kloteradio.” Of een kille vaststelling: „Hij doet geen moer.” Ook de gesprekken via de transistorradio vulden soms de ruimte en de TomTom hoorden we instructies geven. „Na 800 meter linksaf slaan. Daarna rechtsaf slaan. Links afslaan. Daarna rechtsaf slaan.” We noteerden flarden van een helpdesk-conversatie („Ja, het is ook een oudje, denk ik, want dat heeft indertijd mijn vrouw gedaan.”)
Zo ontstond gedurende de film, ondanks dat er geen duidelijk samenhangend verhaal in zat, toch een herkenbaar beeld van onze afhankelijkheid van en onze worsteling met de techniek. Ons koesteren van de techniek ook. Het is de haat-liefdeverhouding waarin iedere moderne mens is verwikkeld. Zeer alledaags dus, maar desondanks zelden zo op de televisie gebracht.
Wie weinig last van terroriserende apparatuur hadden waren de zusters in het slotklooster van Brecht (Vlaanderen).
Behalve strijkbouten, naaimachines en broodmachines, speelt de techniek in hun leven geen hoofdrol. Hoewel de verandering van het handwerk naar de machines voor de vrouwen al een hele omslag was geweest. In de religieuze serie ’In Godsnaam’ (maandag, België 1) volgt journaliste Annemie Struyf Vlamingen die een ’radicale levenskeuze hebben gemaakt’. Zo belandt ze bij bedelmonniken, joden, boeddhisten en moslims. En dus bij de zusters in Brecht.
De dertig kloosterlingen wonen niet meer achter tralies en communiceren evenmin nog met gebaren, maar ze leven nog altijd in totale afzondering. Dat gaat zo ver, die afzondering, dat ze er in Brecht lang mee stoeiden of ze nu te hulp zouden schieten als het huis van de buren in brand zou staan, of niet.
Toch werd Struyfs tv-ploeg hartelijk welkom geheten.
Struyf kun je er ook best bij hebben. Ze streek gezellig met de vrouwen het witgoed om onderwijl wat meer over het geïsoleerde bestaan aan de weet te komen. Dat lukte aardig. De vrouwen, vrijwel allemaal op leeftijd, waren opmerkelijk open. Ze spraken over hun twijfels, over intimiteit en over geluk. Als het moest, want liever zwegen ze, zoals dat hoort in een klooster.
Zuster Marie-José moest langer nadenken over de gelukkigste momenten die ze beleefde dan over de moeilijkste momenten.
Maar wie niet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.