Is ’het nieuwe leren’ over zijn hoogtepunt heen? Een van de scholen die ermee experimenteren, dreigde zelfs dicht te moeten. Maar de vernieuwers twijfelen niet. „Wat wij nu doen, is over vijftien jaar gemeengoed.”
Is er bewijs dat er geesten zijn? Hoe kan het dat een vierjarige zich niet herinnert wat hij als tweejarige heeft gedaan, maar een twaalfjarige wel wat hij als tienjarige deed? Waarom zitten er gemalen spijkers in cornflakes? Wie bepaalt de mode? Waarom was de Berlijnse Muur goed volgens de mensen die hem bedacht hebben?
Woensdagmiddag op De Nieuwste School in Tilburg. Ruim twintig brugklassers vertellen wat zij de komende weken willen onderzoeken. Het zijn vragen die zij zelf bedacht hebben. „Ik stúúr wel, maar alleen waar ze zelf naartoe willen”, zegt docent Bas Leijen. „Ik help hen de vraag zo te stellen dat die gaat over wat ze echt willen weten.”
Deze aanpak is kenmerkend voor De Nieuwste School. „Het draait in het onderwijs altijd om kennen en kunnen”, legt waarnemend schoolleider Mark Langerwerf uit. „Wij voegen daaraan toe: je kunt alleen leren door ook te willen.”
Daarom gaat de school uit van wat bij leerlingen nieuwsgierigheid opwekt. Die nieuwsgierigheid roept vragen op, de antwoorden daarop roepen nieuwe vragen op. „Zo groeit kennis.”
De Nieuwste School staat niet alleen met deze vernieuwende onderwijsfilosofie. De school begon in 2005 en rond die tijd trokken ook Slash 21 in Lichtenvoorde en Unic in Utrecht al de aandacht met een verwante aanpak.
Inmiddels zijn meer scholen op een vergelijkbare manier met onderwijsvernieuwing bezig. Twaalf ervan hebben zich verenigd in het platform voor ’eigentijds onderwijs’ – een term waaraan zij de voorkeur geven boven het gangbare etiket ’het nieuwe leren’.
Maar deze scholen hebben het tij niet mee. Slash 21 werd een paar jaar geleden al opgeheven. En vlak voor Kerstmis kreeg ook De Nieuwste School te horen dat het betrokken schoolbestuur twijfelt over haar toekomst. De school telt slechts 380 leerlingen, te weinig om rond te komen. Dat aantal moet groeien, maar in plaats daarvan daalde het. Vorige week besloot het bestuur dat de school toch blijft bestaan; die gaat nu hard aan het werk om het tij te keren.
Wat is er aan de hand? Is ’het nieuwe leren’ (of ’eigentijds onderwijs’ of hoe het ook heten mag) zo kort na zijn stormachtige opkomst al over zijn hoogtepunt heen? Taant de kortstondige populariteit van de betrokken scholen alweer?
Van dat laatste blijkt nog niets. Geen van de andere scholen van het platform heeft te kampen met achterblijvende leerlingenaantallen, blijkt bij navraag. Unic heeft er nu vijfhonderd en hoopt na het betrekken van een nieuw gebouw, komende zomer, snel door te groeien naar zeshonderd. Ook andere vernieuwende scholen groeien en bloeien.
Toch is er iets veranderd. In de publieke opinie heeft de afgelopen jaren de gedachte postgevat dat het met de kwaliteit van het onderwijs beroerd gesteld is. Veel van wat naar onderwijsvernieuwing neigt, is in een kwade reuk komen te staan, zeker nadat de parlementaire commissie-Dijsselbloem een aantal grote vernieuwingen – inclusief ’het nieuwe leren’ – uiterst kritisch onder de loep nam.
De maatschappij lijkt terug te vallen op ’oude zekerheden’, stelt het platform voor eigentijds onderwijs in een verklaring, en daardoor heeft de aandacht voor onderwijsvernieuwing een negatieve ondertoon gekregen.
„Kennis is geen vies woord meer, las ik laatst in een krant”, zegt directeur Henk Zijlstra van de Werkplaats in Bilthoven, een van de twaalf platformscholen. „Wat een onzin. Alsof dat ooit wél een vies woord is geweest, alsof vernieuwende scholen géén eisen stellen op dat gebied.”
Er is iets in de ’tijdgeest’, voegt Ingrid Verheggen eraan toe. Zij is directeur van onderwijsadviesbureau APS, dat een aantal vernieuwende scholen begeleidt. „In de discussie over ’het nieuwe leren’ is alle nuance verdwenen. Ook in de politiek wordt de laatste tijd steeds gezegd dat we ’terug’ moeten naar een sterke nadruk op leren, op kennis. Dat heeft ouders kopschuw gemaakt. Wie z’n kind nu naar een vernieuwende school stuurt, wordt daarop aangesproken – bij de bakker, op verjaardagsfeestjes.”
Wie de gebaande paden verlaat, heeft veel uit te leggen, weet ook Dave Drossaert, directeur van Unic. „Logisch. Ouders die hier komen kijken, zien iets anders dan ze gewend zijn van hun eigen schooltijd. Deels wordt er hetzelfde geleerd als vroeger, maar anders. En deels wordt er iets anders geleerd.”
Maar zó bijzonder zijn de scholen van het platform nu ook weer niet, gaat Drossaert door. In het basisonderwijs is de afgelopen tien à twintig jaar veel veranderd, in het mbo en het hoger onderwijs ook. Dat het voortgezet onderwijs zich nu ook vernieuwt, is dus niet vreemd. „90 procent van de scholen is met vernieuwing bezig; wij gaan daarin alleen het verst.”
„Wat wij nu doen”, besluit Zijlstra van de Werkplaats, „is over vijftien jaar gemeengoed. Dat gure klimaat rond onze scholen gaat voorbij.”
De Nieuwste School kan geen vijftien jaar wachten. Die moet nu eerst snel extra leerlingen trekken „Wij nemen een andere weg dan de meeste andere scholen”, zegt schoolleider Langerwerf. „Zo ontstaan paden die later ook door anderen bewandeld kunnen worden. Maar dan moeten we daar wel de kans toe krijgen van ons schoolbestuur.”
Eerder die woensdag, tijdens een lerarenvergadering ’s ochtends vroeg, legt wiskundedocent Kees de Lange zijn collega’s een probleem voor. Hij heeft zijn 4-havo-leerlingen een examentoets laten maken en daarop scoorde het merendeel duidelijk onder de maat. Wat nu?
De Lange heeft wel een verklaring. Voor deze groep staat per week maar één uur wiskunde op het rooster. Daarnaast hebben zij elke dag twee zogeheten flexuren. Het is de bedoeling dat ze die besteden aan vakken waarvan zij zelf vinden dat ze daarin wat extra’s nodig hebben. Maar aan wiskunde wordt die extra tijd zelden besteed. De Lange: „Dan vraag ik: heb je er nou iets aan gedaan? En dan krijg je te horen: nee, deze week is het er niet van gekomen.”
Daarachter zit nog iets anders, reageert een collega. In de onderbouw hebben deze leerlingen gewerkt met vragen die ze zelf formuleerden. Nu, in de bovenbouw, moeten ze opeens aan de slag met vragen van anderen. „Die omslag moeten ze maken.”
Wij zijn een ’lerende school’, verklaart Langerwerf achteraf in zijn werkkamer. In de kleine vijf jaar van haar bestaan heeft De Nieuwste School al het nodige in haar oorspronkelijke opzet bijgesteld. Niet erg, vindt de schoolleider. „Leren is één groot experiment. We kijken voortdurend hoe het beter kan. En het helpt dat leraren in alle openheid de resultaten bespreken, ook als die niet zo goed zijn.”
De leerlingen zijn onverminderd enthousiast. Ja, in het begin voelde ik me soms proefkonijn, zegt Geert (5 havo). „De keus voor deze school was een gok. Maar achteraf een goeie gok.”
Martijn (ook 5 havo) heeft de brugklas op een andere school gevolgd. „Daar leer je voor de leraar”, zo omschrijft hij het verschil, „hier voor jezelf.” En Fleuriëtte (4 vwo): „Ik kan hier leren op mijn eigen manier, zoals ík het prettig vind.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.