Asociale weggebruikers die tegen de lamp lopen kunnen op cursus worden gestuurd. Daar krijgen ze inzicht in hun rijgedrag.
’Rijgedrag is een verlengde van alledaags gedrag”, vertelt Rob van Beekum van het Centraal Bureau Rijvaardigheidsbewijzen (CBR). Hij is als projectleider verantwoordelijk voor de Educatieve Maatregel Gedrag (EMG). „Wie in de auto snel geïrriteerd is, is in het dagelijks leven vaak ook sneller geïrriteerd. In de auto wordt dat uitvergroot door de anonimiteit van dat staal om je heen.”
Wie meer dan 50 kilometer per uur te hard rijdt binnen de bebouwde kom of tijdens één autorit twee of meer overtredingen begaat, kan sinds oktober 2008 in aanmerking komen voor een EMG-cursus. Als een agent na aanhouding de overtreder aanmeldt bij het CBR, bepaalt dat aan de hand van wettelijke criteria of de driedaagse cursus wordt opgelegd. Die kost de overtreder 792 euro. Ter vergelijking: een Educatieve Maatregel Alcohol voor beschonken bestuurders kost 714 euro en kan worden opgelegd bij een promillage van 1,3 tot 1,8 voor ervaren bestuurders of het niet meewerken aan een adem- of bloedtest. En bij een beginnend bestuurder al bij een promillage van 0,8 tot 1,3.
Naast de EMG-cursus kan de rechter nog steeds een boete of inbeslagname van het rijbewijs opleggen, benadrukt Van Beekum. „Wij zitten niet op de stoel van de rechter. Zij zijn er voor de sancties en wij voor de verkeersveiligheid. Bij ons staat het rijbewijs ter discussie. Als je de cursus niet goed afrondt of onvoldoende meedoet, kan je rijbewijs ongeldig worden verklaard.”
De EMG wordt verzorgd door instellingen voor verslavingszorg. De eerste dag krijgen de cursisten informatie, statistieken en videomateriaal voorgeschoteld om ze te confronteren met de gevolgen van gevaarlijk rijden. De tweede dag gaan ze nadenken over de oorzaak van hun eigen rijgedrag en hoe ze dat in de toekomst kunnen voorkomen. Vervolgens gaan de cursisten 21 dagen lang veranderingen die ze hebben bedacht, toepassen op hun rijstijl. Daarna komen ze terug om te evalueren hoe het is gegaan.
De oplossing is voor iedere overtreder anders. „We hebben globaal drie soorten cursisten”, zegt Van Beekum. „Als eerste mensen die bijna dagelijks op de weg zitten en zichzelf het asfalt eigenlijk hebben toegeëigend. Zij rijden, bijvoorbeeld, te hard om snel van de ene naar de andere afspraak te komen. Voor hen is iets simpels als de reistijd in de agenda noteren al een oplossing. Als ik zelf om twee uur een afspraak heb waarvoor ik een uur onderweg ben, blok ik mijn agenda al vanaf één uur. Dat geeft me een stuk meer rust dan wanneer ik het van het moment laat afhangen en moet haasten.”
Bij wat Van Beekum ’boze bestuurders’ noemt, wordt het lastiger. „Zij vinden dat ze zelf heel goed rijden en willen iedereen die een fout maakt terechtwijzen. Daardoor gaan ze, bijvoorbeeld, inhalen om een middelvinger op te steken. Terwijl ze daarmee zelf misschien nog wel gevaarlijker bezig zijn.”
Deze boze bestuurders zien een verkeersovertreding, volgens Van Beekum, als een persoonlijke aanval. „Zelfs als het 50 meter verderop gebeurt, kunnen zij dat moeilijk negeren. Wij adviseren deze mensen één keer niet te reageren op een overtreding van een ander. Gewoon om te zien wat er dan gebeurt en hoe ze zich erbij voelen.”
Tot slot komen op de cursus bestuurders die te hard rijden voor de kick. „Tegen hen kunnen we alleen zeggen: ’het kan gewoon niet wat je doet’. Verder confronteren we ze door filmpjes en statistieken met de gevolgen van hun gedrag”, zegt van Beekum.
„Als iemand toch hard wil blijven rijden, kun je niet veel doen. En meestal komen deze jongens (ruim 95 procent van de cursisten is man, AB) wel tot inkeer. Ze hebben bijna 800 euro betaald voor de cursus en drie dagen vrij moeten vragen op hun werk. Soms hebben ze er thuis ruzie door gekregen of het niet eens durven vertellen. Daardoor zijn ze zelf al gaan twijfelen aan hun rijgedrag.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.