*

 

'Praten over literatuur in Koerdistan is surrealistisch'

Gastblog door Sander van Vlerken, uitgever Nederlandstalige fictie en non-fictie bij Uitgeverij De Geus − 22/02/10, 11:28

weblog Het schrift mag dan zijn ontstaan in het tweestromenland van de Eufraat en de Tigris, de literaire cultuur staat in Koerdistan, Noord-Irak, na de decennialange oorlogen op een buitengewoon laag pitje.

Op uitnodiging van Judit Neurink was ik vorige week in Koerdistan, ter gelegenheid van de officiele presentatie van de Koerdische vertaling van haar roman De bange stad die ik vorig jaar februari in het Nederlands uitgaf. Nog niet eerder verscheen een van onze Nederlandse romans in een Koerdische vertaling.

Doordat Koerdistan nog volop in opbouw is, is het licht surrealistisch om in het land dat zo lang onder het juk van verschillende oorlogen heeft moeten zuchten, over schrijven, literatuur en romans te praten. In een gesprek met de minister van Cultuur blijkt al snel dat het bevorderen van de nauwelijks bestaande leescultuur vooral gaat over het bouwen van bibliotheken. Er is nog zoveel kapot, en wat er aan collectie is, is slecht geconserveerd. Iets als een uitleensysteem is er niet, net zo min als opgeleid personeel dat daarvoor kan zorgen. En dan praat je nog niet over het bereiken van lezers. Waar zijn ze?

Dat is ook de vraag waar de uitgever van Judit, Badran Habeeb voor staat. Met zijn uitgeverij Aras Press en zijn onafhankelijke persbureau AKNews is hij een man met een missie. Hij wil op intellectueel niveau zijn land voeden en geeft per jaar 50 boeken uit, in een oplage van 1000 exemplaren per boek. De distributie daarvan is een enorm probleem. Er zijn nauwelijks boekhandels. Ook publiciteit is een probleem. Er wordt niet gelezen.

Zelfs schrijvers lezen onderling elkaars werk niet, verzuchtte schrijver Zana Xalil, die al een tijdje niet meer schrijft. Je bereikt er niemand mee.

Maar alle mensen die ik vorige sprak zijn het over een ding eens: de cultuur moet weer worden uitgebouwd, van binnenuit, maar zeker ook van buiten uit. Er moeten vertalingen komen van klassieke Europese werken en van hedendaagse internationale titels. Een boek zoals De bange stad biedt ons de mogelijkheid om op een andere manier naar onszelf te kijken, benadrukte de minister van Cultuur. Een buitenstaander ziet de dingen zoals wij ze zelf niet meer zien.

Vanwege al deze redenen werd woensdag 17 februari een historische dag in Koerdistan. Sam, de tolk verzekerde het me, uitgever Badran zei het, Muhadeen, Ahmed, en de Nederlands Koerdische journalist Salah net zo. Niet eerder werd er een presentatie gehouden in Koerdistan om een boek te lanceren, zoals met de Koerdische editie van De bange stad. Sterker nog, toen er mensen voor uitgenodigd werden, moest hen worden uitgelegd wat het was, een boekpresentatie.

In aanwezigheid van heel wat cameraploegen, fotojournalisten en schrijvende pers, werd ter gelegenheid van De bange stad een klein uur gediscussieerd over geweld in de Iraakse samenleving. Een ongekende situatie. Drie panelleden en een gespreksleidster, die naar aanleiding van een Nederlandse roman met elkaar in gesprek gaan voor een publiek. Dialoog, het met elkaar oneens kunnen zijn in woorden, is nauwelijks onderdeel van de cultuur. En het belang van met name die dialoog werd woensdag jongstleden onderstreept.

Geweld mag dan verweven zijn met de Iraakse geschiedenis, dat is nog geen reden om je er bij neer te leggen dat het altijd zo zal blijven, dat een werkelijk vreedzame manier van met elkaar omgaan onmogelijk zou zijn, zo was de algemene strekking. Maar je moet er wel optimistisch over kunnen zijn. Veel mensen zijn dat niet meer. Dinsdag 16 februari nog werd in deze verkiezingstijd een aantal mensen neergeschoten in Suleymania. Het benadrukte op de dag van de presentatie eens te meer hoe doordrenkt de maatschappij is van geweld.

De bijdrage van de voormalig minister van Anfal and Martyrs, Chnar Sadullah, is wat dat betreft (voor mij als westerling en als uitgever) om een andere reden interessant: zij is blij met een boek als De bange stad. Het biedt mensen de mogelijkheid zich te verplaatsen in andere personen, iemand van een andere afkomst, andere religie en/of stam. De scene in het boek, waarin wordt verteld dat een jongetje heeft gezien hoe mensen werden vermoord, zal bij iedereen op hetnetvlies komen als hij het boek leest, denkt ze. En die ervaring deelde ik, duizenden kilometers verderop, in een volstrekt vreedzame maatschappij met haar tijdens het lezen. Goede literatuur ‘reist’, tussen culturen, tussen mensen, en verbindt, hoe hard en schokkend een boek ook kan zijn.

Pas hier in Koerdistan merk ik hoeveel Judit voor elkaar heeft gekregen. Het is niet minder dan haar verdienste dat er 200 mensen komen luisteren naar het debat, dat er aandacht is voor het boek. En wie je ook spreekt, iedereen loopt met haar weg. Mr. Madison Conoley van de Amerikaanse ambassade vraagt wanneer ze een Facebook-account aanmaakt, want dan kan hij fan van haar worden. Tolk Sam zit te glunderen van trots over het succes van de middag, en Badran lacht voluit als hij hoort dat na afloop alle aanwezige exemplaren zijn verkocht. Alle 100! Judit houdt er een lamme arm aan over met het signeren van alle 100 exemplaren, maar laat zich graag omringen door haar nieuwe (vaak jonge) fans. Te meer nu Badran haar in zijn openinsspeech een Famous Writer heeft genoemd. Ik ben blij voor haar en ontzettend trots, want die historische dag is aan haar te danken, en dat zijn overwinningen die er hier enorm toe doen.

Voor meer informatie over De bange stad, zie www.degeus.nl.

mailIcon print |