*

 

Turkije spil in Afghanistan-strategie

Leonoor Kuijk − 05/02/10, 00:00

Navo-lid Turkije bemiddelt tussen de taliban en de Afghaanse regering, maar wil uitdrukkelijk niet vechten in Afghanistan.

  • Turkse Isaf-militairen komen, eind januari, aan bij een Amerikaanse militaire basis in Kaboel, waar een zelfmoordterrorist zojuist een aanslag heeft gepleegd. (AP)

Turkije laat er geen misverstand over bestaan dat het een loyaal Navo-lid is. Dat het land deze dagen gastheer is van een bijeenkomst van de 28 ministers van defensie van de Navo illustreert het al. Want het organiseren van zulke bijeenkomsten gaat op basis van vrijwilligheid.

Turkije speelt sinds kort bovendien een belangrijke rol in de nieuwe strategie van de Navo in Afghanistan, namelijk het vergroten van de betrokkenheid van het Afghaanse volk bij de opbouw van het land en het betrekken van de taliban bij dat proces.

Hoewel het niet officieel bekend is gemaakt, bemiddelt de Turkse minister van buitenlandse zaken Ahmet Davutoglu tussen de taliban en de Afghaanse regering. Er zouden vorige week gesprekken zijn geweest.

De 51-jarige Davutoglu is een gerespecteerde intellectueel. Hij werd vorig jaar mei minister van buitenlandse zaken en maakte direct indruk bij zijn collega’s van de Europese Unie. Ook de Amerikaanse president Obama zal er vertrouwen in hebben dat deze voormalig hoogleraar politieke wetenschappen dit belangrijke werk doet in een naburige moslimnatie.

In een interview met de nieuwszender Al Jazeera in oktober zei Davutoglu Turkije’s diplomatieke activiteiten te willen vergroten in gebieden waar Turkije ’speciale verantwoordelijkheden’ heeft. Hij sprak van het willen bereiken van een nieuwe orde „gebaseerd op het idee van gemeenschappelijke veiligheid voor allen, politieke dialoog om de vragen en problemen op te lossen, wederzijdse economische afhankelijkheid en harmonieuze, multiculturele samenlevingen”.

Vorige week organiseerde Turkije, ook al in Istanbul, een speciale conferentie voor landen uit de Afghaanse regio om de meningen af te stemmen over Afghanistan. Onder meer Tadzjikistan en Pakistan waren aanwezig.

Turkije doet sinds 2002 mee met de Isaf-operatie in Afghanistan en zit op dit moment met 1755 militairen in Afghanistan. Die zijn actief in de omgeving van Kaboel, waar ze onder meer politiemensen trainen en humanitair werk verrichten. Maar Turkije weigert te vechten in Afghanistan. Het zou, zo is de verklaring, niet goed vallen bij de Turkse bevolking wanneer er geschoten zou worden op een ander moslimvolk. Ankara vindt het ook riskant de spanningen in de regio verder te laten oplopen door zelf de wapens op te nemen.

Die rol van trainer die Turkije zichzelf al had toebedeeld past helemaal in de nieuwe koers die de Navo wil varen. Het bongenootschap wil immers nauwer samenwerken met Afghaanse militairen. De verantwoordelijkheid voor de veiligheid moet langzamerhand worden overdragen aan Afghaanse instanties.

Maar het ronselen van opleiders blijkt lastiger dan het vinden van militairen. Dat merkte de hoogste baas van de Navo, de Deen Anders Fogh Rasmussen, eerder deze week vast op tijdens een persconferentie in Brussel, om aan te geven waar hij in Istanbul om zou vragen. „Er zijn nog 21 trainingsteams voor het Afghaanse leger nodig en meer dan honderd trainingsteams voor de Afghaanse politie.”

De Nederlandse minister van defensie Eimert van Middelkoop zei gisteren in de marge van de bijeenkomst in Istanbul dat hij er erg trots op is dat in Uruzgan, waar Nederlandse militairen actief zijn, geen tekort is aan opleiders en er al veel met Afghaanse militairen wordt samengewerkt. Hij zegt wel te kunnen begrijpen waarom trainers zo moeilijk te vinden zijn. „Het is opleiden terwijl je tegelijk ook in gevecht bent. Je komt de taliban zelf tegen. In gevaarlijke regio’s is dat echt vakwerk.”

De oorlog in Afghanistan duurt inmiddels negen jaar. Aan voorspellingen hoelang het nog gaat duren, durft niemand in Istanbul zich te wagen. Van Middelkoop zegt dat „vijf tot zeven jaar” wel is genoemd. „Maar het blijft ook daarna nog een land dat zeer onderontwikkeld is met een gebrekkige rechtsorde.” Hij vindt het positief dat de Amerikaanse president daarom niet meer spreekt van een ’exit-strategie’ maar van ’transitie’. „Dat stelt de Afghaanse bevolking ook gerust.”

Druk op Nederland om in Afghanistan te blijven is er in Istanbul „niet meer dan anders”, aldus de minister. „Iedereen weet nu hoe het ligt, en dat het een binnenlandse politieke kwestie is. Dat neemt niet weg dat elke keer nadat ik dat opnieuw heb gezegd, mijn Australische collega opstaat om te verklaren hoe graag die zou willen dat we blijven.”

mailIcon print |