*

 

Voedertafel op de akker

Koos Dijksterhuis − 05/02/10, 00:00

Sinds 2007 oogsten sommige akkerbouwers een klein veldje graan niet. Ze laten het staan voor vogels. Op vijftig hectare van zulke winterse veldjes van leden van de Agrarische Natuurvereniging Oost-Groningen, heeft de Werkgroep Grauwe Kiekendief het effect ervan bijgehouden.

  • Ringmussen (Harold van der Meer)

Ik ben wel eens mee geweest. We struinden langs de ijzige akkers om vogels te tellen. Vooral geelgorzen en ringmussen kwamen op de korrels af. Tussen het gewas waren ze lastig te zien, maar omdat die vogels met volle krop telkens naar aangrenzende bosjes vlogen om uit te buiken, lieten ze zich toch tellen.

Honderden vogels zwermden over de akkers. De geelgors spande de kroon: soms werden er vier-, vijfduizend geteld. Sinds er op de graanveldjes ’s winters iets te eten is, zijn geelgorzen zelfs weer op de Groninger klei gaan broeden, na tientallen jaren afwezigheid. Ook rietgorzen, kneuen, vinken, veldleeuweriken, kramsvogels en houtsnippen waren er bij, fazanten en patrijzen. De patrijs neemt in de buurt van de graanveldjes weer toe, na een vrije val richting vergetelheid.

Geelgors en patrijs stellen een extra eis, voor ze met succes gaan broeden en zich weer uitbreiden. Geelgorzen hebben struwelen nodig, waarin ze zich veilig voelen voor sperwers. Patrijzen zoeken die veiligheid in ruige randen langs de akker. Tot de jaren ’50 werd bij de oogst altijd wat gemorst, waar vogels de winter op doorkwamen. Nu wordt er niets meer gemorst en verdwijnen die vogels. De winterse graanveldjes zijn hun redding, als een enorme voedertafel. Op de door het graan gevoede muizen komen bovendien torenvalken, buizerds, blauwe kiekendieven, blauwe reigers en zilverreigers af en soms een roerdomp of ruigpootbuizerd.

mailIcon print |