VO-raadvoorzitter Sjoerd Slagter is bezorgd over veranderingen op scholen. Leerlingen erkennen de autoriteit van de leraar steeds minder en docenten moeten steeds meer bijdragen aan de morele opvoeding.
Dit laatste zou voor veel problemen zorgen; Enkele biologieleraren durven bijvoorbeeld geen onderwerpen als homoseksualiteit aan te snijden en sommige geschiedenisdocenten ontwijken angstvallig de Holocaust.
Qua mogelijke oplossingen zag Slagter, in dit interview met Trouw, vooral heil in het besteden van tijd in de filosofielessen aan normen & waarden.
Zelf zie ik mijn leeftijdscategorie op moraal vlak zeker niet als perfect; In een inderdaad snel veranderende maatschappij merkt men ook aan de jeugd dat de wereld verhardt. Toch heb ik het gevoel dat jongeren nog het meest in een eigen mening volharden, zonder zich al te erg te laten leiden door de meningen van mensen met een bepaalde status.
Ook hoor ik in een gesprek met volwassenen vaak dat zij hun vooroordelen over bepaalde bevolkingsgroepen baseren op eerdere negatieve ervaringen, en in zo’n geval is onze leeftijd dan toch eindelijk een voordeel: Wij hebben immers nog weinig tijd gehad om aan elke subcultuur zo’n negatieve ervaring te koppelen.
Op de opmerking dat wij leerlingen autoriteit steeds meer zouden ondermijnen, kan ik enkel zeggen dat ik het zelf niet zo voel. Op elke school zijn leraren met een gebrek aan autoriteit te vinden, evengoed als dat er in elke klas een leerling is met een constante hang naar gezagsondermijning. Maar dit is een verschijnsel van alle generaties. Dertig jaar geleden zullen mensen vanuit de onderwijswereld ongetwijfeld ook wel eens geklaagd hebben over een onvoldoende mate aan respect.
In het geval dat ik er omwille van de discussie vanuit ga dat Slagter met het gesignaleerde probleem de plank toch niet misslaat, zijn alsnog de door hem gegeven oplossingen discutabel. Maar hoe moet het dan wel?
Normen en waarden zijn dingen die niet via enkele aantekeningen en wat stencils te leren zijn. Zelfs wanneer er een volledig vak voor uit getrokken zou worden, zouden de resultaten waarschijnlijk schikbarend tegenvallen. Moraal is iets wat leraren onbewust door de lessen heen aan leerlingen mee geven, al is het maar door gezichtsuitdrukkingen of suggestieve kuchjes.
Helaas worden deze kuchjes doorgaans overstemd door gezagondermijnend leerlingengeblèr, als we in de autoriteitscrisis mogen geloven. Hoe we dat zouden moeten verhelpen, is zowel vreselijk pijnlijk als rampzalig voor de hand liggend: Schreeuw een keertje, doe eens gek. Als er echt een autoriteitsprobleem is, zal dat vast niet zijn bij leraren die met psychische zweep in de aanslag en “rode kaarten” klaar voor gebruik.
De weinige docenten die ik problemen zie hebben met gezag, stralen zelf ook gewoonweg bijster weinig autoriteit uit. Vooral stagiaires, die vaak rechtstreeks van de PABO afkomen en nog vele theoretische verhalen in hun hoofd gestampt hebben zitten, schrikken zich rot wanneer ze plots geconfronteerd worden met bijvoorbeeld een hyperpanische brugklas. Wanneer we tijdens lerarenopleidingen meer aandacht gaan besteden aan realiteit en minder energie stoppen in het bestuderen van sprookjesachtige theorie, zal men wellicht al een stuk opschieten.
Zo’n advies is vanuit leerlingenoogpunt natuurlijk uit den boze; Ons eigen sprookje vol met autoriteitsloze stagiaires en moraalarme standpunten mag immers niet in gevaar komen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.