In Tokio begint vandaag een proces tegen twee walvisactivisten. Een commissie van de VN-Mensenrechtenraad tikt Japan hierom op de vingers.
’Burgers mogen altijd onderzoeken of ambtenaren corrupt zijn’, stelt een werkgroep van de VN-Mensenrechtenraad in haar onderzoek naar de Japanse ’walvisaffaire’. Het is een venijnige opmerking richting Japan. De politie arresteerde de twee Greenpeacemedewerkers twee jaar geleden; sindsdien hangt de dreiging van een proces hen boven het hoofd. Vandaag worden moeten ze voor de rechter verschijnen.
Hun ’misdrijf’: het onderscheppen van duur walvisvlees dat door walvisvangers was verdonkeremaand. De straf: maximaal tien jaar. Maar, zegt nu de VN-Werkgroep voor Onterechte Detentie, ’zij handelden in het algemeen belang toen zij probeerden criminele verduistering bloot te leggen binnen de walvisindustrie, die met belastinggeld wordt gesteund’. De twee hebben bovendien hun detentie niet in een eerlijke procesgang kunnen aanvechten, vervolgt de werkgroep in een unieke terechtwijzing van de Japanse rechtsgang. Zij besluit met een oproep aan de Japanse overheid het tweetal wel een eerlijk proces te gunnen.
Voorjaar 2008 stuitten Greenpeacemedewerkers Junichi Sato en Toru Suzuki bij een onderzoek naar walvisvangst op verduistering. Ze hoorden van een klokkenluider dat bemanning van walvisvaarders het beste en duurste vlees uitkoos en in grote dozen bij privéadressen liet bezorgen. De twee wisten zo’n doos te onderscheppen.
Japan mag jaarlijks enkele honderden walvissen vangen, officieel voor wetenschappelijk onderzoek, hetgeen niemand gelooft. „Op die ’wetenschappelijke’ walvisvaart legt de overheid miljoenen euro’s toe. Afspraak is dat de hele vangst centraal wordt opgekocht. Dit was dus duidelijk fraude met belastinggeld”, zei Sato begin dit jaar in een interview met Trouw.
Op een persconferentie toonden Sato en Suzuki het onderschepte walvisvlees, presenteerden zij hun onderzoek naar fraude, en boden zij justitie alle hulp aan. Maar vanaf toen werd de zaak rond ’De Twee van Tokyo’ een juridische klucht. Justitie arresteerde de twee, en begon geen enkel onderzoek naar de verduistering. Wel werden huizen van vijf Greenpeacemedewerkers doorzocht, zaten Sato en Suzuki 26 dagen gevangen en werden zij daarna aangeklaagd voor diefstal. „De hele gang van zaken is erop gericht activisten te intimideren”, oordeelde Amnesty International in haar aanvraag voor een onderzoek bij de VN-Mensenrechtenraad in maart 2009.
In mei antwoordde de Japanse regering op vragen van de VN-werkgroep, maar bleef achter de vervolging van Sato en Suzuki staan. Japan ging niet in op argumenten van Amnesty. De werkgroep concludeerde: de arrestatie van Sato en Suzuki is onterecht en strijdig met diverse artikelen uit de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens. Die heeft Japan ook ondertekend.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.