De functie van raadslid is niet begerenswaardig, blijkt uit de Trouw raadsledenenquête. Minister Ter Horst (binnenlandse zaken) reageert.
Citaat uit de enquête: ’Het raadswerk in mijn gemeente wordt te veel door oudere, mannelijke ambtenaren en ex-ambtenaren gedaan’. Zorgwekkend?
Ter Horst: „Kijk, het is natuurlijk het mooiste als de gemeenteraad representatief is voor de inwoners van de gemeente. Dat vrouw, man, jong, oud, wit, zwart, slim en dom vertegenwoordigd zijn. Mensen moeten zich kunnen herkennen in hun raadsleden. Zeker nu personen belangrijker zijn geworden dan verkiezingsprogramma’s. Gek is het niet dat veel raadsleden ouder zijn; zij hebben vaak meer inkomen dan jongere mensen, en kunnen daardoor het salaris dat ze mislopen door hun raadswerk eerder missen.”
Minister Van der Laan suggereerde onlangs dat iedereen een tijdje in de gemeenteraad plaats zou moeten nemen. Is dat een idee om de raad representatief te maken?
„Een verplichting vind ik ver gaan. We zijn bezig met een handvest verantwoordelijk burgerschap, dat gaat over stemmen, actief meedoen. Het begint al bij scholieren die hun maatschappelijke stage kunnen lopen bij een politieke partij. Voor ambtenaren geldt dat ze door hun werkgever worden gestimuleerd om raadslid te worden. Als je in het bedrijfsleven zit, kun je een beroep doen op de Wet aanpassing arbeidsduur, maar er is geen sprake van een echte stimulans. Daarom zou ik werknemers én werkgevers in de private sector willen oproepen het mogelijk te maken –in het belang van de publieke zaak– dat ook mensen uit het bedrijfsleven raadslid worden.”
Is het raadswerk daarvoor wel voldoende aantrekkelijk? Volgens de enquête zijn de vergoedingen te laag, neemt de werkdruk toe, is er weinig ondersteuning en zit je opgescheept met incapabele collega’s.
„Dat is wel heel negatief. Volgens mij valt het met de kwaliteit wel mee. En het is wel typisch; als alle raadsleden zeggen dat hun collega’s incapabel zijn, wat zegt dat dan over henzelf? De aantrekkelijkheid van het raadslidmaatschap zit in het werk zelf, ik kan het iedereen aanraden.”
Gaat u iets doen aan die lage vergoedingen in vooral kleinere gemeenten?
„Dat hebben we onlangs rechtgetrokken, 60 procent van de raadsleden in gemeenten beneden de 30.000 inwoners, profiteert hiervan. Daarnaast zien we dat door samenvoeging van gemeenten de schaalgrootte en dus de vergoedingen toenemen. Al blijft het uitgangspunt dat werken in grotere gemeenten vaak gecompliceerder is en grotere verantwoordelijkheden meebrengt.”
Maar het werk blijft veel.
„Je kunt zelf bepalen hoeveel tijd je eraan besteedt, dat zegt niets over hoe goed je bent. Soms laten raadsleden zich dicteren door alle details en alle stukken. Donder al dat papier in de prullenbak en ga naar buiten, zou ik soms willen zeggen. Als raadslid hoor je je met hoofdlijnen bezig te houden. Niet alleen vragen stellen, maar het college een opdracht meegeven: ’Zo gaat u het doen’.”
Raadsleden lopen verder aan tegen belangengroepen die weliswaar niet representatief zijn, maar toch de formele procedures kunnen ’misbruiken’ om zaken naar hun hand te zetten. Ziet u dit als een probleem?
„Natuurlijk wil je als bestuurder dingen realiseren, maar we hebben niet voor niets wetten om uiteenlopende belangen te waarborgen. Het laatste woord is aan de rechter maar het is aan de politicus om te wegen of een insprekende burger ook het algemeen belang vertegenwoordigt. En iedereen weet dat de meeste mensen pas actief worden als ze zich ergeren. Daarom heb je natuurlijk meer tegenstanders dan voorstanders bij officiële inspraakrondes. Maar ik zie ook dat burgers zich op alternatieve manieren organiseren, vaak via internet. In Amsterdam dronken vorig jaar duizenden mensen op de Noordermarkt staand een biertje, als protest tegen terrasregels waarmee ze het oneens waren. Daar moet je als politicus ook naar luisteren.”
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.