*

 

Iemand moet het ze toch een keer leren

Catrien Spijkerman − 06/02/10, 00:00

Tuinland Zwolle is uitgeroepen tot Beste Leerbedrijf. De jongeren krijgen er zelfvertrouwen.

  • Stagiaire Naomi Dulos aan het werk in Tuinland Zwolle. ( FOTO WERRY CRONE, TROUW)
  • Stagiaire Naomi Dulos aan het werk in Tuinland Zwolle.

Jordy Harleman (21) wilde wel eens weten hoe een tuincentrum aan zijn planten en andere spullen komt. „Ik stelde mijn vraag en twee weken later was ik met de inkoper op pad: we gingen alle leveranciers af. Ze lieten hun producten zien, en wij besloten samen om het wel of niet in te kopen.” Daarna bedacht Harleman dat hij nog nooit op een bloemenveiling was geweest. „Ook daar lieten ze me heen gaan.” Voor zijn mbo-opleiding tot manager groene detailhandel, loopt Harleman stage bij Tuinland Zwolle. „Ik voel me hier nuttig en welkom. Ik kan mijn ideeën kwijt, en ik mag ze uitvoeren. Ze willen je hier alles leren.”

Tuinland Zwolle is deze week uitgeroepen tot Beste Leerbedrijf van 2009. Het ministerie van onderwijs reikt deze prijs ieder jaar uit. Het tuincentrum begeleidt zowel vmbo-, en mbo-leerlingen van verschillende niveaus, als leerlingen van speciaal onderwijs. Bij de vestiging werken negentig mensen, en er lopen momenteel 26 vaste stagiairs rond. Soms wat meer, als er snuffelstagiairs zijn, jonge kinderen die een dagje meekijken.

„Het is een komen en gaan van leerlingen”, zegt bedrijfsleider Han Schmidt. Acht jaar geleden klopten de eerste stagiairs spontaan aan, sindsdien nam het aantal almaar toe. „Dit kan alleen doordat onze directeur er ruimte voor geeft.”

Eigenaar Girbe Drenth, kleinzoon van de grondlegger van het 90 jaar oude familiebedrijf, is gelukkig een ’heel sociaal persoon’, zegt Schmidt. „De andere vestigingen in Wilp, Assen en Groningen hebben niet zo veel stagiairs, maar Drenth is van plan het model van Zwolle ook daar toe te passen.”

De jury prees de win-win situatie in het bedrijf. „Leerlingen kunnen veel bij ons leren, maar ze nemen ons ook veel werk uit handen”, legt Schmidt uit. Alle stagiairs in Tuinland hebben een begeleider, een werknemer die daarvoor een speciale cursus heeft gevolgd. „Daar is veel animo voor”, vertelt Schmidt. „Ook in dat opzicht is het dubbele winst. Die cursussen zijn een mooie gelegenheid om de werknemers extra mogelijkheden te bieden. We zijn een redelijk platte organisatie, er zijn hier niet veel doorgroeimogelijkheden. Dit is dus een goede manier om je verder te ontwikkelen, als het je ligt.” Twintig medewerkers zijn inmiddels officieel praktijkbegeleider.

De begeleider zorgt dat de verschillende leerdoelen van een stagiair aan bod komen. Afhankelijk van het niveau en de persoonlijkheid van de leerlingen laat de begeleider hen vrij, of neemt hen bij de hand. „Je hoeft het hier niet allemaal in je eentje uit te zoeken”, zegt de 15-jarige Melissa van Voorst. Ze zit op het vmbo en loopt één dag in de week week stage. Meestal werkt ze met haar begeleider samen. „Ze geven duidelijke opdrachten. Mijn begeleider doet het voor, en ik doe het na. Als mijn begeleider niet in de buurt is, kan ik het altijd aan andere medewerkers vragen.”

Sommige leerlingen zijn heel erg gemotiveerd, die hebben aan een half woord genoeg, zegt Hania Wallinga (51). Ze is praktijkbegeleider van twee stagiaires. „Andere hangen rond met een ongeïnteresseerd gezicht. Dan probeer ik ze te betrekken bij alles wat ik doe, en één op één met hen samen te werken. En heel veel uitleggen, dat helpt ook. Ik wil ze meetrekken in mijn eigen enthousiasme. Meestal lukt het me wel ze te motiveren.”

De jongeren zijn in het bedrijf anders dan in de klas, weet Alie van Zoelen, stagecoördinator van Tuinland. „Als ik met leraren van de opleiding praat over de leerlingen, blijkt vaak dat we een heel ander beeld hebben. Laatst vertelde ik een lerares over een stagiair die rustig is en goed werkt. Zij was heel verbaasd: op school is hij ongeconcentreerd en een onruststoker. Maar hier kan hij geen kliekjes vormen. Bovendien krijgen de leerlingen hier verantwoordelijkheid en ze worden serieus genomen. ün de sfeer is goed.”

Als je iets dwars zit, kun je hier altijd terecht, weet Elvera Zantvoord (21). Zes jaar geleden liep ze ook stage bij Tuinland Zwolle. Nu ze klaar is met haar opleiding plantenteelt, werkt ze sinds twee jaar in vaste dienst bij het tuincentrum. Ze pakt dozen uit, prijst de artikelen en controleert of de bloemen geen verwelkte blaadjes hebben. „Het is leuk en afwisselend werk, maar het belangrijkste is dat ik me hier meteen op mijn gemak voelde. Ze vragen vaak hoe het met je gaat. Het gaat nu heel slecht met mijn oma, dus dat heb ik tegen mijn collega’s gezegd. Als ik er met mijn hoofd niet bij ben, weten ze hoe het komt.”

De begeleiding van stagiairs gaat soms ver, zegt Van Zoelen. „Ik ga wel eens met de stagiairs mee naar gesprekken op de rechtbank, bij de huisarts, bij de politie, of bij de familie thuis. Zo was er een stagiaire die uit haar huis gezet dreigde te worden, het was in de verkoop gedaan. We wilden uitzoeken hoe dat zat, dus we gingen bij haar op bezoek. Daar zaten dertien katten op een klein oppervlak – ik zal de geur nooit vergeten. Stapels ongeopende rekeningen kwamen tevoorschijn. Uiteindelijk hebben we kunnen voorkomen dat haar huis werd verkocht.”

Op zulke momenten voelt Alie van Zoelen zich net een maatschappelijk werkster. „Het zijn natuurlijk geen leuke dingen, maar het maakt mijn werk wel extra boeiend. Ik verdiep me graag in mensen. Ik zie het ook een beetje als mijn verantwoordelijkheid, want je hebt de hele dag met ze te maken. Als om zes uur de winkel dicht gaat, zijn hun problemen heus niet voorbij. Het gaat verder dan de bedrijfsvloer.”

Die persoonlijke begeleiding past goed in de bedrijfscultuur, vindt bedrijfsleider Schmidt. „Niet alleen met stagiairs gaan we zo om. Ik heb wel eens het idee dat hier alleen maar mensen werken waar ’iets’ mee is. Door onze open cultuur kunnen medewerkers namelijk relatief makkelijk hun privé-problemen bespreken. Dat is ook zakelijk van belang: mensen die goed in hun vel zitten, functioneren beter. Als iemand zo in de problemen zit dat hij op de werkvloer niet meer vooruit komt, kun je maar beter helpen die problemen op te lossen. Anders gaat het ten koste van het werk. We zijn per slot van rekening wél een commercieel bedrijf: het werk moet gedaan.”

Juist om die reden vindt werknemer Marja van de Wege (44) het wel eens lastig, al die leerlingen. Ze werkt tien jaar bij Tuinland. „Ik doe gewoon mijn dagelijks werk, maar dat moet dan stééds opnieuw worden uitgelegd. Daardoor gaat m’n eigen werk langzamer. Het is minder efficiënt.” Ze heeft geen cursus tot praktijkbegeleider gedaan: ’Het is mijn hobby niet.’

Toch staat ze er wel achter dat Tuinland zoveel energie in begeleiding stopt. „Dan bedenk ik altijd maar dat ik het ook ooit heb moeten leren. Je wordt als stagiair in zo’n enorm tuincentrum geplant, dan is het fijn als iemand je opvangt. Bovendien: wie moet er anders straks dit mooie vak uitoefenen?”

mailIcon print |