’Een keukenmeidenroman’, staat al wekenlang nummer één op Amerikaanse bestsellerlijsten en is razend populair bij blank én zwart. Wat verklaart het succes van dit debuut, dat is geschreven uit schaamte over wat rassenscheiding aanricht in het leven van vrouwen?
Het is 1962, Jackson, Mississippi, in het Amerikaanse zuiden. De burgerrechtenbeweging wint maar langzaam aan invloed, rassenscheiding is nog bij de wet geregeld. De zwarte huishoudster Aibileen mag geen boodschappen doen bij de blanke supermarkt, niet behandeld worden in het blanke ziekenhuis en geen boeken lenen bij de blanke bibliotheek. (In de slecht bevoorrade zwarte bibliotheek staat ze al maanden op de wachtlijst voor ’To Kill a Mockingbird’.) Ze mag zelfs niet het toilet van haar blanke werkgeefster gebruiken: die gelooft dat zwarte mensen ziekten meedragen.
Onder de zogenaamde Jim Crow-wetten horen blanke en zwarte openbare voorzieningen ’gescheiden maar gelijk’ te zijn. In de praktijk zijn de faciliteiten voor de zwarten steevast van mindere kwaliteit. Als haar bazin haar vraagt of de segregatie alles niet mooi geregeld heeft, kan Aibileen weinig anders dan glimlachen en doen alsof ze tevreden is.
Een andere verteller in Kathryn Stocketts ’Een keukenmeidenroman’ is Skeeter, een net afgestudeerde jongevrouw van goede komaf, die schrijfster wil worden. Zodra ze de rassenscheiding ter discussie begint te stellen, blijkt dat het overschrijden van de rassenbarrière onmiddellijk en hardhandig bestraft wordt. Blanken worden buitengesloten, zwarten vrezen voor hun leven. Op de eerste bladzijden merkt een valselijk van diefstal beschuldigde zwarte kokkin dat ze nergens in de stad meer werk kan krijgen; een jonge tuinman wordt blind geslagen, omdat hij in het tuincentrum per ongeluk de wc voor blanken binnen is gegaan.
Toch zijn de levens van blank en zwart intiem met elkaar verweven. Zoals alle rijke, blanke kinderen is Skeeter grootgebracht door een zwarte huishoudster die zes dagen per week komt opdraven om te koken, schoon te maken en voor de kinderen te zorgen. Van deze Constantine houdt Skeeter meer dan van haar eigen strenge en afstandelijke moeder, zoals Aibileen oprecht liefde koestert voor Mae, de blanke peuter voor wie zij dagelijks zorgt. Toch kan hun band hooguit tijdelijk zijn: blanken als Skeeter en Mae worden geacht uit te groeien tot handhavers van de rassenscheiding. De tweeslachtige gevoelens die dit systeem bij vrouwen oproept: intimiteit naast vervreemding, liefde naast afkeer, zijn het onderwerp van ’Een keukenmeidenroman’.
De plot draait om Skeeters besluit huishoudsters te interviewen en hun ervaringen op te tekenen. Ze krijgt hulp van al de wat oudere Aibileen, die er ooit van droomde zelf schrijfster te worden, en van Minny, die ’de sterren van de hemel kan koken’, maar steeds ontslagen wordt omdat ze te vaak zegt wat ze denkt. (De felle Minny en haar white trash- werkgeefster Celia zorgen voor een komische noot.) De drie vrouwen zetten veel op het spel door met elkaar af te spreken. Hun grote tegenstander is Skeeters voormalige beste vriendin Hilly Holbrook, nu voorvechtster van de rassenscheiding en voorzitster van de damessociëteit.
Sympathieke heldinnen, een gemene schurk, slechte moeders, een knappe man en een spannende plot maken Stocketts debuut tot een uiterst onderhoudende ’vrouwenroman’, met een vleugje engagement en een boodschap die goed aansluit bij het Obama-tijdperk. Het boek, een jaar geleden uitgekomen in de VS, is een zogenaamde sleeper hit, een onverwacht succes. In augustus bereikte het de bestsellerlijsten, vooral door mond-op-mondreclame; nu staat het al wekenlang op nummer één. En het schijnt bij blanke en zwarte lezers even populair te zijn.
Stockett (1969), blank en opgegroeid in Jackson, schrijft in het nawoord dat ze zelf is grootgebracht door een zwarte hulp en het boek heeft geschreven om haar eigen ongemakkelijke gevoelens over de rassenscheiding te ontrafelen. Ze citeert de journalist Howell Raines: „De dubbelhartigheid waarop een [gesegregeerde] samenleving is gebaseerd maakt elke emotie verdacht, maakt het onmogelijk om vast te stellen of het sentiment tussen twee mensen oprecht gevoel was dan wel medelijden of pragmatisme.” Ze wilde weten wat er achter het clichébeeld van de moederlijke, gedienstige zwarte mammy schuilging, en dat onderzoekt ze – nogal gewaagd - door in de huid te kruipen van twee zwarte vrouwen, tot hun dialect aan toe.
Dat lukt haar vrij goed. Gelukkig maar, want het boek gaat uit van het idee dat praten over ras, en je in een ander verplaatsen op zich al genoeg is om verandering teweeg te brengen. Alle politieke gebeurtenissen van die tijd–het opheffen van de rassenscheiding aan de University of Mississippi met hulp van federale troepen in 1962, de moord op burgerrechtenactivist Medgar Evers in Jackson in 1963–vinden achter de coulissen plaats. De keerpunten in het boek zijn van emotionele, persoonlijk aard: de moegestreden en vervreemde Minny krijgt een band met haar werkgeefster, die door haar lage komaf eveneens een buitenstaander blijft. Aibileen neemt ontslag, maar niet nadat ze de kleine Mae heeft ingefluisterd dat blank en zwart gelijk zijn.
’Een keukenmeidenroman’ is zowel een hardhandige herinnering aan de tijd van de rassenscheiding als een hartverwarmend verhaal waarin vooroordelen worden overwonnen. Dat Amerika openstaat voor deze boodschap, werkt natuurlijk in Stocketts voordeel.
De personages klinken bekend: de oude, moederlijke én de flinke jonge zwarte vrouw, naast het spichtige blanke meisje, dat altijd met haar neus in de boeken zit. We zijn ze vaker tegengekomen: in films, in de Cosby Show, in bestsellers als ’The Color Purple’ van Alice Walker. Stockett is geen Toni Morrison, maar Morrisons voorwerk maakt haar succes wel mogelijk. Wat ook helpt is dat Stocketts boek zich afspeelt in het verleden, ver weg genoeg om goed gedocumenteerd en enigszins verwerkt te zijn.
Dat zwarte ervaringen nog steeds moeilijk bespreekbaar zijn, bewijst de nieuwe animatiefilm ’De prinses en de kikker’, die zich afspeelt in het New Orleans van de jaren twintig. De heldin wordt geafficheerd als Disney’s eerste zwarte prinses. Maar de producenten waren kennelijk zó bang voor kritiek dat ze elke verwijzing naar discriminatie weglieten. Het resultaat is een vrolijk niemendalletje dat pretendeert dat Amerika één familie is, zwart, blank en groen. Stockett is geen radicaal, maar ze sluit haar ogen tenminste niet voor het onrecht–en de literaire mogelijkheden–van Jim Crow.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.