Detineer deze jongeren niet. Ze zullen crimineler uit de gevangenis komen dan ze erin gingen.
Zwaardere straffen voor criminele jongeren! Hoe vaak hebben we het de laatste jaren niet gehoord. Het is inmiddels een slogan geworden waarmee veel politieke partijen, de PVV voorop, de kiezers paaien. Zwaardere straffen, zo luidt de redenering, zullen de jeugdcriminaliteit vanzelf terugdringen. De crimineeltjes zullen zich twee keer bedenken voordat ze weer in de fout gaan en de straatschoffies zullen niet meer zo snel naar de criminaliteit afglijden.
De wens is hier de vader van de gedachte. Detentie is allang geen afschrikmiddel meer voor de harde kern van criminele jongeren. Ze beschouwen een gevangenisstraf als een onvermijdelijk risico dat bij het criminele vak hoort, en als je lang hebt gezeten komt, verhoogt dat ook nog je status. Tegen zulke criminelen wordt opgekeken en ze zijn vaak een lichtend voorbeeld voor jongeren die de eerste stappen op het criminele pad hebben gezet.
In dit verband moet een onderscheid worden gemaakt tussen een harde kern van criminele jongeren en risicojongeren. Criminele jongeren zijn veelal jongeren die bewust voor de criminaliteit hebben gekozen. Ze staan buiten de samenleving en opereren in een niemandsland dat wordt bevolkt door veelplegers, overvallers, drugsrunners, pooiers en andere zware criminelen.
Traditionele resocialisatietrajecten falen bij deze harde kern. Sterker, de praktijk leert dat deze jongeren tijdens hun detentie doorgaans nog crimineler worden en hun straf benutten om nieuwe criminele activiteiten voor te bereiden. De enige manier om deze harde kern aan te pakken zijn, naast straffen, langdurige en intensieve op de delinquent gerichte begeleidingstrajecten, verplichte behandelsessies , psychologische en eventueel psychiatrische dwingende hulp, en na hun vrijlating intensieve nazorg en controle.
Risicojongeren kunnen daarentegen met behulp van begeleidingstrajecten op het rechte pad worden gebracht. Het gaat doorgaans om straatschoffies die dreigen af te glijden naar de criminaliteit. Deze jongeren moeten als het enigszins kan niet worden gedetineerd. Ze zijn niet opgewassen tegen de criminelen die in de gevangenis de dienst uitmaken en zullen er crimineler uitkomen dan ze erin gingen.
Voor deze jongeren zouden begeleidingstrajecten moeten worden ontwikkeld die er voor moeten zorgen dat ze niet in de gevangenis terecht komen. Hun criminele inslag zou in een vroegtijdig stadium moeten worden gesignaleerd en er moet een plan worden opgesteld om hen op het rechte pad te houden.
Scholing en educatie spelen hierbij een belangrijke rol. Deze jongeren komen doorgaans uit wijken waar aan onderwijs weinig belang wordt gehecht, verlaten vaak vroegtijdig school en komen dan op straat terecht waar ze met criminelen in aanraking komen.
Deze vicieuze cirkel kan alleen worden doorbroken als ze weer naar school gaan en in een begeleidingstraject worden opgenomen. De ouders moeten hierbij worden betrokken. Kinderen die in de fout gaan kun je alleen op het rechte pad krijgen als de ouders ook meelopen in het begeleidingstraject en hun verantwoordelijkheid nemen.
Tot slot zou de herstructurering van aandachtswijken met meer doortastendheid moeten worden doorgevoerd. Risicojongeren groeien vaak op in zulke wijken die het contact met de samenleving zijn kwijtgeraakt. Er heerst een eigen ’cultuur’ met veel agressie en geweld die al gauw een straatschoffie, of erger, een crimineel van hen maken. Deze wijken zouden weer de wijken moeten worden die ze in het verleden waren. Ze zouden niet te groot moeten zijn, met bewoners uit alle lagen van de bevolking, kindvriendelijk met voldoende mogelijkheden voor sport, recreatie en cultuur en met scholen die midden in de wijk staan en een onderdeel van het sociale leven vormen. Alleen op die manier voorkom je dat jongeren in wijken opgroeien waar de stap naar de criminaliteit zo is gezet.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.