*

 

Sympathie voor precies de verkeerden

Elma Drayer − 11/02/10, 00:00

De Hoge Raad doet naar verwachting over twee weken uitspraak in de slepende kwestie of de SGP het vrouwelijk wezen mag blijven weren uit politieke ambten.

In november bracht de procureur-generaal alvast zijn advies naar buiten. Nederland, redeneerde hij, is gehouden aan het VN-Vrouwenverdrag. En dus kan de staat niet langer gedogen dat de SGP-vrouwen geen stemrecht hebben en geen politieke functies kunnen bekleden.

Maandag wist De Telegraaf op de voorpagina te melden dat de partij, mocht de Hoge Raad dit advies volgen, alvast wat ’trucs’ heeft bedacht. De SGP zal de uitspraak omzeilen door vrouwen zogenaamd wél te kandideren, waarna ze hun zetel gehoorzaam weer moeten opgeven.

Nu zal zo’n vonnis de partijleiding ongetwijfeld zwaar op de maag liggen. Maar ’trucs’? Wie de denkwereld der mannenbroeders enigszins kent, weet dat zulk gegoochel wel heel onwaarschijnlijk is.

En inderdaad. Nog diezelfde dag bleek het nieuwtje (dat meteen van de site werd gehaald) te berusten op een gênant misverstand. De krant had een flauw grapje van de persvoorlichter al te serieus opgevat.

Wat de SGP werkelijk zal doen, mocht de uitspraak straks in haar nadeel uitvallen – geen idee. Maar één ding is wel te voorspellen: in de buitenwereld zal de sympathie voor de underdog wederom groot zijn.

Tot nu toe althans was dat telkens het geval, als er weer eens een rechtszaak speelde. „Waarom laten die fanatici de SGP niet met rust?”, schreef weekblad Elsevier in 2007. „De SGP heeft recht op haar archaïsche opvattingen”, sprak NRC Handelsblad. De partij subsidie onthouden, vond deze krant, was „een bedreiging voor de uitingsvrijheid in ons land, alsook voor de geestelijke vrijheid van minderheden”.

Hartverwarmend, die steun. Maar ook nogal misplaatst. Binnen de SGP zélf is eensgezindheid over de vrouwenzaak immers al heel lang ver te zoeken.

Zeker, er zijn er nog genoeg in de partij die menen dat de Heilige Schrift in dezen aan hun zijde staat. „Het enigste wat we doen”, schreef een Leerdamse SGP’er vorig jaar in een column, „is als man en vrouw proberen vast te houden aan de Bijbel.”

Maar van de SGP-jongeren had al in 2003 ruim driekwart geen enkel bezwaar tegen vrouwen op de kieslijst, zo bleek uit een enquête. „Ze accepteren in ruime meerderheid dat vrouwen dan ook Kamerlid namens de SGP mogen worden.” En ook elders in de achterban groeit de welwillendheid. „Zolang ze me op grond van de Bijbel niet kunnen overtuigen dat het zondig is als de vrouw politiek actief is”, zei een Zeeuws SGP-gemeenteraadslid in 2008, „kan ik er niet tegen zijn.”

Vorig jaar promoveerde historicus Henk Post aan de Vrije Universiteit op de geschiedenis van het SGP-vrouwenstandpunt. Lange tijd, concludeerde hij, heeft een ’relatief kleine’, maar uitstekend georganiseerde lobby grote invloed kunnen uitoefenen op de partijtop. „Het was die activistische rechtervleugel”, zei hij in het Nederlands Dagblad, „die het hoofdbestuur van de SGP voortdurend over de rechterschouder deed omkijken.”

Maar in de zomer van 2006 – toen er gestemd moest worden over het ’gewone’ partijlidmaatschap voor vrouwen – bleek dat deze rechterflank ’niet meer dan een kwart’ van de SGP-afgevaardigden achter zich kreeg. Het vrouwenstandpunt, kortom, is spectaculair aan het verschuiven.

Tragisch genoeg wil dit tot de buitenwereld nauwelijks doordringen. Die blijft het bevindelijke volksdeel maar beschouwen als een monolithisch blok, met onveranderlijke opvattingen waarvoor je diep respect moet opbrengen. In werkelijkheid steunt ze daarmee een handjevol scherpslijpers dat de overgrote rest in gijzeling houdt.

Nu hopen dat de Hoge Raad dit wél beseft.

mailIcon print |