Honderden politieagenten zijn dinsdag het afgelegen islamitische dorp Gornja Maoca, in het noordoosten van Bosnië, binnengevallen.
Het dorp werd omsingeld door 600 agenten. Ze wilden een niet nader aangeduide 'veiligheidsdreiging' neutraliseren. In het dorp wonen ultraconservatieve Wahhabi-moslims, een strenge tak van het soennisme.
Volgens een woordvoerder van de procureur was de inval een van de grootste politieoperaties sinds de oorlog, die van 1992 tot 1995 in het land woedde. Er werden bij de inval zeven mensen aangehouden, onder wie zes Bosniërs en een buitenlander, van wie de nationaliteit niet bekend werd gemaakt. De agenten namen wapens, computers en dvd's in beslag.
De woordvoerder Boris Grubesic van het Bosnische openbaar ministerie zei dat de agenten het dorp binnenvielen, omdat ze op zoek waren naar personen die verdacht worden van het 'in gevaar brengen van de constitutionele orde van Bosnië en het verspreiden van nationalistische, raciale en religieuze haat'.
Na de oorlog, die van 1992 tot in 1995 woedde, zijn veel Wahabitische moslimstrijders blijven hangen in Bosnië. Velen van hen verkregen de Bosnische nationaliteit. Nadat van een aantal van hen was vastgesteld dat zij radicale sympathieën hadden is hen die weer ontnomen en zijn zij het land uitgezet.
De actie was een gezamenlijke operatie van Bosnië en de Republika Srpska.
De inwoners van het dorp waren vijandig tegenover journalisten die het gebied na de inval binnengingen. Ze vroegen de media meteen te verdwijnen. De bevolking bestaat uit boeren die weigeren naar de televisie te kijken of telefoons te gebruiken. Naar eigen zeggen mengen ze zich niet graag met mensen buiten hun gemeenschap.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.