*

 

Van bureaustoel tot kaartjesautomaat

Hinke Hamer − 04/02/10, 00:00

Ergonomen doen méér dan alleen bureaustoelen en beeldschermen ontwikkelen. In de Trouw-serie ’Ergernomie’ kunt u zelf meedenken over ontwerpen.

  • De Spookie Bike is een meegroeifiets die kinderen van 4 tot en met 10 jaar op elk tijdstip van hun groeifase de juiste fietshouding aanreikt. (Trouw)
  • Lastig, dat in- en uitchecken met de ov-chipkaart. Dat vergeet je zo. (Trouw)

Ergonomen zien overal en altijd verbeterpunten. Pieter Rookmaaker, emeritus hoogleraar ergonomie, worstelde vanmorgen nog met de parkeerautomaat van een ziekenhuis. Waar de munten in moesten, waar het parkeerkaartje uit kwam en waar hij het kaartje bij het vertrek weer in moest stoppen – hij had geen idee. En hij is nog wel ergonoom. Elke ziekenhuisganger – vaak in een stresssituatie, soms met weinig verstand van technische vernuftigheden – zou er nog meer moeite hebben en afhankelijk zijn van een toevallige passant met verstand van zaken.

„Ook dát is ergonomie”, benadrukt Rookmaaker nog maar eens de onhandige uitvoering van de parkeerautomaat. „Veel mensen weten niet dat ergonomen zich met méér bezighouden dan alleen verantwoorde bureaustoelen en computerschermen.”

Het stoorde Rookmaaker, dat hij zijn grote passie steeds opnieuw moest vertalen voor het grote publiek. Hij kreeg de indruk dat niemand begreep waar hij jaren voor had geleerd. Zoals een onderzoeker betaamt, ging hij de straat op. Gewoon, in zijn woonplaats Amersfoort, begon hij een proefondervindelijke studie onder willekeurige voorbijgangers. Van de honderd mensen die hij enquêteerde, dachten – conform zijn hypothese – slechts enkelen verder dan de praktische bureaustoel.

Eenieder zou zich miskend en teleurgesteld terugtrekken, maar niet Pieter Rookmaaker. Hij zou het relatief jonge vak bekendheid geven. „Ergonomie is een breed vak waarin verschillende disciplines bij elkaar komen”, oreert hij gedreven. „Je moet het globaal zien als de interactie tussen mens en machine. De mens als fysieke en psychologische grootheid en de machine als technische grootheid.”

In ergonomische kringen spreekt men ook wel van ’ergernomie’. Ergonomen ontwikkelen weliswaar materialen die levensbedreigende situaties helpen voorkomen, maar ook ontwerpen ze producten of toepassingen die het leven gewoon een beetje plezieriger maken. „Luxeproducten, zo je wilt. Veel ergernissen zijn makkelijk op te lossen. Een schroevendraaier is handzamer als het handvat groeven heeft dan wanneer het glad is. Als de timmerman meer grip heeft op de schroevendraaier, scheelt dat spierkracht.”

Rookmaaker werkte jarenlang als ergonoom bij de Nederlandse Spoorwegen (NS). Hij dacht mee over de kaartjesautomaat en over de bewegwijzering. Vroeger had de reiziger te maken met lappen tekst, nu is de bewegwijzering in pictogrammen uitgevoerd. In één oogopslag is helder wat bedoeld wordt, ook voor internationale reizigers. De tram werd een klein blauw trammetje, de bus een blauw busje. „Soms zijn die twee moeilijk van elkaar te onderscheiden, daarom worden ze vaak naast elkaar afgebeeld. Is het je wel eens opgevallen dat ’Centrum’ en ’Stationshal’ nog altijd worden uitgeschreven? We hebben gezocht, getekend en geprobeerd, maar ’stationshal’ konden we niet in een pictogram vangen.”

Bij het ontwerp van de OV-chipkaart was Rookmaaker slechts zijdelings betrokken. Dat het psychologisch onhandig is om niet alleen te moeten inchecken, maar ook te moeten uitchecken, beaamt hij. „Maar je kunt mensen veel leren. Iedereen raakt door schade en schande wijs. Maar achteraf zou je kunnen zeggen dat het ontwerp handiger en dus meer ergonomisch had moeten zijn.”

Na zijn periode bij de NS was Rookmaaker een poos directeur van het ergonomisch ontwerpbureau Intergo. Toen hij in 2005 terugtrad ontving hij als afscheidscadeau geld en een stichtingsakte voor de oprichting van de Pieter Rookmaaker Stichting. Daaraan werd de Pieter Rookmaaker Ergonomieprijs verbonden, die inmiddels eens per drie jaar wordt uitgereikt aan de ontwerper van een product met maatschappelijke waarde. Daarnaast is de prijs erop gericht de toepassingen van ergonomie voor een breed publiek begrijpelijk te maken.

In 2006 ging de prijs naar de ontwerpers van de Comfortizer, een apparaat voor trambestuurders dat op een schaal van één tot tien feedback geeft over het rijgedrag van de bestuurder. Hoe hoger het cijfer, hoe comfortabeler de rit voor de tramreizigers.

In 2009 ontving de uitvinder van de Spookie Bike de prijs met bijbehorende cheque. Deze meegroeifiets voor kinderen tussen vier en tien jaar oud bespaart ouders de tweejaarlijkse aanschaf van een nieuwe fiets voor het kind. „Een plezierige toepassing, maar toch is-ie nog niet op de markt. Commercieel is het natuurlijk helemaal niet handig, zo worden er veel minder fietsen verkocht.”

Soms slaan ergonomen een beetje door. Rookmaaker haalt een klein wit apparaatje tevoorschijn met een roze lampje. Hij fluit naar het dingetje en het begint wild te piepen. Het lampje flitst mee. „Als je dit aan je sleutelbos bevestigt, kun je je sleutels altijd terugvinden!” zegt hij triomfantelijk. Dan, iets minder enthousiast: „Maar ik gebruik ’m niet hoor – hier, je mag ’m wel hebben. Als ik ’s morgens fluitend de trap af kom, begint het ding óók te loeien.”

mailIcon print |