De stembusuitslag op 3 maart zegt niets over nationale stemverhoudingen. En Uruzgan is geen Nederlandse gemeente. Het is tijd voor een lokale revolte.
Met het debat van landelijke kopstukken op Radio 1 van afgelopen zondag is de campagne voor de gemeenteraadsverkiezingen in een stroomversnelling gekomen. En definitief in verkeerd vaarwater. Landelijke politici vervuilen namelijk, in nauwe samenwerking met de media, de lokale politiek op zeer ernstige wijze. Wat kopte deze krant maandagmorgen op de voorpagina? ’Compromis Afghanistan in zicht’. Hoogst voorbarig, maar vooral: wat heeft dat nou met lokale politiek te maken?!
Jawel, de landelijke politici zullen erkennen dat het over een paar weken helemaal niet gaat over de landelijke politiek, de Tweede Kamer of het kabinet-Balkenende. Het gaat om ruim 400 gemeenten, de mensen die daar actief zijn, het lokale beleid! Maar dergelijke terzijdes zijn slechts lippendienst, waaraan landelijke politici geen enkele consequentie verbinden. Zij zullen landelijke en lokale politieke en electorale gebeurtenissen op een onontwarbare manier met elkaar verknopen. De politieke durf om de raadsverkiezingen over te laten aan de lokale politici wordt niet getoond. Terwijl daar goede redenen voor zijn. Lokale verkiezingen hebben een eigen karakter, en de vraag naar de wenselijkheid van bemoeienis van landelijke kopstukken is meer dan gerechtvaardigd. Lokale en landelijke politiek en verkiezingen zijn immers gescheiden circuits.
Het eigen karakter van de raadsverkiezingen blijkt ten eerste uit de aard en omvang van het electoraat. Formeel en feitelijk hebben we het bij lokale en landelijke verkiezingen over verschillende groepen kiesgerechtigden. Bij raadsverkiezingen heeft een aanzienlijk aantal mensen het stemrecht dat zij missen bij Kamerverkiezingen. En van de stemgerechtigden maakt een kleiner deel daarvan gebruik bij raadsverkiezingen dan bij Kamerverkiezingen. Die beide factoren maken dat uitslagen van lokale en landelijke verkiezingen het resultaat zijn van het gedrag van deels andere groepen mensen. Alleen al hierom is vertaling van lokale naar landelijke electorale situaties onmogelijk.
Ook het partijstelsel bij landelijke en lokale verkiezingen is sterk afwijkend. Op 3 maart verschilt het per gemeente welke opties de kiesgerechtigde burger heeft. In vele gemeenten doen niet alle landelijke partijen mee, of in lokaal wisselende lijstverbindingen. In heel veel gemeenten zijn lokale partijen een factor van betekenis. De laatste paar raadsverkiezingen zijn lokale partijen gezamenlijk goed voor ongeveer een kwart van de uitgebrachte stemmen. Als een op de vier kiezers op 3 maart een stem op een of andere lokale partij uitbrengt, dan is het ondoenlijk om te duiden wat die verkiezingen betekenen voor Kamer en kabinet, of voor landelijke verkiezingen die voorlopig niet in zicht zijn.
Nog een derde factor maakt het van belang lokale en landelijke verkiezingen te scheiden en als echt aparte verschijnselen te zien. Opkomst en stemgedrag bij verkiezingen voor het Europese Parlement hebben onderzoekers gewezen op het bestaan van zogenoemde eersterangs- en tweederangsverkiezingen. In het eerste geval gaat het om de verkiezing die er in een land het meest toe doet als het gaat om de verdeling van de politieke macht. In Nederland zijn dat Tweede Kamerverkiezingen. In andere verkiezingen, ook de lokale, speelt die machtsvraag een wezenlijk minder belangrijke rol. Die verkiezingen gaan in de beleving van vele burgers niet over de echte macht, en dat heeft gevolgen voor hun electorale overwegingen en gedrag. Omdat het in die gevallen meer om het spel dan om de knikkers gaat, kan men de stem anders gebruiken dan als antwoord op de machtsvraag. Men kan een eenmalig signaal afgeven, eens een keer een stevig protestgeluid laten horen, of een keertje een stem geven aan een overigens sympathieke partij die slechts een marginale rol speelt in het politieke krachtenveld.
Het spel is desondanks op de wagen en de belangrijkste rollen worden gespeeld door landelijke politici, van wie verreweg de meeste op 3 maart niet op een lijst te vinden zijn. Ze schreeuwen hun landelijke verhalen, waardoor het lokale geluid niet meer verstaan kan worden. Uruzgan is geen Nederlandse gemeente! Het is tijd voor een opstand, een revolte van lokale politici die ten onrechte een bijrol spelen op het moment dat zij de hoofdrol mogen en vanuit democratisch oogpunt ook moeten hebben. Claim het speelveld voor het lokale spel. En jullie, landelijke politici, jullie tijd komt heus wel weer, misschien zelfs eerder dan in 2011.Tot die tijd is terughoudendheid en stilzwijgen uit democratisch oogpunt gepast.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.