Het geeft langzaamaan een gevoel van opluchting als dat lijstloze deurtje linksvoor open zwaait en Ivan Demjanjuk wordt binnengereden. Hij is er. De zitting kan doorgaan. Maar hoe lang nog?
De dertiende procesdag in München begon met een nieuwe verkenning van de gezondheidstoestand van de aangeklaagde – vorige week waren twee van de drie zittingsdagen uitgevallen omdat de inmiddels negentigjarige te zwak was om te verschijnen. Een van zijn artsen (er zijn er intussen minstens drie) zei dat Demjanjuk, lijdend aan een vorm van leukemie, afgelopen weekeinde ook nog een – zeer pijnlijke – aanval van jicht te verduren had. Demjanjuks verdediger, Ulrich Busch, wees erop dat zijn cliënt minder ziet, moeilijker ademt, slechter slaapt en bovendien spastische trekkingen vertoont met zijn linkerhand, zo erg, dat toen hij zich eens over hem heen boog om hem iets toe te fluisteren hij ternauwernood een klap met die hand in zijn gezicht wist te ontwijken – en waarom zou de heer Demjanjuk uitgerekend zijn verdediger een klap in het gezicht willen geven?
De last van het proces, het vervoer op en neer naar de rechtbank, dat leidde ook nog eens tot een transporttrauma. Kortom, het werd allemaal te veel en de verdediger vroeg om nieuw neurologisch onderzoek. Hij kreeg het toegezegd.
Ook was Demjanjuk psychisch volkomen aangeslagen, voegde de verdediger eraan toe, waarop de rechter meende te mogen opmerken dat de aangeklaagde voor het eerst zonder pet in de rechtbank was verschenen en hij dat als een goed teken uitlegde. Hij ontlokte daarmee gelach bij de aanwezigen, tot woede van de verdediger die uitriep: „U heeft de lachers aan uw zijde, maar ik vind het onverdraaglijk dat zo de spot gedreven wordt met de ziekte van mijn cliënt.”
Het was niet de eerste en niet de laatste aanvaring tussen rechtbank en verdediging: aan het eind van de zittingsdag kreeg de verdediging de waarschuwing dat zijn wijze van opereren, met terugkerende wrakingsverzoeken, ’schampte langs een belediging van het hof’.
Maar daarvóór werd ook nog werkelijk zitting gehouden, met een vervolg van het horen van de getuige Thomas Walther, de onderzoeksrechter die Demjanjuks gangen tijdens de oorlogsjaren is nagegaan. Hij berichtte over de nog levende getuige Alex Nagorny, die met Demjanjuk enkele jaren optrok, en ook kampbewaker was – zij het niet in Sobibor. En Walther zette met een reeks van een zevental documenten de piketpalen waarlangs, nu bijna onontkoombaar, kon worden afgeleid dat Demjanjuk daadwerkelijk in Sobibor gewerkt heeft. We tuurden met toegeknepen ogen naar die op de wand geprojecteerde documenten, die in alle armoedige leesbaarheid van een slechte kopie, het lot van de aangeklaagde leken te bezegelen. Het is de vraag alleen wat hem eerder zal achterhalen: zijn tanende gezondheid of zijn schuld.
Vandaag zal Busch de getuige Walther moeten vermorzelen.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.