De op oudejaarsdag op 83-jarige leeftijd in Jakarta overleden drs. Franciscus Xaverius Seda kan beschouwd worden als de belangrijkste architect van het herstel van de Indonesisch-Nederlandse verhoudingen in de nadagen van President Sukarno en de eerste jaren van het regime-Suharto.
De confrontatiepolitiek tussen Nederland en Indonesie van 1945 tot begin zestiger jaren werd daarmee omgezet in samenwerking. Maar belangrijker was zijn bijdrage aan de economische wederopbouw, toen na de eerste President Sukarno en na de verwoestende burgeroorlog, het land in staat van chaos en faillissement verzonken was.
In zijn latere jaren zou Seda, eerst als ambassadeur bij de Europese Gemeenschappen en Belgie, en daarna als economisch adviseur van opeenvolgende presidenten een invloedrijke positie innemen bij de formulering van het economisch en monetair beleid en ook bij de terugkeer naar de democratie eind jaren negentig, begin deze eeuw.
Maar de duizenden diep bewogen rouwenden bij de uitvaart in de Kathedraal van de hoofdstad zullen zich Frans Seda vooral blijven herinneren als de man, die symbool stond voor de rechten van de katholieke gemeenschap en tegelijkertijd voor interreligieuze dialoog en tolerantie. Dat bepaalde ook zijn samenwerking met de enkele uren eerder overleden ex-President Abdurrahman Wahid.
Frans Seda had uitstekende geloofsbrieven om al deze functies te vervullen. Hij was begin dertig, toen hij de leiding kreeg van de niet onbelangrijke katholieke partij van Indonesie. Die beweging had een uitstekende reputatie opgebouwd met haar onvoorwaardelijke keuze ten gunste van de Indonesische onafhankelijkheid. Het stak die partij – en de meesten van de toen nog 2000 Nederlandse missionarissen – dat juist de Katholieke Volkspartij in het voormalige moederland geen begrip wilde opbrengen voor de Indonesische aanspraken op Nieuw Guinea. (Luns: ,,in the heart of our principles; on the brink of our interests’’). Juist omdat aan de loyaliteit van de katholieken niet getwijfeld werd kreeg Seda opdracht geheime contacten te leggen met katholieke politici hier, onder meer met zijn Tilburgse studiegenoot Norbert Schmelzer. Het zou echter vooral de druk van de Kennedy-Administratie zijn, die de doorslag gaf voor de ommezwaai van de regering De Quay.
Seda was intussen bij de zoveelste politieke crisis door President Sukarno benoemd tot minister voor de plantages. De rehabilitatie daarvan moest de kern worden van de ontsnappingsroute uit absolute armoede voor de grote meerderheid van de bevolking en zelfs hun hongerdood. Het was niet de enige doodsbedreiging in het Indonesie van het midden van de zestiger jaren. Communisten maakten zich klaar om de macht over te nemen; de militairen kregen steun van het Westen om dat te verhinderen; een Vietnam in de regio was er al een teveel. Generaal Suharto wint en vestigt zijn ‘’Nieuwe Orde’’, met heel veel nadruk op economisch herstel, beroep op buitenlandse hulp en openstelling van het land. Echte economische professionals zouden dat proces moeten trekken. De Tilburgse econoom Seda kreeg de centrale positie van minister van financiĆ«n, van een weliswaar volstrekt lege schatkist. Seda accepteerde die positie op zijn eigen condities van integriteit en onafhankelijkheid, waarbij hij weigerde zijn politieke beweging te laten opgaan in de nieuwe grote meerderheidspartij Golkar. De combinatie van deskundigheid, een duidelijke christelijk sociale visie op richting en plaats van de economie, en dag en nacht werken hebben in de tweede helft van de zestiger jaren de basis gelegd voor een proces, dat in internationale kringen het Indonesisch mirakel werd genoemd, en dat met veel vallen – vooral vanwege corruptie – en met opstaan heeft geleid tot een dramatisch terugdringen van het armoedepercentage tot onder de twintig procent. Lange tijd was Indonesie voor instellingen als de Wereldbank het schoolvoorbeeld van succes (om later ingehaald te worden door landen als India en Vietnam).
Die Tilburgse opleiding en de kennis van de Nederlandse verhoudingen kwamen hem daarbij deze keer zeer te hulp. Met de toenmalige Directeur Generaal Internationale Betrekkingen, drs Jan Meijer, bouwde hij een intensieve relatie op, niet gehinderd door koloniale ressentimenten, maar geholpen door het unieke netwerk van Meijer in de multilaterale wereld. Dat Seda als zoon van het eiland Flores behept was met een niet-Javaanse directheid en snelheid hielp daarbij. Samen leidde het tot het in de geschiedenis van de VN en de Bretton Woodsinstellingen unieke fenomeen, dat een Werelbankconsortium, in dit geval de intergoevernementele groep voor Indonesie (IGGI), niet geleid werd door de Bank, maar door een van de leden, en nog wel de voormalige kolonisator!
Was het de onafhankelijkheid van Seda, zijn integriteit, zijn onbuigzaamheid ook soms, die ertoe leidden, dat de afstand tussen hem en het Presidentiele Paleis groter werd? Of gingen Seda de compromissen die hij moest sluiten en de beperkte ruimte voor kritiek te ver? Hij werd in de zeventiger jaren ambassadeur bij de voor Indonesie steeds belangrijker wordende Europese Gemeenschappen.
En hij kreeg de kans zich nog meer dan voorheen in te zetten voor behoud van democratische waarden en de emancipatie en weerbaarmaking van zijn eigen katholieke bevolkingsgroep. Twee voorbeelden: het dagblad Kompas groeide mede onder zijn stuwende leiding uit tot het belangrijkste persorgaan van het moderne Indonesie, waarbij het steeds moest laveren tussen het benutten van de nog aanwezige rudimentaire persvrijheid en de dreiging van sluiting en verbod.
Zijn inzet voor de katholieke ‘’leken’’universiteit Atmajaya droeg in sterke mate bij tot de broodnodige academische versterking van zijn land, waarbij hij niet het groepsbelang, maar in de openheid voor alle religieuze en etnische groeperingen, het nationale belang voorop stelde. Atmajaya geniet momenteel in bepaalde disciplines een grote nationale en internationale status.
Seda zag als geen ander de neergang van ‘’De Nieuwe Orde’’ in de tweede helft van de negentiger jaren. Zijn pleidooien tegen corruptie en wanbeleid konden het tij niet keren. Maar met de val van Suharto in 1998 stond zijn morele autoriteit overeind. Bij de terugkeer naar de democratie en – opnieuw – naar een gezond economisch herstelbeleid werd opnieuw op hem een beroep gedaan, nu als directe adviseur voor economische vraagstukken van opeenvolgende presidenten.
Het herstel van de relaties met Nederland – na twee decennia van ernstige verstoring – is niet gemakkelijk geweest. Het prille begin ervan nog begonnen onder President Sukarno is vastgehouden en verder ontwikkeld door Seda, ook toen hij geen minister meer was. Jarenlang heeft hij de zg. INA geleid en gestimuleerd, de Indonesisch-Nederlandse Associatie, een brandpunt van economische en maatschappelijke contacten tussen onze landen. In Nederland ontmoette die verzoening en dat herstel de nodige weerstand, in een merkwaardige coalitie van sommige veteranen van de politionele acties en sympathisanten van de voormalige Indonesische communistische partij. Het moet voor deze oud-officier van het Indonesische bevrijdingsleger wel een merkwaardige ervaring zijn geweest, dat hij in zijn pogingen tot die verzoening eind zestiger jaren op de Nijmeegse Universiteit opgewacht werd met spreekkoren als ‘’Seda moordenaar’’! Hij heeft er zich niet door laten ontmoedigen en het heeft hem goed gedaan, dat in de laatste tijd de fundamenten zijn gelegd voor een nieuwe brede alliantie tussen Nederland en Indonesie, op basis van gelijkwaardigheid en verre de verhouding hulpgever-hulpontvanger overstijgend.
Tot zijn laatste dagen toe is Seda blijven vechten tegen corruptie, dat endemisch kwaad in zijn land, en voor dialoog en religieuze tolerantie. Vele duizenden in dit in meerderheid Islamitische land hebben de betekenis en de verdiensten van deze amaibele, maar het gevecht niet schuwende katholiek onderstreept. Daarin voorgegaan door de President van de Republiek. Werken aan de verdieping en uitbouw van de nieuwe relatie Indonesie-Nederland is het beste recht, dat we kunnen doen aan inzet en leven van Frans Seda.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.