weblog De campagne begint aardig op stoom te komen. Debatten worden feller en ook de coalitiepartijen botsen vaker met elkaar. Ministers doen ferme uitspraken over bezuinigingen die niet door mogen gaan, ondanks de zelfopgelegde belofte dat er geen taboes zouden zijn.
Zo wil minister Ter Horst geen bezuinigingen op de politie en minister Verhagen wil defensie uitsluiten. Premier Balkenende heeft niets met een hogere belasting op de topinkomens en PvdA-fractievoorzitter Hamer wilde maandag geen bezuinigingen op onderwijs. Dat laatste bleek dinsdag alweer oud nieuws, want toen stemde de PvdA tegen een motie om niet op onderwijs te bezuinigen. De vreugde was van korte duur.
Intussen hult minister Plasterk zich in stilzwijgen. Terwijl studenten protesteren tegen afschaffing van de basisbeurs, blijft hij volhouden dat op onderwijs 20 procent bezuinigd kan worden. Dat was immers de opdracht aan de ambtelijke werkgroepen van Balkenende: zoek uit hoe je twintig procent kan bezuinigen op het kabinetsbeleid. Ik vind het onvoorstelbaar dat het onderwijs hierin wordt meegenomen. Goed onderwijs is immers hét middel om uit de crisis te komen.
Maar niet alleen om uit een crisis te komen. Onderwijs is altijd van onschatbare waarde voor een samenleving. Hoe beter het onderwijs, hoe beter het gaat met de bevolking. Welvaart en welzijn nemen toe, ziekte en criminaliteit nemen af. Elke euro die naar onderwijs gaat, betaalt zichzelf dubbel en dwars terug. In plaats van bezuinigingen zijn dus investeringen nodig. Nog beter is een Deltaplan voor het onderwijs voor de komende tien jaar. Hieronder een schets van het einddoel.
In 2020 staat Nederland bovenaan op het gebied van onderwijs. De financiering is ruimhartig, bezuinigingen op het onderwijsproces zijn uit den boze. Scholen zijn algemeen toegankelijk, leerlingen worden niet meer geweigerd vanwege hun afkomst of religie. De ouderbijdrage is gemaximeerd en de leermiddelen zijn actueel. Basisscholen nemen een evenredig deel van achterstandsleerlingen op zich. Zwarte en witte scholen behoren tot het verleden want alle scholen zijn gemengde scholen.
In 2020 is de overheid verantwoordelijk voor de financiering en de kwaliteit van het onderwijs. Salarissen worden uitbetaald via een landelijke CAO, vastgesteld door de minister. Ook het eindniveau is landelijk vastgelegd en wordt gecontroleerd door de Inspectie. Scholen die langdurig slecht presteren worden onder toezicht gesteld. Docenten zijn bevoegd en afkomstig van uitstekende lerarenopleidingen waar vakkennis voorop staat.
Onderwijshervormingen worden uitsluitend met draagvlak en in overleg met docenten ingevoerd. Het onderwijsbeleid op school wordt democratisch vastgesteld, de zeggenschap van leraren is uitstekend geregeld. De schaalverkleining is een groot succes: basisscholen hebben niet meer dan 250 leerlingen, middelbare scholen hebben maximaal 750 leerlingen. Scholen vormen een hechte gemeenschap van leraren, leerlingen, schoolleiding en ondersteunend personeel. Bestuur en management zijn tot een minimum beperkt.
Leraren staan op een voetstuk in 2020. Ze ontvangen een goed salaris en de werkdruk is tot een minimum beperkt. Klassen hebben niet meer dan 24 leerlingen en in het voortgezet onderwijs geeft een docent maximaal 20 lessen per week. De overheid staat pal voor de financiering en bewaakt de kwaliteit. Binnen de scholen krijgen docenten maximale vrijheid om het onderwijs vorm te geven.
In 2020 is het een grote eer om in het onderwijs te mogen werken. De lange wachtlijsten voor een plekje op de lerarenopleiding zijn daarvan het beste bewijs.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.