*

 

'Bos had 30 miljard kunnen uitsparen'

03/02/10, 13:22

De Nederlandse staat had zich de 30 miljard staatssteun aan ABN Amro kunnen besparen als hij de overname van de bank door het bankentrio van RBS, Santander en Fortis had tegengehouden.

  • Rijkman Groenink, oud-voorzitter van het bestuur van ABN AMRO, wordt woensdag door een bode op zijn microfoon gewezen. (ANP)
    Rijkman Groenink, oud-voorzitter van het bestuur van ABN AMRO, wordt woensdag door een bode op zijn microfoon gewezen. (ANP)

Dat betoogde oud-topman Rijkman Groenink van ABN Amro woensdag voor de parlementaire commissie-De Wit, die onderzoek doet naar de internationale kredietcrisis. Minister Wouter Bos van Financiën gaf een verklaring van geen bezwaar af over de plannen.

Als de overname niet was doorgegaan, was ABN waarschijnlijk gefuseerd met de Britse bank Barclays. ABN had in die periode net het Amerikaanse onderdeel LaSalle verkocht en „een ongelooflijk hoge solvabiliteit van tussen de 17 en 20 procent”. ABN had dan, net als Barclays, geen staatssteun nodig gehad tijdens de kredietcrisis en de Nederlandse staat had de 30 miljard die daarna in ABN zijn gestoken, niet uit hoeven te geven, aldus Groenink.

Aftreden

Terugblikkend op zijn eigen handelen, zei Groenink dat hij eerder had moeten aftreden.

„In het voorjaar van 2007 had ik moeten aftreden. Ik had moeten zeggen: ik neem geen verantwoordelijkheid dat de bank wordt overgenomen door het trio”, aldus Groenink. Hij zei dat hij dat niet had gedaan, omdat hij vond dat hij als kapitein als laatste van boord hoorde te gaan.

„Ik bleef erbij om te proberen het zo goed mogelijk over te dragen. Misschien had ik moeten zeggen: ik draag geen verantwoordelijkheid, want ik ben het er niet mee eens. Ik betreur dat de bank is verdwenen, ik betreur dat we er niet in geslaagd zijn dat tegen te houden en dat ik er niet in geslaagd ben de raad van commissarissen, De Nederlandsche Bank en het ministerie ervan te overtuigen dit niet te doen.”

Verwijten naar ministerie en DNB

„Ze (Het ministerie van Financiën en De Nederlandsche Bank) hadden tegen de leider van het consortium moeten zeggen dat een overname op grond van hun analyse op prudentiële gronden onaanvaardbaar was. Fortis werd niet geacht sterk genoeg te zijn. Ik heb dat ook gemeld”, stelde Groenink.

Groenink zei te weten dat in andere landen ook wel eens banken zijn geweest die voorbereidende gesprekken voerden over een internationale overname. „Maar dat werd gewoon geweigerd.”

mailIcon print | |
<spring:message code='commonMessages.loading' />