Vorig jaar boekten Nederlandse vogels een ongekend broedsucces. Volgens Sovon Vogelonderzoek en het Vogeltrekstation deden ze het in 2009 beter dan de vijftien jaar daarvoor.
Sinds 1994 houden die organisaties de broedsuccessen bij. Dat zou het gevolg zijn van de warme droge lente en zomer. Is klimaatverandering ook eens ergens goed voor!
Verschillende soorten mezen, roodborstjes, boomkruipers, kleine karekieten, tjiftjaffen, zwartkopjes en gekraagde roodstaarten deden het allemaal goed! Die voeren hun jongen insecten, rupsen vooral, en rupsen gedijen goed in de warmte. Toch herinner ik me dat in april 2009 de rupsen al piekten, terwijl sommige zangvogels nog uit Afrika moesten terugkomen, zoals gekraagde roodstaarten en karekieten. Nou deden de standvogels het nog beter dan de wegtrekkers, maar toch.
Het succes van deze insecteneters danken ze waarschijnlijk aan de tweede rupsenpiek, laat in de lente. Henk van der Jeugd van het Vogeltrekstation suggereert dat ze daardoor een tweede broedsel groot konden brengen. Door de droge lente stierven bovendien minder kuikens dan anders van kou en honger.
Ook ringmussen oogstten succes, wat we aan de vijf uitgevlogen broedsels in onze eigen tuin al merkten. Net als goudvinken, eveneens succesvol, zijn ringmussen zaadeters. Maar ze voeren hun jongen liever rupsen en andere insecten, – die zijn wel zo voedzaam en lichter verteerbaar dan zaden.
Niet alle vogels boekten succes. De merel deed het slecht. Misschien pakte de droogte belabberd uit voor deze regenwormenjager. Maar volgens Van der Jeugd doet de merel het al een paar jaar niet zo goed. Een notoire loser als de kneu wist evenmin te profiteren. Kneuen hebben houtwallen nodig, met braaklandjes waar akkeronkruiden tieren. En kom eens om akkeronkruid.
© - Alle rechten voorbehouden.
Lees de gebruiksvoorwaarden.